Deadline stemmen AICA Oorkonde 2017

AICA leden,

Stemmen op de tentoonstelling van jullie voorkeur in de periode 2014-2016 kan nog tot en met 31 juli 2017.

De AICA Oorkonde 2017 zal vervolgens in het najaar worden uitgereikt aan de tentoonstelling met de meeste stemmen. De AICA Oorkonde wordt jaarlijks wisselend toegekend aan een publicatie, een instelling en een tentoonstelling.

Lees de juryteksten van de drie genomineerde tentoonstellingen hier na.

Stemmen kan door een e-mail te versturen naar aicanederland@gmail.com.
(let op! alleen voor AICA leden)

Even voorstellen… Lisette Pelsers

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Lisette Pelsers.

Sinds 2012 ben jij directeur van het Kröller-Müller Museum. Hoe komt een museumdirecteur bij AICA Nederland terecht?
Ik ben al heel lang lid, sinds de jaren tachtig geloof ik. Ze waren toen op zoek naar nieuwe jonge leden. Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd en schreef in die tijd onder meer voor de kunstredactie van de Twentse Courant stukken over hedendaagse kunst, met name over beeldhouwkunst. Ik was vereerd dat ik lid mocht worden.

Is een baan als museumdirecteur te combineren met het schrijven over kunst?
Ik zou het graag willen, maar het is lastig. Als directeur zit je in een ander, haastiger denkproces. Het schrijven van teksten vergt meer reflectie. Je moet de zaken eerst laten bezinken. Ik laat het schrijven nu dan ook graag over aan andere mensen.

Hoe beschrijf je de relatie tussen het museum en de kunstkritiek?
Musea en kunstcritici rusten enerzijds op elkaars schouders terwijl ze anderzijds toch ook altijd zelfstandig opereren. Wanneer we het hebben over kunstkritiek in algemene dagbladen is die vooral informerend en zelden kritisch. Maar ik vraag me af hoe erg dat is? Er verschijnen kwalitatief hoogwaardige stukken van vaste recensenten. Zij maken scherpe keuzes en schrijven daarom liever over goede tentoonstellingen en musea. Gedurende mijn tijd bij het Kröller-Müller Museum zijn er dan ook zelden tot nooit negatieve kritieken over het museum verschenen.

Ligt jouw toekomst nog steeds bij het Kröller-Müller Museum?
Ik voel me inhoudelijk zeer thuis bij de collectie. Het is een prachtige plek en er is nog zo veel wat je zou kunnen doen. Wat ik bijvoorbeeld nog een uitdaging zou vinden is om een tentoonstelling rondom het futurisme te organiseren. Het Kröller-Müller Museum heeft als enige Nederlands museum een volwaardige futuristische presentatie en het zou mooi zijn daar iets mee te doen.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling of publicatie is jou recentelijk opgevallen en waarom?Het is al enige tijd geleden, maar een tentoonstelling die een grote indruk op me heeft gemaakt is het retrospectief van Francis Picabia in Kunsthaus Zürich. Veel instellingen hebben één enkel werk van Picabia in de collectie, maar in Zürich was het hele oeuvre tentoongesteld. De tentoonstelling bracht daardoor veel nieuwe inzichten en toonde Picabia’s belang voor de kunstgeschiedenis. Voor mij gold de tentoonstelling als een ware eyeopener!

Bekendmaking nominaties AICA Oorkonde 2017

Met trots maakt de jury van de AICA Oorkonde 2017 bekend drie tentoonstellingen genomineerd te hebben die excelleerden in de periode 2014, 2015 en 2016:

: gerlach en koop in het Bonnefantenmuseum te Maastricht in 2016

A year at the Stedelijk: Tino Sehgal in het Stedelijk Museum Amsterdam in 2015

Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie in het Noordbrabants Museum te ’s-Hertogenbosch in 2016

Citaten uit de jurynominatie:

: gerlach en koop
De tentoonstelling droeg de opzettelijk onuitspreekbare titel : en was samengesteld door, en met werk van kunstenaarscollectief gerlach en koop. Het was een bijzondere totaalinstallatie die een eigenzinnig licht wierp op het inzetten van een museumcollectie. De tentoonstelling was buitengewoon inspirerend door de manier hoe het collectief de museumcollectie als materiaal gebruikte voor eigen werk en door wijze waarop ze nieuwe en potentiële verhalen over de collectie weten te genereren.

A year at the Stedelijk: Tino Sehgal
Door de tentoonstelling een jaar lang aan te bieden, kon een veel grotere groep museumbezoekers kennismaken met de performances van Tino Sehgal. Dit engagement in organisatie en investering is uitzonderlijk, het ontwikkelen van dit nieuwe tentoonstellingsconcept voor performancekunst door het museum bewonderenswaardig. Sommige werken lieten de toeschouwer in gesprek gaan over kunst. Met dit retrospectief haalde het Stedelijk performancekunst definitief uit de elitaire niche.

Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie
De tentoonstelling toonde 17 van de 24 bekende schilderijen van Bosch, plus twintig tekeningen. Dat is niet eerder vertoond en ook een herhaling is zeer onwaarschijnlijk. Het is opmerkelijk dat zo’n prestatie is geleverd door een provinciaal museum met beperkte financiële middelen en een totaal gebrek aan wisselgeld in de vorm van internationaal aantrekkelijke bruiklenen. Met het aanbieden van tekst en animaties kon het werk met een aangescherpte en gerichte blik worden bekeken en kregen overbekende schilderijen iets fris.

De nominaties werden samengesteld door de juryleden Edo Dijksterhuis, Laura van Grinsven en Joke de Wolf. De leden van AICA Nederland stemmen op de nominatie van hun voorkeur en de bekendmaking van de winnaar vindt plaats in september 2017.

De AICA Oorkonde wordt jaarlijks wisselend toegekend aan een publicatie, een instelling en een tentoonstelling.

Lees hieronder het volledige juryrapport.

Lees verder

Symposium: The Many Lives of the Russian Avant-Garde

Datum: vrijdag 2 juni en zaterdag 3 juni 2017
Locatie: Teijin auditorium, Stedelijk Museum Amsterdam

Kazimir Malevich, Suprematisme van de Geest, 1919. Olieverf op hout, bruikleen Stichting Khardzhiev.

Het Stedelijk Museum en de stichting Khardzhiev presenteren met trots de eerste editie van het tweejaarlijkse Khardzhiev symposium. Tijdens dit symposium presenteren een aantal van de meest gevierde academische onderzoekers op het gebied van de Russische Avant-garde hun nieuwste inzichten. Onder hen is AICA-lid Linda Boersma die op vrijdag 2 juni spreekt over de relatie tussen de Russische Avant-garde en De Stijl.

Trouw aan Khardzhiev’s eigen ambities, richt het symposium zich op de multidisciplinaire fundamenten van de Russische Avant-garde, met een focus op de intense relatie tussen de beeldende kunst en de literatuur. Zo worden tijdens het programma de vele levens – artistiek, literair, politiek en filosofisch – van de Russische Avant-garde verkend.

Lees verder

‘Nuevas Utopías: Arte, memoria y contextos’ Verslag van het 49e AICA Congres in Havana, Cuba

door Roos van der Lint

Voor het 49e AICA-congres in oktober 2016 reisden tientallen AICA leden van over de hele wereld naar Havana. Na de officiële opening in het Museo Nacional de Bellas Artes, met een optreden van het moderne dansensemble Retazos, gingen vijf dagen van start met lange vergaderingen, een internationaal symposium en bezoeken aan musea, galeries, studio’s en zelfs een tentoonstelling op de Noorse ambassade.

Ontvangst AICA leden in de Fundación Ludwig de Cuba, Havana, met spreker Helmo Hernández, voorzitter. Foto: Robert-Jan Muller

Congres – Nuevas Utopías
Utopia ligt aan de horizon en wat wij moeten doen, is blijven lopen. Met die boodschap opent Marek Bartelik, de internationale voorzitter van AICA, het symposium ‘Nuevas Utopías: Arte, memoria y contextos’ in het theater van het Museo Nacional de Bellas Artes. Na een aantal dagen van vergaderingen en bijeenkomsten van de verschillende commissies is dit de dag waarop een keur van internationale sprekers een nadere, inhoudelijke verkenning van en uitwisseling met het gastland Cuba kunnen verzorgen. Fidel Castro is nog in leven, Barack Obama nog president van de Verenigde Staten en de nieuwsgierigheid is groot naar waar die nieuwe utopieën uit zouden kunnen bestaan, naar wat er gloort aan de horizon. Lees verder

Call for Papers – 50th AICA Congress Paris

Everywhere and Nowhere : Migration and Contemporary Art

Migration has taken centre stage in critical practice in the visual arts. War, economic hardship, racism, ethnic and sectarian tensions have forced the mass migration of peoples, including artists, curators and critics who have also been mobilised by the affinities, opportunities, and resources, of a global art market. The rapid development of communications has led to an art discourse where the local is in continuous dialogue with the global. Our inherited vision that gives a subjective experience of art is framed by, and battles with, an international perspective. The attempt to build theoretical views on art and its relations to a globalized world can often fail to take into account the significance of place and the singular.

Travelling physically, or most often virtually, across borders is fraught with contradictions and difficulties, not least translation between languages and cultures. Universalism is a surface illusion. The deeper the context explored, the more singularities reappear, offering multiple points of view.

Has the impact of recent migration on contemporary art given a wider vision of the world, one where differences and singularities are not denied?

This Day 3 of the AICA Congress, hosted by the Musée national de l’histoire de l’immigration, the former Palais des Colonies, is an opportunity to discuss political questions on migration in the context of  post colonial studies and critical  art practice.

Proposals (max. 700 words) must be written in English, French or Spanish (+ short biography), and must be sent before the 26 June by email to aica.office@gmail.com, specifying « Congress call for papers » as subject. Speakers will be asked to send final papers (40 mins) in advance, for translation, before 16 October 2017.

AICA members only.

Day: Thursday 16 November 2017
Location: Palais de la Porte Dorée: Musée national de l’histoire de l’immigration
Convenors: Mathilde Roman, Marjorie Allthorpe-Guyton and Niilofur Farrukh

Even voorstellen… Sandra Smallenburg

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Sandra Smallenburg.

Sinds 1997 ben jij kunstcriticus voor NRC Handelsblad. Wanneer schreef jij jouw eerste stuk over kunst?
Tijdens mijn studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden (1991-1996) genoot ik van het schrijven van werkstukken. Voor mijn scriptie startte ik een onderzoek naar vrouwelijke videokunstenaars en schreef daarover mijn eerste stuk voor Decorum, het universiteitsblad. Na mijn studie werkte ik enige tijd voor Het Leidsch Dagblad, waarna ik al snel aan de slag kon bij het NRC.

Waar geniet je het meest van in je baan en wat vind je het moeilijkst?
Het meest geniet ik van het op pad gaan om kunst te bezichtigen. Ik maak graag internationale reizen. Zo vloog ik recentelijk naar Athene om daar verslag te doen van Documenta 14 en ik vertrek binnenkort naar de Biënnale van Venetië- dat zijn echt de krenten in de pap. Wat ik het moeilijkst vind aan mijn baan is de beperkte ruimte die er is in de krant. Terwijl het aanbod aan exposities steeds groter wordt, neemt de ruimte op papier af. Je kan dus slechts het topje van de ijsberg laten zien. Ik doe mijn best om zo veel mogelijk kleine initiatieven een kans te geven, maar dit is niet altijd mogelijk.

In november organiseerde AICA een AICA Salon met Sandra Smets over de zogenaamde één-ster-recensie. Hoe sta jij hier tegenover?
Zelf schreef ik nooit een één-ster-recensie. Desalniettemin herinner ik me dat ik, toen ik net begon met schrijven, een vernietigende recensie heb geschreven over een overzichtstentoonstelling van Matthijs Röling in Museum de Buitenplaats in Eelde. Ik ontving veel ingezonden brieven met hevige kritiek van verzamelaars. Tegenwoordig maak ik scherpe keuzes bij de voorselectie van tentoonstellingen waardoor ik meestal schrijf over veelbelovende tentoonstellingen die vaak vier of vijf sterren krijgen.

In 2015 verscheen jouw eerste boek Expeditie land art. Hoe is dit boek tot stand gekomen en is het je bevallen om een boek te schrijven?
Uitgeverij De Bezige Bij benaderde mij om een boek te schrijven over een zelfgekozen onderwerp. Het was een lang gekoesterde wens om een road trip te maken langs land art-werken in Amerika. Ik vroeg onbetaald verlof aan bij de krant en dankzij een bemiddelaarssubsidie van het Mondriaan Fonds kon ik vijf weken met een jeep op reis door het zuidwesten van de VS. Ik heb het boek met veel plezier geschreven, maar de combinatie van een fulltimebaan en het schrijven van een boek is mij wel zwaar gevallen. In 2015 had ik nauwelijks een sociaal leven. Zo’n bevalling hakt er wel even in. Maar inmiddels broeien er wel weer ideeën voor de toekomst.

Daarnaast ben jij ook mentor voor de Prijs voor Jonge Kunstkritiek?
Ik ben een groot voorstander van de Prijs voor Jonge Kunstkritiek en draag graag mijn steentje bij om de jonge generatie te motiveren. Zo hielp ik de afgelopen twee edities winnaars Laurens Otto en Brenda Tempelaar met onder andere het redigeren van teksten.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling of publicatie is je recentelijk opgevallen en waarom?
In Foam zag ik laatst Los Alamos van William Eggleston. Ik was erg onder de indruk van zijn fotos van het diepe zuiden van de VS. Het is een gebied waar ik zelf ook veel heb gereisd. Kijkend naar die vroege kleurenfotos van motels, diners, billboards en uithangborden, die Eggleston op haast terloopse wijze vastlegde, voelde ik diepe heimwee.

Even voorstellen… Laurie Cluitmans

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Laurie Cluitmans.

In december afgelopen jaar won jij de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek met het essay De mogelijkheid van een tuin. Wat was de aanleiding voor het schrijven van het stuk?
Samen met enkele kunstenaarsvrienden bezocht ik Derek Jarmans Prospect Cottage, de tuin en het buitenhuis van deze Engelse cineast, dichter en kunstenaar. Ik deed dit in de aanloop naar de tentoonstelling All Heal (Valerian) die te zien was in rongwrong, een kleine tentoonstellingsruimte in het hartje van Amsterdam. Kunstenaarstuinen fascineren me. Zo bezocht ik eerder de kunstenaarstuin Little Sparta van Ian Hamilton Finlay in Schotland. Om mij meer te kunnen richten op onderzoek en schrijven, heb ik in 2016 besloten om weg te gaan bij galerie Fons Welters. In een galerie maak je elke zes weken een andere tentoonstelling, met zo’n snelle omloop is er weinig ruimte voor verdieping. Momenteel richt ik me liever op het schrijven van meer substantiele stukken en het ontwikkelen van een eigen stem. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek geldt als mooi opstapje en gaf mij extra motivatie opnieuw te gaan schrijven.

Heb je veel reacties ontvangen na het winnen van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek?Meer dan ik had verwacht. Zo werd het stuk gepubliceerd in de Groene Amsterdammer en werd ik door Frieze gevraagd om een eerste stuk te schrijven, over Art Rotterdam Week. Het winnen van zo’n prijs zet je toch op de radar.

Waar houd je je momenteel mee bezig? Speelt schrijven daarin een grote rol?
Ik verdiep mij in hedendaagse kunstenaarstuinen en onderzoek de tuin als metafoor voor het nadenken over de samenleving. Komend jaar ben ik curator-in-residence in CCS Bard in New York, wat mij de kans geeft mijn onderzoek verder uit te werken, wellicht met een publicatie tot gevolg. Daarnaast zet ik mij in voor rongwrong, geef ik les aan het Sandberg Instituut en Design Academy Eindhoven en ben ik adviseur bij het Mondriaan Fonds.

Hoe kijk je tegen het huidige veld van kunstkritiek aan?
De weinig middelen die er zijn voor kunst en kunstkritiek gaan ten koste van de kwaliteit. Er lijkt meer en meer druk op de huidige tijdschriften en dagbladen te liggen om kunstkritiek snel en behapbaar over te brengen. Waarbij de grenzen tussen vermaak en kritiek vervagen. Het zou mooi zijn wanneer de verdieping en de long read weer ergens een plek zou kunnen krijgen.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling, boek of artikel is jou recentelijk opgevallen en waarom?
Ik bezocht recent de Contour Biennale in Mechelen, die dit jaar is samengesteld door Natasha Ginwala. Rondom het thema van sociale rechtvaardigheid brengt Ginwala artistieke praktijken samen met historische documenten en activisme. De tentoonstelling laat een veelvoud van stemmen horen, actueel en relevant voor onze huidige samenleving, zonder de esthetische component uit het oog te verliezen.

Jury AICA Oorkonde 2017

Jury AICA Oorkonde 2017 v.l.n.r. Laura van Grinsven, Edo Dijksterhuis en Joke de Wolf

De jury voor de AICA Oorkonde 2017 is onlangs samengesteld en bestaat uit Laura van Grinsven, Edo Dijksterhuis en Joke de Wolf.

De AICA Oorkonde wordt dit jaar uitgereikt aan de beste tentoonstelling gehouden in Nederland in de periode 2014-2016. De jury nomineert drie tentoonstellingen die bekend zullen worden gemaakt tijdens de jaarvergadering eind mei. AICA leden kunnen vervolgens stemmen op de nominatie van hun voorkeur.

De AICA Oorkonde wordt wisselend uitgereikt aan een publicatie, een tentoonstelling en een instelling. In 2014 werd de AICA Oorkonde, categorie tentoonstellingen, toegekend aan de tentoonstelling The Temptation of AA Bronson in Witte de With.

Over de juryleden:

Laura van Grinsven schrijft over hedendaagse kunst en filosofie voor tijdschriften (Metropolis Mo.a.) en voor verschillende kunstenaars. Als docent kunsttheorie en filosofie is ze verbonden aan de opleiding BEAR(ArtEZ).

Edo Dijksterhuis denkt, praat en schrijft over beeldende kunst, design en film. Zijn schrijfsels zijn onder andere te vinden in Het Parool, Museumtijdschrift, De Filmkrant, Zuiderlucht en ArtSlant. Omdat ook hobby’s een boek verdienen schreef hij onlangs De bierrevolutie (Terra, 2017).

Joke de Wolf studeerde kunstgeschiedenis en fotogeschiedenis in Amsterdam en Parijs, en schrijft wekelijks recensies over beeldende kunst- en fototentoonstellingen voor Trouw, soms ook over films of boeken, en voor De Groene Amsterdammer of andere media.