Jury AICA Oorkonde 2016: Marina de Vries, Stefan Kuiper en Mirthe Berentsen

AICA Oorkonde jury 2016: Mirthe Berentsen, Stefan Kuiper, Marina de Vries. Foto: Stefanie Smulders

AICA Oorkonde jury 2016: Mirthe Berentsen, Stefan Kuiper, Marina de Vries. Foto: Stefanie Smulders

De jury voor de AICA oorkonde 2016 is onlangs samengesteld en bestaat uit Marina de Vries, Stefan Kuiper en Mirthe Berentsen. De AICA Oorkonde wordt dit jaar uitgereikt aan een beeldende kunst instelling die zich in de meest gunstige zin heeft onderscheiden in de jaren 2013, 2014 en 2015. De jury nomineert drie instellingen, AICA leden kunnen vervolgens stemmen op de nominatie van hun voorkeur. De nominaties worden bekend gemaakt in de loop van komende juni.

De AICA Oorkonde wordt wisselend uitgereikt aan een publicatie, een tentoonstelling en een instelling. In 2013 werd de Oorkonde toegekend aan De Hallen Haarlem, in 2014 aan Witte de With voor de tentoonstelling The Temptation of AA Bronson en in 2015 aan Maria Rus Bojan en Alessandro Cassin voor de publicatie Whispers, Ulay on Ulay.

Over de juryleden:

Marina de Vries is hoofdredacteur van Museumtijdschrift, en werkte eerder voor onder meer de Volkskrant, Het Parool en Virtueel Museum Zuidas.

Stefan Kuiper studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen (cum laude). Hij leverde bijdragen aan verscheidene publicaties en catalogi en werkte voor/publiceerde in o.a. De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, Trouw, De Standaard, De Morgen, Museumtijdschrift, Kunstbeeld en Kunstschrift. Momenteel is hij de vaste recensent oude kunst bij De Volkskrant.

Mirthe Berentsen is schrijver, criticus en adviseur op het gebied van beeldende kunst, literatuur en internationaal cultuurbeleid, voor verschillende (inter)nationale publicaties, bedrijven en organisaties. Met een achtergrond in de vergelijkende taal- en literatuurwetenschap werkt(e) zij onder meer als beleidsmedewerker Culturele Zaken op de Nederlandse ambassade in Berlijn en de Raad voor Cultuur en schrijft zij o.a. voor: Vrij Nederland, NRC, de Groene Amsterdammer, Metropolis M, Modern Painters, LEAP en Sleek Magazine.

Verslag AICA Symposium Het Nieuwe Netwerk

Rosa Menkman (foto Henri Sandront)

Rosa Menkman (foto Henri Sandront)

AICA Nederland organiseerde op vrijdag 22 januari 2016 in het Stedelijk Museum in Amsterdam een symposium onder de titel Het Nieuwe Netwerk over netwerken in de digitale ruimte ten aanzien van kunst en kunstkritiek. Hoe verandert het internet, als netwerk, de wereld van de kunst en de kunstkritiek?

Door Anna van Leeuwen

‘Online kunstkritiek is here to stay’, zegt Robert-Jan Muller, voorzitter van AICA Nederland, als aftrap van het symposium. Het was de conclusie van de AICA Dag van de Kunstkritiek (2009), waarop deze samenkomst een vervolg is.

Eerste spreker Leontine Coelewij heeft als samensteller van de tentoonstelling van Seth Siegelaub: Beyond Conceptual Art uitgebreid onderzocht hoe hij te werk ging. Want hoe netwerk je in het pre-digitale tijdperk? Opvallend is dat Seth Siegelaub destijds al schreef: ‘information is going back and forth so quickly’.
Interessant zijn de aantekeningen van een van Siegelaubs reizen naar Europa: een lijstje waarop hij bijhield wie hij waar ontmoette. Hij was goed in het onderhouden van zijn netwerk, legt Coeleweij uit: door te bellen en brieven te schrijven. Siegelaub beschouwde zich als een consultant en dacht ook aan marketing. Zo werd voorafgaand aan de January Show (in 1969) een heuse fotoshoot met de deelnemers georganiseerd.
Robert Jan Muller vraagt naar aanleiding van Coeleweijs verhaal hoe die dynamiek van Seth Siegelaub als persoon is terug te vinden in de Egress foundation.
Hier geeft Leontine Coeleweij het woord aan Marja Bloem, huidig beheerder van de Egress foundation en partner Siegelaub. Ze legt uit dat de naam van de stichting voortkomt uit een anekdote uit de circuswereld. Als er een bordje werd geplaatst: ‘Egress this way’ hadden mensen soms niet door dat daarmee de uitgang werd bedoeld. Ze stonden onverwachts buiten. Dit begrip koos Siegelaub omdat het aangeeft dat ‘alle opties open zijn’. ‘Je kunt er alle kanten mee op’, legt Bloem uit. Om dezelfde reden koos hij voor zijn uitgeverij de naam ‘International General’.

Thijs Lijster
is uitgenodigd naar aanleiding van het essay dat hij met Pascal Gielen schreef in het boek Spaces for Criticism-Shifts in Contemporary Art Discourses. Er is volgens hen sprake van een de-lokalisering en de-historisering van de kunstkritiek. Er is geen sprake van een crisis, maar van een verschuiving. In Walter Benjamins essay Der Erzaehler (1936) beschreef hij het einde van de verhalenvertellers. Hij onderscheidde twee archetypes: de handelsreiziger en de huismus.Lijster en Gielen vergelijken deze archetypes met twee traditionele rollen die de criticus kan aannemen: die van reiziger naar internationale tentoonstellingen etc., en die van historicus.

De Britse sociaal-theoreticus David Harvey heeft beschreven dat een van de kenmerken Lees verder

Het Nieuwe Netwerk: AICA symposium in het Stedelijk Museum

 

tumblr_lqcj4cPJjW1qzhns7o1_1280

AICA Nederland organiseert op vrijdag 22 januari 2016 in het Stedelijk Museum een symposium onder de titel Het Nieuwe Netwerk over netwerken in de digitale ruimte ten aanzien van kunst en kunstkritiek.

Mede naar aanleiding van de huidige tentoonstelling over Seth Siegelaub, netwerker pur sang van een analoog tijdperk, komen in deze bijeenkomst vragen aan de orde over de status en veranderende wijze van communicatie in het digitale tijdperk. Hoe verandert het internet, als netwerk, de wereld van de kunst en de kunstkritiek?

Leontine Coelewij, conservator van de Siegelaub tentoonstelling en auteur van het essay ‘The rules and the game: the legacy of Seth Siegelaub’ in de catalogus, zal spreken over het netwerk van Siegelaub in de jaren zestig en zeventig en het netwerken in deze tijd door curatoren en kunstcritici.

Thijs Lijster, verbonden aan het Research Centre Arts in Society, Universiteit van Groningen, zal ingaan op de notie van distantie in de kunstkritiek. Een kritische afstand is altijd cruciaal geweest in kunstkritiek, maar met het internet zit iedereen overal continu met zijn neus bovenop. Lijster publiceerde hierover in de recente Valiz-uitgave Spaces for Criticism.

Rosa Menkman staat als digitale kunstenaar en onderzoeker aan Goldsmiths met twee benen in het nieuwe netwerk. Menkman treedt op als curator van tentoonstellingen rondom resolutions en zal spreken over het opzetten van de Critical Writing Academy, een academy die plaatsvindt tijdens events zoals Sonic Acts, die ter plaatse online verslag geeft, met input van experts.

Het symposium vindt plaats vrijdag 22 januari van 17-18.30 uur in het Teijin auditorium van het Stedelijk Museum. AICA Nederland organiseert de bijeenkomst in samenwerking met het Public Program van het Stedelijk Museum. AICA leden hebben gratis toegang op vertoon van hun AICA pas en krijgen na afloop een drankje aangeboden.

AICA leden kunnen zich aanmelden bij Niels van Maanen aicanederland@gmail.com

Meer informatie website Stedelijk Museum http://www.stedelijk.nl/agenda/forum/aica-het-nieuwe-netwerk

Sprekers:
– Introductie Robert-Jan Muller, voorzitter AICA Nederland;
– Leontine Coelewij, conservator Stedelijk Museum;
– Thijs Lijster, Coordinator Research Centre Arts in Society, Universiteit van Groningen en mede-auteur van de Valiz uitgave ‘Spaces for Criticism – Shifts in Contemporary Art Discourses’;
– Rosa Menkman, kunstenaar en onderzoeker aan Goldsmiths University of London, Department of Art.

Voertaal is Nederlands

(illustratie Rosa Menkman)

Arttable Symposium: (Hard Talk on) Soft Power 26 november in het Rijksmuseum

Titia Ex, Bloem uit het Universum, 2010

Titia Ex, Bloem uit het Universum, 2010

Arttable Nederland viert het 10-jarig jubileum met een internationaal symposium in het Rijksmuseum op 26 november voorafgaand aan de opening van het Amsterdam Art Weekend.

Het symposium is zowel een expert meeting voor professionals op het gebied van kunst, cultuurbeleid en internationale betrekkingen, als een openbaar publieksevenement.

Voor alle informatie en inschrijven: http://www.arttablenederland.nl/symposium-2015

Soft Power

Onderwerp van het symposium is het begrip Soft Power, in de jaren negentig gemunt door de Amerikaanse politieke denker Joseph Nye als het vermogen om de ander te overtuigen van bepaalde waarden en idealen, zonder dit af te dwingen met de Hard Power van spierkracht, wapens of geld.

In deze huidige tijd van conflict en crisis zijn de zg. zachte krachten van kunst en cultuur belangrijker dan ooit tevoren. Steeds meer landen en overheden beginnen dit te beseffen, kijk naar de musea, kunstbeurzen en internationale tentoonstellingen die overal in de wereld uit de grond worden gestampt. Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling een aantal vragen op: Wat is er soft aan de kunsten als deze instrumenteel worden gebruikt om andere doelen (militair, economisch, geopolitiek) te bereiken?

Een ander aspect dat tijdens het symposium wordt besproken, is de rol van vrouwen in dit krachtenveld. Soft power is gebaseerd op verleiden en onderhandelen, op samenwerken en wederzijds begrip, een stijl van leidinggeven die bij uitstek past bij vrouwen. Maar is Soft Power wel zo vrouwelijk? Bestaat er een zg. vrouwelijke manier om macht uit te oefenen?

Prominente sprekers
Deze en andere vragen worden besproken door een keur aan internationale sprekers, waaronder: John Holden (Britse publicist over culturele diplomatie), Renilde Steeghs (ambassadeur Internationale Culturele Samenwerking), Beatrix Ruf (directeur Stedelijk Museum Amsterdam), Wim Pijbes (directeur Rijksmuseum), Hedwig Saam (directeur Nationaal Militair Museum), Hedwig Fijen (directeur Manifesta), Abdellah Karroum (directeur Mathaf, Qatar), Reem Fadda (curator Guggenheim Museum Abu Dhabi), Touria El Glaoui (oprichter en directeur 1:54 Contemporary African Art Fair), Katerina Gregos (onafhankelijk curator en artistiek directeur Art Brussels), Clémentine Deliss (onafhankelijk curator en Fellow of the Institute of Advanced Study in Berlijn), Defne Ayas (directeur Witte de With), Guus Beumer (directeur Het Nieuwe Instituut), Saskia Bos (decaan The Cooper Union, New York), Barbara Visser (kunstenaar en voorzitter van de Akademie van Kunsten), Vinca Kruk / Metahaven (Studio for Design and Research), Wendelien van Oldenborgh (kunstenaar) en anderen. Moderator: Stephan Sanders

 

Symposium het Transhistorisch Museum in De Hallen Haarlem op 13 november

Rineke Dijkstra, Frans Hals Museum

Rineke Dijkstra, Frans Hals Museum

 

 

 

 

 

 

 

In samenwerking met M – Museum Leuven organiseert het Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem het internationale researchproject The Transhistorical Museum, objects, narratives and temporalities. Op vrijdag 13 november 2015 vindt een eerste verkennend symposium plaats in de gehoorzaal van Teylers Museum Haarlem (klik hier voor het volledige programma). Tevens wordt in samenwerking met de Nederlandse en Belgische afdeling van AICA (Internationale Vereniging van Kunstcritici) een ‘call for papers’ gelanceerd.

In collectiepresentaties en tentoonstellingen wereldwijd experimenteren tentoonstellingsmakers steeds vaker met transhistoriciteit. Zij combineren objecten uit verschillende periodes en culturele contexten met elkaar en stellen daarmee traditionele kunsthistorische categorisaties ter discussie. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe inzichten en grensoverschrijdende interpretaties van individuele objecten in relatie tot hun context.

Hoe ga je als museum om met objecten uit verschillende periodes? Hoe ken je hedendaagse betekenis toe aan kunstwerken die uit verschillende sociale en culturele contexten afkomstig zijn? Museale begrippen als ‘het encyclopedische museum’ en ‘Wunderkammer’ worden in dit researchproject ter discussie gesteld, aan de hand van vragen als: Draagt een transhistorische benadering van de tentoonstelling bij aan voortschrijdend inzicht in de diverse betekenissen van kunstvoorwerpen? Wat leren we van historische kunstwerken als we ze door de lens van hedendaagse artistieke productie bekijken en vice versa? Hoe kunnen we hier nieuwe educatieve modellen mee ontwikkelen en dergelijke tentoonstellingen aan het publiek presenteren?

Om ontwikkelingen in kaart te brengen en kennis te produceren over dit actuele onderwerp, organiseren beide musea op 13 november 2015 een researchsymposium te Haarlem. Op 25 februari 2016 volgt een tweede symposium in Leuven. In de herfst van 2016 zal ook een gezamenlijke publicatie over het onderwerp het licht zien. In de symposia komt een internationaal gezelschap van theoretici, kunsthistorici, curatoren en kunstenaars uit verschillende disciplines bijeen voor keynote lezingen, case studies, en paneldiscussies.

De voertaal van dit researchproject is Engels. Wie mee wil denken over dit onderwerp is van harte uitgenodigd een voorstel in te dienen voor een (Engelstalige) paper via papers@franshalsmuseum.nl. Hieruit selecteert een vakjury inzendingen voor deelname aan deel II van het researchproject: het symposium op 25 februari 2016 te Leuven en/of opname in de bijgaande publicatie die eind 2016 gepland staat.

Voor tijden, toegangskaarten en informatie over de Call for papers klik op http://www.dehallen.nl/nl/symposium/

Alessandro Cassin: Thoughts on ‘Whispers: Ulay on Ulay’

Maria Rus Bojan and Alessandro Cassini

Maria Rus Bojan and Alessandro Cassini

Alessandro Cassin, co-author with Maria Rus Bojan, of the AICA Netherlands’ award winning publication ‘Whispers: Ulay on Ulay’, held this speech at the award ceremony in Amsterdam on September 18th.

 

 

 

 

 

Good Evening
I am deeply honored that your association has chosen to award this prize to our book. I would like to thank Maria Rus Bojan for getting me on board, Ulay for his trust and open heart, and the publisher, Valiz.

Over the last few decades, information on contemporary art has grown exponentially but despite the proliferation of books and media attention of all sorts, it is rare to hear an artist speak with the openness and wealth of details, you will find in this book.

I believe Whispers is a book for both the present and the future.
For the present it provides an enthralling immersion into Ulay’s world filled with self-revelatory narration and images.
For the future it offers a treasure trove of first hand information, for anyone intending to further study his work, or to write his biography.

My involvement in this project has been a rich, multi-layered experience.

Culminating 15 years of cultural reporting for magazines, it presented me with a very different route: the length and scope of the interviews conducted with Ulay over three years, allowed for a vertical descent into the depth of a body of work and the life of a person, in contrast to the horizontal skimming of the surface to which a magazine interview is limited.

Ulay is a compelling racconteur, with a formidable memory and uninhibited willingness to reveal the meandering paths of his life and work.
In editing and organizing the countless hours of taped interviews, my goal was to re-create the experience of being in conversation with him: to capture his ‘voice’, his radical vision, his outlandish humor.

As a German living in the Netherlands, Ulay has used English fluently for many years, developing often poignant grammatical and syntactical idiosyncrasies that I have tried to preserve, as an integral part of his voice.

This book documents-in Ulay’s own words-his coming to Amsterdam in search of himself in the tumultuous seventies, and his long, uncompromising career thereafter, across time and place.
In looking at life with the candor of a child, yet the determination of an innovator, he has adhered to his principles with rare coherency and rigor, no matter the cost to himself.

The criteria for constructing the chapters was not chronological but rather, an attempt to identify larger recurring themes.

David Sylvester’s groundbreaking interviews with Francis Bacon, published in 1975, proved that book-length interviews with an artist could be both gripping and revelatory. I believe this book takes that concept, one steps further.

I would like to leave you with a short poem by the great Palestinian poet Taha Muhammad Ali, which relates to the simplicity and beauty I have found in Ulay’s vision.

And so
It has taken me
All of sixty years
To understand
That water is the finest drink,
And bread the most delicious food,
And that art is worthless
Unless it plants
A measure of splendor in people’s hearts.

(Taha Muhammad Ali, from So What, collected poems 1971-2005)

Laudatio Oorkonde 2015 voor ‘Whispers: Ulay on Ulay’

Ter gelegenheid van de uitreiking van de AICA Oorkonde 2015 aan Maria Rus Bojan en Alesandro Cassin voor hun publicatie ‘Whispers: Ulay on Ulay’ op 18 september werd de lofrede uitgesproken door Edna van Duyn.

Edna van Duyn

Edna van Duyn

Geachte aanwezigen,

Beste Ulay, Beste Maria Rus Bojan, Beste Alessandro Cassin,

Toen ik in februari van dit jaar werd gevraagd om in de jury plaats te nemen voor het nomineren van publicaties van hedendaagse kunst uit de (afgelopen) jaren 2012, 2013 en 2014 sloeg mijn hart eventjes over van enthousiasme. Aan boeken, en vooral aan kunstboeken, heb ik mijn hart verpand. De laatste jaren heb ik met enorm groot plezier veel boeken kunnen maken, kunnen editen. Deze publicaties, vooral van De Appel, vonden hun weg en plek met name in de collegiale omgeving van het hedendaagse kunstveld waarin boeken met een zelfde verve, flair en vuur zijn gemaakt. Aan deze professionele boeken ontbreekt vaak geen enkele kwaliteit, behalve publieke aandacht.
Een oorkonde uitreiking zoals nu is een mogelijkheid om een plaats en moment van aandacht voor het publiek te organiseren.
Als gevolg van de digitalisering zou het boek steeds meer op de achtergrond raken, deze discussie begon al in de jaren 90 van de vorige eeuw. Maar inmiddels blijkt het een het ander niet uit te sluiten. En ook uit het jury onderzoek blijkt dat het analoge boek in de hedendaagse kunst niet aan belang heeft ingeboet. Ondanks de bezuinigingen liep het aantal boeken van Nederlandse bodem op tot zo’n 400 boeken, een verrassend hoog aantal relevante publicaties. Uit deze inventarisatie van de afgelopen drie jaar koos de jury een shortlist van 3 publicaties.

v.l.n.r. juryleden Nat Muller, Wieteke van  Zeil, Edna van Duyn en Maria Rus Bojan en Ulay

v.l.n.r. juryleden Nat Muller, Wieteke van Zeil, Edna van Duyn en Maria Rus Bojan en Ulay

Mijn lange ervaring in kunstpublicaties begon met het maken van intieme kunstenaarsboekjes. Deze kunstenaarsboekjes, boekjes in verkleinvorm ja, waren op verzoek van kunstenaars een uitbreiding van de kunstenaarspagina’s in het bulletin van De Appel waar hen carte blanche werd verleend. Maar toen het podium op papier zich uitbreidde naar een publicatie, ontstond er steeds meer een dialoog. Bij de publicaties was er een nauwe samenwerking van de kunstenaar met de redacteur slash uitgever en de ontwerper, in mijn geval met name ontwerper Irma Boom.
In de performance kunst, en ook in de installatie- en tijdsgebonden kunst leeft een spanningsveld tussen de tijdelijkheid van het werk, de uniciteit van de beleving aan de ene kant en de documentatie, de fotografie, de vastlegging door de schrijvende pers en de kunstcritici al dan niet buiten de muren anderzijds. Lily van Ginneken, Tineke Reijnders en Antje von Graevenitz bijvoorbeeld, mede AICA leden, gaven aan efemere en tijdelijke activiteiten een neerslag in de dagbladen en in vakbladen als Metropolis M dat overigens ook ruimte gaf aan kunstenaarspagina’s.
Naast Anthon Beeke en ook andere ontwerpers werkte ik, zoals gezegd, voornamelijk met Irma Boom aan de boeken. Boom heeft zich natuurlijk inmiddels bewezen als een van de interessantste boekontwerpers van Nederland. De zorgvuldigheid van haar ontwerpen liet en laat zich in haar werkwijze voelen. Ze heeft het ook in haar lezing bij de haar toegekende Johannes Vermeerprijs in 2014 onder woorden gebracht: dat het nooit routine wordt, dat er wordt gestreefd naar perfectie en dat daar een proces van wording bij hoort, dus veel tijd kost. En dat zien we ook terug in dit boek ontworpen door Sonja Haller en Pascal Brun die bij Boom en ook bij Thonik werkten en deze ervaring met hun Zwitserse achtergrond van precisie in het ontwerp verenigen.
Het is natuurlijk een gemeenplaats, de Zwitserse precisie, en ik noem het omdat de ontwerpers zelf deze formulering gebruiken in het colofon om hun ervaring van het maken van dit boek dat van voren naar achteren van millimeter tot millimeter geplaveid is met zorgvuldigheid, te typeren. De aandacht die in alle onderdelen van het werk is gaan zitten is om dan toch de tijd vast te leggen in het platte vlak.
Niets bijzonders eigenlijk voor een fotograaf, een kunstenaar die met Polaroids werkt en heel uitzonderlijk voor een performer, die zijn tijd, zijn leven, een periode van scheppen, van voortbrengen van kinderen, van werken, al tijdens zijn leven vastlegt in een uitgebreid archief.
Marina Abramovic met wie Ulay 13 jaar samenwerkte en een iconisch oeuvre in de performancekunst opbouwde, is op eigen verzoek opvallend afwezig in het boek. De afbeeldingen waaraan zij geen publicatierecht verleende, zijn als roze, huidkleurige bladzijden in het boek wel opgenomen, een zachte manier van tonen en verzoenen met kennelijk noodzakelijke keuzes. Op de presentatie van dit boek in het Stedelijk gaf Ulay door zijn performance gestalte aan het fysieke ontbreken van wat ooit hun ondeelbare eenheid leek te zijn.

v.l.n.r. Robert-Jan Muller, Alessandro Cassin, Maria Rus Bojan, Ulay

v.l.n.r. Robert-Jan Muller, Alessandro Cassin, Maria Rus Bojan, Ulay

Solo en in retrospectief komt Ulay in dit boek als reflectief en beheerst over. Ondanks het stevige formaat spreekt er geen drama, geen grotesk gebaar uit, maar veeleer een ingetogen, beschouwend relativeringsvermogen met een speciale aandacht die op de lezer, in ieder geval op mij, magnetiserend werkte. Dit was mijn ervaring bij het lezen van dit volumineus aanwezige en toch fluisterende boek.
De boekenpraktijk is geleidelijk aan minder kleinschalig geworden. Om de kosten te delen en het draagvlak te verbreden worden producties steeds internationaler. Dus niet alleen de kunstenaars en hun werk, de bron, maar ook mede- uitgevers, co- producenten als galeries en presentatie-instellingen zijn in de loop der jaren steeds meer deelgenoot geworden van het maakproces. De medeproducenten hebben een stem, vaak constructief maar ook gelinkt aan cijfers.
Hoe omvangrijk dit boekproject ook is, aan de wortels staan geen weg bereidende drijfveren, noch die van de commercie. Het heeft een internationale allure maar zonder knieval ten koste van de inhoud. De bron, het werk en leven van de kunstenaar, is ingebed in een context die een pure monografie overstijgt doordat het ook een tijdsbeeld geeft van 45 jaar. In dialoog met alle betrokkenen is er een evenwichtig geheel ontstaan.
Whispers: Ulay on Ulay is zowel een werkmonografie als een kunstenaarsboek, zowel een visuele biografie als een kunsthistorische beschouwing waaraan door middel van interviews de stem, de fluisterende stem van Ulay is toegevoegd. Hoe omvangrijk dit project ook is, het schreeuwt niet van de daken maar is ingetogen, naar binnen gericht, met een overwogen resultaat dat samen door de kunstenaar, redacteur, auteurs, ontwerpers en uitgever is bereikt. Proficiat!

AICA OORKONDE 2015 TOEGEKEND AAN ‘WHISPERS: ULAY ON ULAY’

maria_alessandro_ulay_alb_negru

Maria Rus Bojan, Alessandro Cassin en Ulay

AICA Nederland reikt vrijdag 18 september de AICA oorkonde 2015 uit aan Maria Rus Bojan en Alesandro Cassin voor hun publicatie ‘Whispers: Ulay on Ulay’, verschenen in 2014 bij Uitgeverij Valiz.

De jury, bestaande uit Edna van Duyn, Nat Muller en Wieteke van Zeil, schrijft in het nominatierapport onder meer: ‘Ulay’s oeuvre wordt in het essay van Bojan en in het interview door Cassin, dat de belangrijkste thema’s niet-chronologisch aanboort, in een zowel kunsthistorische als kunstkritische context geplaatst. De uitgever heeft een publicatie van internationale allure gerealiseerd zonder aan de introverte en contemplatieve kant van Ulay’s werk voorbij te gaan (-). Het ontwerp door Haller Brun is adequaat afgestemd op de zorgvuldige aanpak van de inhoud.’

Maria Rus Bojan zegt in een reactie op het winnen van de oorkonde: ‘There is nothing more rewarding than getting a prize from your own colleagues! I would particularly like to thank Ulay for his opening and trust in our editorial project. The sense of his life is the very sense of this book, and we can only be happy that we were able to emphasize his radical and innovative contributions to both the history of performance art and Polaroid photography in the Netherlands and worldwide. It has been a great experience to collaborate with Alessandro Cassin, a talented interviewer and a wonderful writer from New York, who’s contribution has been essential in accomplishing this endeavour. My gratitude goes also to the other contributors, to Astrid Vorstermans, from Valiz, our publisher who did literally everything for supporting this publication and to Haller Brun, the designers duo who made this book so beautiful and so appealing for everyone.’

De AICA Oorkonde wordt jaarlijks toegekend aan afwisselend een Nederlandse instelling, tentoonstelling en (dit jaar) publicatie. De huidige toekenning betreft publicaties uit de jaren 2012, 2013 en 2014. De andere genomineerden waren ‘Het streven. Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?’ van Hans den Hartog Jager (Amsterdam: Athenaeum Polak & Van Gennep, 2014) en ‘Giving and Taking, Antidotes to a Culture of Greed’ onder redactie van Joke Brouwer en Sjoerd van Tuinen (Rotterdam: V2_Publishing/nai010, 2014). De stemming werd gehouden onder de 186 leden van AICA Nederland, waaronder kunstcritici, museumconservatoren en museumdirecteuren.

De uitreiking van de AICA Oorkonde 2015 vindt plaats tijdens de kunstbeurs Amsterdam Drawing.

Kees Broos 1940 – 2015

door Anneke Oele

Op zaterdag 5 september is ons zeer gewaardeerd AICA lid Kees Broos overleden. Hij was al enige jaren ernstig ziek.
Kees Broos was een gedreven kunsthistoricus. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Leiden, samen met onder anderen Rudi Fuchs en Hans Locher. Lange tijd werkte hij als conservator hedendaagse kunst in het Gemeentemuseum Den Haag.
Tijdens zijn leven publiceerde hij een groot aantal boeken en artikelen: in 1973 een belangrijke monografie over Piet Zwart en in 1993, samen met Paul Hefting, het standaardwerk Grafische Vormgeving in Nederland. Een Eeuw. In 1991 schreef Broos voor het boek De Woorden en de Beelden de richtinggevende bijdrage Letter, Woord, Tekst, Beeld over de samenhang van beeld en taal in de eerste decennia van de twintigste eeuw.
Kees was een levenslustig, nieuwsgierig en gretig mens en was daarmee een onuitputtelijke bron van kennis. Die kennis deelde hij graag.
We zullen hem missen.

Nominaties AICA Oorkonde 2015 bekend

Tijdens de afgelopen jaarvergadering van AICA Nederland zijn de nominaties voor de AICA Oorkonde 2015 voor publicaties bekend gemaakt. De jury, bestaande uit Edna van Duyn, Nat Muller en Wieteke van Zeil, nomineerde drie publicaties uit de periode 2012-2014.

I.
Hans den Hartog Jager, Het streven. Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren? Amsterdam, Athenaeum Polak & Van Gennep, 2014.

Criticus Hans Den Hartog Jager beschrijft in persoonlijke en soepele stijl het werk van ‘maatschappelijk betrokken’ kunstenaars als Renzo Martens, Francis Alÿs, Steve McQueen en plaatst dit in een traditie van kunst waarmee een effect in de samenleving werd nagestreefd. Zijn hoofdvraag – kan kunst de wereld verbeteren? – wordt zo voor Den Hartog Jager de leidraad om een kunstgeschiedenis te vertellen vanuit moreel perspectief – een alternatieve kunstgeschiedenis die aan het begin van de 19de eeuw begon, toen kunstenaars los kwamen van hun opdrachtgevers en de vrijheid en zelfstandigheid zochten om met hun werk commentaar te leveren op elementen in de maatschappij. Met Goya’s ‘El tres de Mayo 1808’ (1814) en Jacques-Louis Davids ‘De dood van Marat’ (1793) als startpunten, schetst Den Hartog Jager de groeiende behoefte van de kunstenaar zich uit te spreken, en de wereld een morele spiegel voor te houden. Waar deze reflectie aanvankelijk nog vanuit de kunstwereld plaatsvond (de kunstenaar als nar), situeren vanaf midden 20ste eeuw steeds meer kunstenaars hun werk buiten de muren van de kunstwereld, waarmee de grenzen tussen kunstenaar, ondernemer, politicus of activist soms vervagen. De auteur blijft zich constant bewust van de lezer en dient zijn betoog op in heldere woorden en met veel sprekende voorbeelden van kunstwerken, die zonder pretentie en met grote betrokkenheid worden beschreven. Zonder te speculeren op de toekomst laat Den Hartog Jager zien dat kunstenaars misschien geen revolutie kunnen starten, maar wel, en steeds meer, invloed kunnen hebben op het denken van de mens en gevoelige plekken in de maatschappij kunnen raken met intelligent en prikkelend werk dat zich uitstrekt tot ver buiten de muren van het museum.

II.
Giving and Taking, Antidotes to a Culture of Greed. Ed. Joke Brouwer en Sjoerd van Tuinen. Rotterdam, V2_Publishing/nai010, 2014.

Met bijdragen van: Peter Sloterdijk, Marcel Hénaff, Zygmunt Bauman, Joris Luijendijk, Frank Vande Veire, Henk Oosterling, Lars Spuybroek, Reimar Schefold, Lewis Hyde, en Arjen Mulder.

Giving and Taking, Antidotes to a Culture of Greed is een urgent en vurig pleidooi om de niet-geldelijke waarden in de kunst en in de maatschappij te onderzoeken en voorop te stellen. In een neo-liberaal tijdperk waarin de waarde van kunst door markt- en rendementsdenken gedomineerd wordt, kijken de auteurs vanuit verschillende disciplines – economie, antropologie, filosofie, sociale en politieke wetenschappen – naar alternatieve discoursen omtrent de waarde, betekenis en positie van de kunst. Onderwerpen zoals gifteconomie, niet-monetaire systemen, schoonheid, generositeit en betekenisgeving komen op verschillende wijze aan bod. Zo bevraagt de Pools-Britse filosoof en socioloog Zygmunt Bauman de toekomst van de kunst in een maatschappij geregeerd door consumptie van het nieuwe; auteur Lewis Hyde schetst een levendig beeld van het kunstsubsidiebestel in Amerika ten tijde van de koude oorlog en erna, kunst als goed gesubsidieerd ideologisch wapen tegenover alternatieve en collectieve vormen van bezoldiging ten tijde van bezuinigingen. De Vlaamse kunstfilosoof Frank Vande Veire gaat in een provocerend stuk het gevecht aan met de hedendaagse obsessie met ‘toegankelijkheid’ en ‘institutionele kritiek’ in de kunst en antropoloog Reimar Schefold licht transacties van waarde en schoonheid toe bij de Sumatraanse stam, de Sakuddei. Door essays met interviews te mengen is Giving and Taking een levendige bundel met een scherpe diagnose over het heden en een blik naar de toekomst.

III.
Whispers: Ulay on Ulay, Ed. Astrid Vorstermans. Amsterdam, Valiz, 2014.

Tekst/auteurs: Maria Rus Bojan, Alessandro Cassin.
Met bijdragen van: Marina Abramović, Laurie Anderson, Timea Andrea Lelik, Tevž Logar, Thomas McEvilley, Charlemagne Palestine, Lena Pislak, John Reuter, en Silvio Wolf.

Ulay (Uwe Frank Laysiepen, geboren 1943), pionier in Polaroid fotografie en performance kunst heeft een uitgebreid oeuvre opgebouwd dat in de werkmonografie Whispers: Ulay on Ulay op voorbeeldige wijze gedocumenteerd wordt. Samensteller Maria Rus Bojan heeft een genereus boek gemaakt waarin de chronologische documentatie van werk van meer dan 40 jaar in de context wordt geplaatst van Ulay’s persoonlijke levensfilosofie, ethische principes en levensloop. Geïnterviewd door Alessandro Cassin zegt Ulay I produced a very bizarre body of work, I experimented a lot: You have to if you are aiming at something that does not exist yet. Het resultaat is gepubliceerd door Astrid Vorstermans van Valiz en overstijgt een traditionele monografie of catalogue raisonné. Ulay’s oeuvre wordt in het essay van Bojan en in het interview door Cassin, dat de belangrijkste thema’s niet-chronologisch aanboort, in een zowel kunsthistorische als kunst-kritische context geplaatst. De uitgever heeft een publicatie van internationale allure gerealiseerd zonder aan de introverte en contemplatieve kant van Ulay’s werk voorbij te gaan en weet voor een groter publiek het veelomvattende werk van de onbekendere partner van Marina Abramović zichtbaar te maken in relatie tot het heden en de geschiedenis van laatste decennia van de 20ste eeuw zodanig dat Ulay’s creatieve ontwikkeling duidelijk wordt.
De afbeeldingen zijn tekst ondersteunend (cijfers verwijzen naar het werkarchief van Ulay en naar vermeldingen binnen de teksten) en de paginagrote illustraties vormen een visuele biografie. Het ontwerp door Haller Brun is adequaat afgestemd op de zorgvuldige aanpak van de inhoud.