Winst- en verliesrekening van de recensent – door Sandra Smets

holymanandtiger-40cmx

Jan Hoek, Holy Man and Tiger, 2016, fotoprint, 40 x 27 cm, collectie kunstenaar. Foto: Stedelijk Museum Schiedam

Een paar weken geleden zat ik in Stampa, een talkshow in W139 georganiseerd door Sacha Bronwasser en Bob Witman, bij het onderdeel ‘Het Weerwoord’. Daarin gaan een recensent en gerecenseerde in gesprek. Dit keer ging het om mijn recensie in NRC van de tentoonstelling van Jan Hoek in het Stedelijk Museum Schiedam, die ik in het kader van het sterren- of ballensysteem één bal had gegeven.

Kort samengevat: Jan Hoek maakt fotoportretten van zwakkeren uit de samenleving die hij respectvol wil portretteren, schoonheid en allure wil schenken, en daarmee de grenzen van de geijkte schoonheidsidealen wil oprekken. Toen ik door de tentoonstelling liep, had ik het gevoel dat het tegenovergestelde gebeurde, en ik een galerij zag van mensen die waren geselecteerd op het feit dat er iets met ze aan de hand is. Zodoende heb ik de morele kaart getrokken, zoals Sacha het noemde.

Op mijn recensie in juli hoorde ik niets, tot mijn verbazing, niet wetende dat deze kunstenaar – zelf schrijver – via een oproep op Facebook een onderzoek was begonnen: hoe vergaat het kunstenaars die een vernietigende of één-ster-recensie krijgen in een krant? Hij sprak Marc Mulders en Erwin Olaf, en enkelen uit andere artistieke vakgebieden. Dat stuk plaatste hij op Vice. Zijn conclusie was dat die kunstenaars er nog steeds waren, niet hadden geleden onder de negatieve besprekingen, en dat het voor hem dus ook wel zou meevallen. Ik denk dat hij gelijk heeft. Hij is iemand die de controverse opzoekt en als dan iedereen je kunst oké vindt, slaag je daar in zekere zin niet in. Misschien heb ik hem wel een gunst bewezen? Deze negatieve recensie heeft hij bovendien via zijn onderzoek positief ingekapseld, in zijn voordeel omgezet. Dat is zeker een compliment waard.

Wat me in zijn artikel opviel was dat hij moeite had gehad om recensies met één ster te vinden. Je kunt er inderdaad niet op zoeken online, maar ik denk dat er toch heel wat van zijn. Ikzelf was er bijvoorbeeld al een vergeten: de middag voor de talkshow was ik even bij mijn ouders en mijn vader zei ‘o ja, dat heb je eerder gedaan, één ster’. Mijn moeder haalde de knipselmap erbij en zowaar: een vernietigende recensie – ik heb het niet willen onthouden. Het was namelijk erger dan die voor Jan Hoek omdat het nu geen kunstenaar betrof die controverse opgezocht, maar die een diep persoonlijk rouwproces had omgezet in schilderijen. Schilderijen waarvan ik in de krant schreef dat ze oppervlakkig waren. Mijn vader wist nog dat ik ermee in mijn maag had gezeten en de redactie had gebeld om te overleggen of dit zinvol en terecht was. Zo geschiedde. En natuurlijk kreeg ik boze lezersbrieven dat ik harteloos was.

Toch werpt dat bij mij de vraag op of zulke recensies wel moeten. Je doet iemand wat aan, wat heeft het precies voor zin? Natuurlijk, treed je in het publieke domein met je werk, dan kan dat gebeuren. Maar is dat genoeg argumentatie? Levert het wat op? Ik vermoed dat als je de kunst terzijde laat liggen waar je één of twee ballen aan zou geven, en je je enkel richt op positiever verhalen, dat een verslapping ontstaat in de berichtgeving. Dan is alle kunstjournalistiek of -kritiek een pr van de kunstwereld. Die brave aanpak detoneert bij andersoortige serieuze journalistiek.

Er zitten natuurlijk nadelen aan het huidige systeem. Hoe vat je een tentoonstelling samen in ballen? Problematisch is ook het beperkte aantal woorden. Ik legde Jan Hoek uit dat ik niet per se bedoel dat hij harteloos was in de tentoonstelling maar dat verschillende verhaallijnen en strategieën tegen elkaar in werkten. Hierdoor werd het effect bewerkstelligd dat ik vond dat de mensen werden geëtaleerd op hun gebrek. Het is ‘ik’ in de tentoonstelling en ik beschrijf wat ik daar zie. Waarbij ik me kan voorstellen dat je strenger bent in een moreel oordeel dan wanneer het formele kritiek betreft. In korte recensies is het overigens voor een kunstenaar moeilijker om er inhoudelijk belang uit te halen. Een doelstelling is natuurlijk toch, hoop ik, om iets te analyseren op zo’n manier dat ook de kunstenaar er baat bij heeft. Ik weet niet of dat kan in die beperkte ruimte.

Het onderzoek van Jan Hoek ging vooral over de gevolgen van de externe waardering, een benadering die lijkt aan te sluiten bij een onderzoekspresentatie afgelopen maand van Monika Kackovic, econoom bij de UvA. Zij promoveerde vanuit economisch perspectief op hoe externe waardering van belang is bij het succes van kunstenaars. Haar conclusie is dat maatschappelijk succes afhangt van externe factoren zoals een gerenommeerde galerie, expositie, recensies. Die drie samen werken beter, dan bijvoorbeeld drie exposities of een expositie met drie recensies.

Dus in hoeverre heeft kunstjournalistiek in plaats van een inhoudelijke nu meer een economische betekenis gekregen? Is ze iets geworden dat vooral gevolgen heeft voor een cv? Misschien, bedacht ik me na de talkshow met Jan Hoek, zijn wij als schrijvende pers meer en meer onderdeel geworden van de kunstmarkt – zoals ook kunstenaars daar toenemend onderdeel van zijn geworden. Waren veel kunstenaars in de jaren zeventig gemotiveerd door idealisme en bleven ze weg van commercie, nu is een maatschappelijk-economisch idee van succes veel meer leidend geworden. Die opvatting over succes, daar spelen wij ook een rol in.

Ook heeft kunstkritiek op een andere manier invloed op het succes van het kunstenaarschap, doordat kunstenaars zelf veel taliger zijn geworden. Ze bedienen zich van teksten om hun werk mee te versterken. Dat die kunsttaal zo veel verder is gekomen dan de kunstpagina’s in de krant of een tijdschrift is in zekere zin een succesverhaal: het gaat om de emancipatie van de kunstenaar en om de toegankelijkheid van de kunst. De kunstenaar verwoordt wat hij vindt en denkt, net zoals de rest van de mensheid dat ook in toenemende mate doet. Dat mensen zich een mening vormen en niet meer klakkeloos aannemen wat iemand in de krant schrijft, betekent dat ze de kunst omarmd hebben zoals dat vorige eeuw zo’n groot streven was. Als je ergens van houdt, mag je er ook een mening over hebben. Dat is een devaluatie van het oordeel van de recensent, maar het is ook winst.

Sandra Smets is kunstcriticus bij NRC Handelsblad. Zij schreef dit essay naar aanleiding van de AICA Salon “Ik schrijf alleen over iets dat ik goed vind” (28-11-16), waar zij te gast was en in gesprek ging met Arjan Reinders over de gevolgen van de zogenoemde één-ster-recensie.

AICA SALON – “Ik schrijf alleen over iets dat ik goed vind” met Sandra Smets

Maandag 28 november
Locatie: Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam
Aanvang: 18 uur
toegang gratis

AICA Nederland nodigt u van harte uit voor de AICA Salon in Arti et Amicitiae op 28 november 2016, de tweede in een reeks informele, levendige ontmoetingsbijeenkomsten voor AICA-­leden.

Tijdens de AICA Salons houdt een AICA‐lid of gastspreker een prikkelende presentatie over een actueel onderwerp en is er volop ruimte voor discussie. Aansluitend is er een borrel en kan er gedineerd worden in de sociëteit (beide op eigen kosten, normaal alleen mogelijk voor Arti‐leden).

schermafbeelding-2016-11-17-om-10-42-07Sandra Smets, kunstcriticus bij NRC Handelsblad, is gastspreker tijdens de tweede AICA Salon. Smets schreef eind juli een zogenoemde één-ster‐recensie over een tentoonstelling van kunstenaar Jan Hoek in Stedelijk Museum Schiedam. Daarmee deed ze ongewild behoorlijk wat stof opwaaien. Zo kwam de betreffende kunstenaar in het verweer door het fenomeen ‘één‐ster‐recensie’ te onderzoeken in een column voor online magazine Vice.

Arjan Reinders (AICA bestuurslid) gaat met Smets in gesprek over o.a. de onafhankelijkheid van de criticus in tijden van Facebook en likes, over waarom er zo weinig negatieve recensies over kunst verschijnen, en over de vraag of het goed zou zijn als dat vaker zou gebeuren, voor de kunst maar ook voor de kunstkritiek. Wees welkom en praat mee!

Programma AICA Salon:
Inloop: 17.30 uur
Aanvang: 18 uur
Borrel: 18.45 uur
Diner: 19.30 uur

Laudatory speech by Saskia Bos on occasion of the AICA Netherlands Award ceremony to the Rijksakademie

img_2578

Saskia Bos giving her laudatory speech at the Rijksakademie

Amsterdam, October 21, 2016

Ladies and gentlemen, dear colleagues,

Visual artist and musician John Cage once said: ‘You can fool the fans but not the players.’

How extraordinary for AICA Nederland not to choose a curator, critic or museum, but a post-graduate institute for visual arts and – besides nominating Witte de With and an activity such as Art Rotterdam – to grant the AICA Award 2016 to the Rijksakademie van Beeldende Kunsten. I hereby congratulate you wholeheartedly.

It’s understandable AICA wanted somebody with a background in contemporary visual arts and art education for this laudation, so I’m honoured to accept the invitation to praise the Rijksakademie. After having led Arts Centre De Appel in Amsterdam for 21 years and being Dean of Cooper Union’s School of Art in New York for 11 years, this gives me the opportunity to say something about the value and place of art education in society, and about the importance of artists who offer other artists guidance. Again I quote Cage on art education: ‘Nothing is a mistake. There is no win and no fail. There is only make.’ Lees verder

Genomineerden Prijs voor Jonge Kunstkritiek 2016

pjkk3regelsAICA Nederland feliciteert de genomineerden van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016, een stimuleringsprijs voor een nieuwe generatie critici en essayisten uit het Nederlands taalgebied, die schrijft over hedendaagse beeldende kunst.

Recensie: Sébastien Hendrickx, Julia Mullié en Brenda Tempelaar
Essay: Laurie Cluitmans, Nele Wynants en Sophia Zürcher

Feestelijke prijsuitreiking, 16 december,  M HKA- Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen
Tijdens de feestelijke prijsuitreiking op vrijdag 16 december a.s. worden de winnaars van de categorieën Recensie (hoofdprijs €2.500 en mentorschap van Sandra Smallenburg, kunstredacteur bij NRC Handelsblad) en Essay (hoofdprijs €2.500 en mentorschap van Sven Lütticken, kunstcriticus en -historicus) gepresenteerd in het M HKA – Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen. De uitreiking gaat om 16:30 uur van start, inloop 16:15 uur. Aansluitende borrel in het MuHKAFE tot ca. 20:00 uur.

In de categorie innovatieve kritiek wordt geen hoofdprijs toegekend, aangezien de jury geen afzonderlijke winnaar kon aanwijzen die voldoende aan alle kwaliteitseisen voldeed. Er zullen twee stimuleringsprijzen worden uitgereikt aan deelnemers die op de uitreiking worden bekendgemaakt.

Reserveren voor de uitreiking is verplicht.
Stuur een e-mail met uw volledige naam, e-mailadres en telefoonnummer naar info@jongekunstkritiek.net onder vermelding van ‘Uitreiking Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 16 december 2016 @M HKA’.

De jury van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 staat voor deze vijfde editie opnieuw onder voorzitterschap van Sandra Smallenburg (kunstredacteur bij NRC Handelsblad) en bestaat verder uit Jan Postma (kunstcriticus en -redacteur bij De Groene Amsterdammer, voormalig hoofdredacteur van Hard//Hoofd), Wouter Hillaert (freelance criticus en podiumredacteur bij Rekto:Verso), Max Bruinsma (onafhankelijk design- en kunstcriticus), Anne Ruygt (freelance kunsthistoricus en curator) en Dave Mestdach (filmcriticus Knack Focus). De prijs is een initiatief van de Appel arts centre Amsterdam, Witte de With Center for Contemporary Art Rotterdam en het Mondriaan Fonds, in samenwerking met Stedelijk Museum Amsterdam, STUK – Huis voor Dans, Beeld en Geluid Leuven, M HKA – Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen en Van Abbemuseum Eindhoven.

In memoriam: Lili Couvée-Jampoller

Ter nagedachtenis aan ons ere-lid Lili Couvée-Jampoller, die op de eerbiedwaardige leeftijd van 101 jaar op 25 oktober jl. overleden is, publiceren wij hierbij graag de tekst die Antje von Graevenitz uitsprak bij de crematie van Lili Couvée-Jampoller in de Nieuwe Ooster, op 1 november 2016.

lili-j-c-n-korteweg-2009

Lili Jampoller met schilderij, 2009. Foto: Neel Korteweg

“In Lili’s woonkamer ontdekte ik aan de muur een beeldje van twee in elkaar grijpende handen, een liefdevol gebaar, heel sprekend en gevoelig in zijn eenvoud. Het werkje van de kunstenaar Masuda Manabu is van gebogen metaaldraad. Tussen de vele kunstwerken bij haar thuis moet dit beeldje veel voor haar hebben betekend, want in de gang plakte ze een foto op de boekenkast, waarop ze zelf staat terwijl ze door deze handen kijkt. Het lijkt, alsof iemand even bij zichzelf stilstaat, de handen gesloten. Iemand die zelf afwezig is, er misschien niet meer is. Dit werk van Manabu ontstond naar aanleiding van het toneelstuk „The Hidden Trees“ van Betsy Torenbosch dat in 2008 in Den Haag werd opgevoerd. Hierin wordt o.a. het leven van Lili Jampoller geschetst.Toen ik dit hoorde begreep ik dat de twee handen symbool staan voor herinneringen. Volgens mij staan ze ook symbool voor wat er vandaag gebeurt, we willen ons Lili herinneren. Wat mij betreft vooral Lili als kunsthistorisch auteur, samensteller van een tentoonstelling en als lid van de AICA en de SEC.

Lees verder

Beeldverslag AICA Oorkonde 2016

Afgelopen vrijdag werd de AICA Oorkonde 2016 uitgereikt aan de Els van Odijk, directeur van de Rijksakademie der Beeldende Kunsten. Hierbij een impressie van de feestelijke bijeenkomst. De laudatio van Saskia Bos is hier na te lezen.

AICA Nederland dankt de Rijksakademie voor hun gastvrijheid, Warsteiner voor het leveren van de verfrissende biertjes en alle leden die hebben gestemd op de nominaties van hun voorkeur.

Fotografie: Marguerite Nolan

img_2496

De AICA oorkonde. Ontwerp: mannschaft

img_2578

Laudatio door Saskia Bos

img_2598

Voorlezing juryrapport door Stefan Kuiper

img_2615

AICA voorzitter Robert-Jan Muller reikt de Oorkonde 2016 uit aan Els van Odijk, directeur van de Rijksakademie

img_2709 img_2740 img_2756

img_2856

V.l.n.r. Robert-Jan Muller, Stefan Kuiper, Marina de Vries, Anneke Oele, Els van Odijk

Laudatio Rijksakademie door Saskia Bos

Dames en Heren, beste collega’s,

Beeldend kunstenaar en musicus John Cage zei eens “you can fool the fans but not the players”. Hoe bijzonder is het dat AICA Nederland als organisatie voor kunstcritici niet een curator of criticus of museum, maar nu ook een postacademiale instelling voor beeldende kunst uitkiest, en naast de keuze voor Witte de With en een activiteit als Art Rotterdam- deze instelling uiteindelijk heeft verkozen om van de AICA de oorkonde voor 2016 te ontvangen. Ik feliciteer de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam daarmee van harte.

Het is te begrijpen dat men voor deze laudatio op zoek was naar iemand met een achtergrond in de actuele beeldende kunst en in kunsteducatie en ik ben vereerd aan de uitnodiging gevolg te geven om de loftrompet over de Rijksakademie af te steken. Na 21 jaar De Appel in Amsterdam te hebben geleid en daarna elf jaar Dean te zijn geweest van de School of Art van Cooper Union in New York, geeft dit mij de gelegenheid iets over de waarde en plek van het kunstonderwijs in de samenleving te zeggen en over het belang van kunstenaars die andere kunstenaars ‘op weg helpen’. Opniew haal ik Cage over kunstonderwijs aan: “Nothing is a mistake. There is no win and no fail. There is only make.” Ik bedoel met het ‘op weg helpen’ het stimuleren om die onafhankelijke kunstenaars/sensoren te worden en te blijven dankzij wie critici, filosofen, denkers, en iedereen die de kunst met belangstelling volgt, signalen ontvangen over waar de kunst zich om bekommert en soms ook waar de wereld naar toe gaat. En daarmee verplicht het kunstonderwijs zich ook te transformeren, en de overdracht, de ‘transmission’ steeds opnieuw te bekijken vanuit eigentijdse ontwikkelingen. De vertaling naar nieuwe generaties vraagt om betrokkenheid bij het heden. Is er de wil om te veranderen of wil men bewust rigide zijn? de externe invloeden weerstaan? Zoekt men naar een autoriteit buiten de eigen gelederen? Of zorgt affiniteit met wat er gaande is vanzelf voor osmose, een open blik, ook naar andere instellingen met wie men samen optrekt, in solidariteit maar ook uit overtuiging? Lees verder

AICA SALON – Jhim Lamoree over Museum Voorlinden

downloadAICA Nederland nodigt u van harte uit voor de AICA Salon in Arti et Amicitiae op 26 oktober, de eerste in een reeks informele, levendige ontmoetingsbijeenkomsten voor AICA-leden.

 

 

Op de eerste AICA Salon gaat AICA-voorzitter Robert-Jan Muller in gesprek met kunstcriticus Jhim Lamoree, over het onlangs geopende Museum Voorlinden. Hoe moeten we dit nieuwe museum nou eigenlijk beoordelen? Wat te denken van de collectie, de presentatie? Wat stelt het voor, wat beoogt het?

Lees verder

Uitnodiging AICA Oorkonde 2016

Het bestuur van AICA Nederland nodigt u van harte uit voor de uitreiking van de AICA Oorkonde 2016 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten op vrijdag 21 oktober 2016. De officiële uitreiking vindt plaats in de Rijksakademie te Amsterdam. Saskia Bos, curator en voormalig directeur de Appel en ex-Dean Cooper Union, New York, spreekt een laudatio uit.

Programma:

16:30 – 17:00

Inloop en ontvangst

17:00 – 18:00

Welkom door Els van Odijk, directeur van de Rijksakademie

Welkom namens AICA door Robert-Jan Muller, voorzitter AICA Nederland

Laudatio door Saskia Bos, curator en voormalig directeur de Appel en ex-Dean Cooper Union, New York

Voorlezing juryrapport door Stefan Kuiper, jurylid

Uitreiking AICA Oorkonde 2016 door voorzitter AICA Nederland

Dankwoord Rijksakademie door Els van Odijk

18:00 – 19:00

Aansluitend drankje

Wij zien graag uit naar uw komst.

Namens het bestuur van AICA Nederland,

Robert-Jan Muller, voorzitter

RSVP: U wordt verzocht uiterlijk 17 oktober uw komst per e-mail te bevestigen aan aicanederland@gmail.com

Adres Rijksakademie: Sarphatistraat 470, 1018 GW Amsterdam.
http://www.rijksakademie.nl

AICA OORKONDE 2016 TOEGEKEND AAN RIJKSAKADEMIE VAN BEELDENDE KUNSTEN

Rijksakademie 2016Amsterdam, 22 september 2016

AICA Nederland (Association Internationale des Critiques dArt) kent de AICA Oorkonde 2016 toe aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

Uit het juryrapport:

“De combinatie van professionaliteit op intellectueel en vaktechnisch gebied, de actuele stellingname, en de mix van deelnemers maken de Rijksakademie tot een onderscheidend topinstituut en een belangrijke speler in de internationale kunstwereld.

Niet alleen tijd en intellectuele expertise, maar ook ruimte, geld en goed geoutilleerde werkplaatsen met hooggekwalificeerde technici staan de deelnemers ter beschikking. Dat de Amsterdamse Rijksakademie vaak van doorslaggevend belang is voor de ontwikkeling van artistiek talent en substantieel bijdraagt aan een internationale doorbraak, staat vast. Het aantal kunstenaars dat na de Rijksakademie danwel in Nederland danwel elders in de wereld zijn vleugels uitslaat en een langdurige en bloeiende loopbaan in het taaie kunstenaarsberoep tegemoet gaat, is groot. De jury vindt het bijzonder dat deze instelling, ondanks de voortdurende onrust vanwege bezuiniging, al zo vele jaren van constante, hoge kwaliteit is”.

Het volledige juryrapport is hier te lezen.

Directeur Els van Odijk van de Rijksakademie zegt in een reactie:

Ik ben blij en trots op de toekenning van de AICA Oorkonde 2016. De erkenning van de impact van de Rijksakademie op het internationale kunstenveld en dit grote compliment voor de Rijksakademie van het professionele veld is fantastisch. Het sterkt ons in onze ambitie te blijven focussen op vernieuwing vanuit de inhoud en steeds het kunstenaarschap als startpunt te blijven nemen“.

De jury voor de AICA Oorkonde 2016 bestaat uit de AICA leden Mirthe Berentsen, criticus en adviseur, Stefan Kuiper, recensent Oude Kunst voor de Volkskrant en Marina de Vries, hoofdredacteur Museumtijdschrift.

De twee andere genomineerde instellingen waren Art Rotterdam en Witte de With Center for Contemporary Art

De AICA Oorkonde wordt jaarlijks afwisselend toegekend aan een Nederlandse publicatie, een tentoonstelling en, in 2016, aan een instelling. De stemming werd gehouden onder de 180 leden van AICA Nederland, waaronder kunstcritici, universiteitsdocenten, conservatoren en onafhankelijke tentoonstellingscuratoren. In 2015 werd de AICA Oorkonde toegekend aan de publicatie ‘Whispers: Ulay on Ulay’ van Maria Rus Bojan (red.).

De uitreiking van de AICA Oorkonde 2016 vindt plaats op 21 oktober.

Voor meer informatie: aicanederland@gmail.com