Art Rotterdam, Rijksakademie en Witte de With genomineerd voor AICA Oorkonde 2016

Art Rotterdam, de Rijksakademie en Witte de With zijn genomineerd voor de AICA Oorkonde 2016. De jury voor de AICA Oorkonde 2016 presenteerde onlangs deze shortlist met kunstinstellingen die excelleerden in de jaren 2013,-14 en -15. De 180 leden van AICA Nederland kunnen gedurende een maand stemmen op de nominatie van hun voorkeur. De jury voor de Oorkonde 2016 bestaat uit Mirthe Berentsen, zelfstandig schrijver, criticus en adviseur, als beleidsmedewerker verbonden aan de Raad voor Cultuur, Stefan Kuiper, kunst- en architectuurhistoricus, publicist, als recensent Oude Kunst verbonden aan de Volkskrant en Marina de Vries, hoofdredacteur Museumtijdschrift. Het juryrapport is hieronder te lezen.

Inleiding juryrapport

Hoe bijzonder, en lastig, is het leven van een jurylid. Buitengewoon bewust van zowel de mogelijkheid om een favoriete organisatie of instelling te nomineren, als de verantwoordelijkheid om in tijden dat de kunst onder druk staat een politiek statement te maken. En er staan nogal wat organisaties en instellingen onder druk. Een deel van deze presentatie-instellingen voor beeldende kunst maakt zware tijden door. De kleinere, veelal stedelijke musea kampen met karige budgetten en minimale bezettingen. Experiment, cross-over en innovatie gaan per definitie niet gepaard met de tegenwoordig noodzakelijke grote bezoekersaantallen.

Maar alleen een fixatie op het statement vonden we te mager. En dus ging het gesprek al gauw over kwaliteit, over de cruciale, onderscheidende en uitmuntende bijdrage aan zowel de actuele stand van zaken in de kunst als aan een breed publieksbereik. Het liefst nomineerden we organisaties of instellingen die nationaal en internationaal een stevige positie innemen, zowel in de afgelopen als naar grote waarschijnlijkheid in de komende jaren. En die de agenda niet volgen, maar bepalen. Oftewel: waarin een klein land groots kan zijn.

Vanuit de AICA geldt een aantal criteria. De te nomineren instelling moet een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling en het zichtbaar maken van hedendaagse kunst en het denken daarover in Nederland. Het gaat om Nederlandse musea of presentatie-instellingen, maar ook om fondsen, ondersteunende organisaties, onderwijsinstellingen, werkplaatsen en kunstenaarsinitiatieven. Verder is de oorkonde een erkenning van specialisten en moet de jury uit eerste hand bekend zijn met de genomineerden.

Het kunstlandschap overziend, kwamen we tot een longlist van tien organisaties of instellingen, die zich de afgelopen drie jaar hebben onderscheiden met een kwalitatief uitstekende, eigenzinnige en toegankelijke programmering of beleid. In willekeurige volgorde: Kunsthal Kade, Rijksakademie van beeldende kunsten Amsterdam, Art Rotterdam, Witte de With Center for Contemporary Art, Stedelijk Museum Amsterdam, Ronmandos Galerie, Vleeshal Centrum voor Hedendaagse Kunst, Foam, Marres Huis voor Hedendaagse Cultuur, Jan van Eyck Academie.

Voor de drie genomineerden vonden we naast een actieve bijdrage aan het tonen en verspreiden van actuele kunst, ook een unieke en constante positie van belang, zowel nationaal als internationaal, naast een herkenbare en sterke eigen signatuur. De drie uitverkorenen zijn totaal verschillend, maar elk op hun eigen gebied top-of-the-bill: Art Rotterdam, een kunstbeurs die zich al jaren onderscheidt door een grote diversiteit en het talent om samenwerkingen aan te gaan. De Rijksakademie van beeldende kunsten, die kunstenaars vanuit alle windstreken de mogelijkheid biedt om in relatieve rust te werken aan verdieping, innovatie en ondernemerschap en daarmee wereldwijd een unieke positie inneemt. En Witte de With Center for Contemporary Art, omdat juist in deze tijd de experimentele, internationale en standvastige kwaliteit van dit kunstcentrum van grote betekenis is voor het Nederlandse kunstklimaat.

De drie genomineerden, in alfabetische volgorde:

ART ROTTERDAM

art rotterdam_hr_1

foto: Geert Broertjes

Le Monde riep hem uit tot een van de beste kunstbeurzen van het afgelopen jaar, en The Huffington Post zette hem in de lijst van ‘beste winterbeurzen’ van 2016, maar De Jury wist het al veel langer: Art Rotterdam is een uitstekende beurs, naar binnen- en waarom niet? – ook buitenlandse maatstaven. Dat zit hem in de omvang van het evenement: flink, maar niet zo flink dat het je begint te duizelen, en, sinds enkele jaren, in de locatie, dat prachtige glazen slagschip dat de Van Nellefabriek is (het staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst). Het zit hem ook in het vermogen van de beurs om zichzelf aan te kleden met para-zakelijke initiatieven.

Dat vermogen, zo weet iedereen die Art Rotterdam de afgelopen edities bezocht, is groot. Binnen enkele jaren heeft Art Rotterdam, onder leiding van artistiek directeur en medeoprichter Fons Hof, zich getransformeerd van die-andere-beurs-naast-de-KunstRAI tot een conglomeraat van presentaties en activiteiten die de havenstad tot ’s lands toonaangevendste kunststad hebben opgewaardeerd. De randpresentatie met werk van startende kunstenaars die van het Mondriaan Fonds een Werkbijdrage Jong Talent ontvingen, Prospects and Concepts, hoewel wisselend van kwaliteit, is zo’n activiteit. Projections waar audiovisuele (lees: moeilijk verkoopbare) kunstwerken worden getoond een andere. Weer een andere: het ruimte bieden aan externe initiatieven als Club Solo (Breda) en presentaties van de Verbeke Foundation op het terrein van de fabriek. En dan zijn er nog de activiteiten elders in Rotterdam, officieel geen onderdeel van Art Rotterdam, maar wel ermee samenhangend en ontegenzeggelijk verrijkend, zoals afgelopen jaar: Joep van Lieshouts sculpturenpark (en volkstuinencomplex) AVL Mundo, een filmvertoning van Erik van Lieshout in de Pauluskerk, De Grote Kunstshow.

Overigens: de Rotterdamse selectie van galeries, zo’n honderddertig per editie, is prijzenswaardig. Zij omvat een aangename mix van binnen- en buitenlandse galeries (meer binnen- dan buitenlands), de meeste van hoog niveau, tonend: toegankelijke kunst, alsook conceptueel/minder makkelijk in het oog liggend werk. Anders gezegd: op Art Rotterdam kun je een vrolijk schilderij van Erik Mattijssen (bij Nouvelles Images) voor boven de eettafel kopen, maar ook die lastiger in het interieur in te passen glazen-bakstenen sculptuur van Maria Roosen (bij Fons Welters). Die diversiteit is zeer prettig voor bezoekers: na een bezoek (of meerdere bezoeken) heb je het gevoel helemaal bij te zijn qua Nederlandse contemporaine kunst.

En daar is behoefte aan, zo blijkt ook uit de bezoekerscijfers. Die stegen gestaag tot het punt dat verdere groei niet mogelijk lijkt: van 16.000 in 2013 tot 21.500 in 2014 tot 25.000 in 2016.

RIJKSAKADEMIE VAN BEELDENDE KUNSTEN

Rijksakademie_Open_2014_01

De Rijksakademie is een hogere kunstopleiding met postdoc-status, maar waag het niet om de deelnemers studenten te noemen. De talenten die zich hier vanuit de hele wereld aanmelden, en mogelijk door de selectie komen, zijn immers al geschoold, en hebben al gekozen voor het beroep kunstenaar.

Waarom ze als resident-artist naar de Rijksakademie komen? Omdat het kunstenaarsberoep een eenzaam beroep is, omdat het na de opgedane basisvaardigheden lastig is om op eigen houtje een volgende, nieuwe stap te zetten en het eigen werk naar een hoger plan te tillen. Het is in de wereld ongekend om een of twee jaar in relatieve rust en onder begeleiding van gerenommeerde collega’s verder te schaven aan het eigen werk en het ondernemerschap verder te ontwikkelen. Niet alleen tijd en intellectuele expertise, maar ook ruimte, geld en goed geoutilleerde werkplaatsen met hooggekwalificeerde technici staan de deelnemers ter beschikking. De mogelijkheid voor deelnemers om zich volledig te concentreren op het eigen werk, tijdelijk losgezongen van de vraag of het geld oplevert, de mogelijkheid om een sterke, eigen signatuur te ontwikkelen in de geboden ruimte voor vernieuwing, verdieping en experiment na een paar jaar beroepservaring, geven de Rijksakademie internationaal gezien een unieke positie. Wat ook van doorslaggevend belang is voor zowel het eigen werk als voor de carriere is de mix van residents van Afrikaans tot Aziatisch en van Amerika tot Nederland. De uitwisseling van gedachten, opvattingen en kennis, en het smeden van een internationaal netwerk dragen substantieel bij aan kwaliteit, wederzijds begrip en carrieremogeljkheden. Daarbij beperkt de expertise van de Rijksakademie zich niet tot een enkele discipline, maar worden alle disciplines bestreken, en cross-overs aangemoedigd.

Dat de Rijksakademie vaak van doorslaggevend belang is voor de ontwikkeling van artistiek talent en substantieel bijdraagt aan een internationale doorbraak, staat vast. Het aantal kunstenaars dat na de Rijksakademie danwel in Nederland danwel elders in de wereld zijn vleugels uitslaat en een langdurige en bloeiende loopbaan in het taaie kunstenaarsberoep tegemoet gaat, is groot. Hun werk komt terecht in de Nederlandse galeries en musea, maar ook op belangrijke biennales, de documenta en grote, buitenlandse musea. Onder de belangrijkste kunstenaars van de wereld bevindt zich een aanzienlijk aantal voormalige Rijksakademie-residents.

De jury vindt het bijzonder dat deze instelling, ondanks de voortdurende onrust vanwege bezuiniging, al zo vele jaren van constante, hoge kwaliteit is.

De combinatie van professionaliteit op intellectueel en vaktechnisch gebied, de actuele stellingname, en de mix van deelnemers maken de Rijksakademie tot een onderscheidend topinstituut en een belangrijke speler in de internationale kunstwereld. Ook voor het niveau van en het debat over hedendaagse kunst in Nederland is de Rijksakademie onmisbaar.

WITTE DE WITH CENTER FOR CONTEMPORARY ART

cea4f827-9f41-4ab4-8415-78a9397bdba1

Sinds de oprichting in 1990 heeft de Rotterdamse instelling Witte de With een bijzondere en unieke rol in het Nederlandse kunstenveld weten in te nemen. De grote kracht van Witte de With ligt in de experimentele, internationale en standvastige kwaliteit evenals in de ongrijpbaarheid van de instelling. Is het een museum voor moderne en hedendaagse kunst, een galerie, een debatcentrum, onderzoeksinstelling of kunstenaarsinitiatief? Op geheel eigen wijze leveren zij een bijdrage aan het ontdekken en presenteren van zowel de jonge als de gevestigde orde, door baanbrekende en vooruitziende tentoonstellingen, events en manifestaties te organiseren. Daarbij slaan ze op een experimentele, intellectuele maar niet onbegrijpelijke manier een brug tussen theorie en praktijk, werk en kunstenaar, concept en thema.

Bij Witte de With staat de samenwerking centraal en krijgen individuele kunstenaars, curatoren, schrijvers, academici en lokale en internationale kunstinstellingen de gelegenheid om hun concepten in vrijheid uit te werken en te presenteren. Tegelijkertijd is er bij Witte de With ruimte voor een breder debat over kunst en haar functie in de politiek en samenleving, op zowel een lokaal als mondiaal niveau. Dit blijkt onder meer uit het hoge niveau van de publicaties en de talloze (inter)nationale samenwerkingen met academies, instellingen en musea. Zoals dOCUMENTA, New Museum, MAMA, de Neue Nationalgalerie, Royal College of Art, De Appel en het Asia Art Archive.

Witte de With is door het aantrekken van (inter)nationaal toonaangevende curatoren, kunstenaars, schrijvers en bovendien directeuren constant in staat om een dialoog aan te gaan met de internationale kunstwereld en een belangrijke speler te zijn zowel binnen als buiten de landsgrenzen. Zo heeft de artistieke visie van de huidige directeur Defne Ayas ervoor gezorgd dat Witte de With in de afgelopen jaren steeds toegankelijker is geworden. Na jaren van splendid isolation is het gelukt om steeds meer bezoekers naar het pand aan de Witte de Withstraat te krijgen, zowel professionals, toeristen, als ‘gewone Rotterdammers’. Direct zichtbaar is deze openheid in het gestegen aantal jaarlijkse bezoekers van 36.000 (een stijging van 60 procent ten opzichte van 2011).

Toen na het eerste kabinet Rutte de gevolgen van de bezuinigingen geleidelijk steeds duidelijker voelbaar werden in de gehele culturele sector, was Witte de With in staat om een goede en hoge kwaliteit te behouden, voldoende eigen inkomsten te genereren en niet te kiezen voor een veilige en slechts commercieel interessante programmering. Dit resulteerde in een aantal prachtige tentoonstellingen, projecten en publicaties zoals Art in the Age of… met werken van onder meer James Bridle, Claire B. Evans en Thomson & Craighead, The Temptation of AA Bronson, die de AICA oorkonde voor beste tentoonstelling in 2014 ontving, Bit Rot met werken van en verzameld door Douglas Coupland, The Crime Was Almost Perfect over misdaad en esthetiek en de huidige tentoonstelling WERE IT AS IF van Bik Van der Pol.

juni 2016

Voor het persbericht klik hier: Lees verder

Oproep: de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016

Jonge kunstcritici tot 35 jaar worden van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de vijfde editie van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een stimuleringsprijs voor een nieuwe generatie critici en essayisten uit het Nederlands-Vlaams taalgebied, die schrijft over hedendaagse beeldende kunst. De prijs is een initiatief van de Appel arts centre Amsterdam, Witte de With Center for Contemporary Art Rotterdam en het Mondriaan Fonds, in samenwerking met Stedelijk Museum Amsterdam, STUK – Huis voor Dans, Beeld en Geluid Leuven, M HKA – Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen en Van Abbemuseum Eindhoven. Met deze prijs willen de organisatoren investeren in de toekomst van een hoogstaand kunstdiscours dat, zonder verlies van kwaliteit, ook toegankelijk is voor lezers met minder expertise op dit gebied. In 2016 wordt de prijs ondersteund door (media)partners De Groene Amsterdammer, Knack, H_ART, Metropolis M, Rekto:Verso, Tubelight, Exhibitionist, AICA Nederland, Domein voor Kunstkritiek en De Nieuwe Garde.

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek richt zich op jonge schrijvers (tot 35 jaar). Naast een geldprijs per categorie, krijgen de winnaars ook een persoonlijke mentor aangeboden die hen een jaar lang intensief begeleidt bij het maken van keuzes en het realiseren van nieuwe kritieken. Daarnaast worden praktische beloningen beschikbaar gesteld door de partners van de prijs in de vorm van bijvoorbeeld een residentie, masterclass, begeleidingstraject, of een gerichte schrijfopdracht. De winnende teksten worden gepubliceerd in samenwerking met de mediapartners. Deelname is mogelijk in drie onderdelen. Naast de bestaande onderdelen Essay en Recensie formuleert de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek voor deze vijfde editie van de prijs een open categorie ter stimulering van Innovatieve Kritiek, in navolging van een categorie Internetkritiek (2010) en Visuele Kritiek (2012). Hierbij volgt de prijs de meest actuele ontwikkelingen in de nationale en internationale (kunst)journalistiek, waarin nieuwe en hybride vormen ontstaan die samenhangen met mogelijkheden die de zogenaamde nieuwe media bieden. Alle mogelijke vormen van kunstkritiek kunnen hierbij aan de orde komen, van gecombineerde kritieken die gebruikmaken van tekst en beeld, tot innovatieve en mogelijk interactieve vormen van (visuele) kritiek en besprekingen via blogs, Twitter, Facebook, Instagram, YouTube, en andere media.

Als startschot voor de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 is voormalig prijswinnaar Thijs Lijster (freelance schrijver voor o.a. De Groene Amsterdammer, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de RUG, en winnaar van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2010) uitgenodigd om zijn visie op het belang van de kunstkritiek toe te lichten. Lijster verkent wat voor hem de belangrijkste bestanddelen zijn voor goede kunstkritiek. Hierin stelt hij onder andere, verder bouwend op zijn bevindingen uit de publicatie Spaces for Criticism (Valiz, 2015), dat kunstkritiek ook een vorm van cultuur- dan wel maatschappijkritiek moet zijn. De vraag rijst of dit strijdig zou zijn met de dienstbaarheid van de criticus aan het kunstwerk, en of hiermee het kunstwerk tot conversation piece wordt gereduceerd. Dit is niet het geval, of hoeft niet zo te zijn, betoogt Lijster. Sterker nog: Het kunstwerk wordt juist onrecht aangedaan wanneer het zuiver esthetisch wordt opgevat.

Naast Thijs Lijster zal ook Birgit Donker (directeur Mondriaan Fonds) haar opvattingen over de kunstkritiek delen in De Groene Amsterdammer. In het kader van de stimuleringsprijs voor Innovatieve Kritiek verkent Donker de actuele ontwikkelingen en houdt ze een pleidooi voor experiment met nieuwe vormen van online media in de kunstkritiek en daarbuiten.

Prijzen

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek wil jonge kunstcritici de mogelijkheid bieden hun talenten verder te ontwikkelen en ze een extra duwtje geven in de richting van een professionele loopbaan. Daarom zullen de winnaars van de hoofdprijs in de kernonderdelen Recensie en Essay opnieuw, naast een geldprijs van 2.500 euro per categorie, ook een persoonlijke mentor aangeboden krijgen die hen een jaar lang zal begeleiden in het schrijven en realiseren van nieuwe kritieken. Wie deze mentoren zullen zijn, wordt binnenkort bekendgemaakt. Aan de winnaar van de stimuleringsprijs Innovatieve Kritiek wordt eveneens 2500 euro uitgereikt. Naast deze hoofdprijzen worden onder de genomineerden verschillende extra prijzen uitgereikt en (publicatie)mogelijkheden aangeboden, waaronder:

– Het winnende essay zal worden gepubliceerd in De Groene Amsterdammer;

– Volledig bekostigd bezoek aan een (buitenlandse) biennale, tentoonstelling of manifestatie, t.b.v. een betaalde schrijfopdracht voor Metropolis M;

– Een van de winnende essays zal worden vertaald t.b.v. publicatie op de internationale website van AICA;

– Begeleidingstraject van De Nieuwe Garde, stimuleringsplatform voor essayisten;

– Een schrijfopdracht voor de Prix de Rome 2017 via het Mondriaan Fonds;

– Alle genomineerden krijgen een gratis lidmaatschap van Club Witte de With en de Appel Club.

Inzendingseisen en Jury

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 is bedoeld voor talent onder de 35 jaar. De initiatiefnemers roepen op tot bijdragen die getuigen van het vermogen om op een genuanceerde en verdiepende manier een kritische mening uit te dragen. Deelnemers kunnen inzenden in de onderdelen Essay, Recensie en Innovatieve Kritiek. De inzendingen worden in alle onderdelen?beoordeeld op stijl, coherentie, opbouw, (contextuele) informatie en toegankelijkheid. Voor de categorie Innovatieve Kritiek wordt verder gelet op creativiteit, relatie vorm-onderwerp, kritisch vermogen en visuele meerwaarde. Voor deze derde, open categorie worden geen eisen gesteld aan lengte of (technisch) format. Inzendingen Innovatieve Kritiek mogen individueel gemaakt worden, maar ook in teams.

Meer informatie over de criteria en voorwaarden is te vinden op http://jongekunstkritiek.net

De jury van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 staat onder voorzitterschap van Sandra Smallenburg (kunstredacteur bij NRC Handelsblad) en bestaat verder uit Jan Postma (kunstcriticus en kunstredacteur bij De Groene Amsterdammer en oud-hoofdredacteur van Hard//Hoofd), Wouter Hillaert (freelance criticus en podiumredacteur bij Rekto:Verso), Max Bruinsma (onafhankelijk design- en kunstcriticus), Anne Ruygt (freelance curator, onderzoeker en schrijver) en Dave Mestdach (filmcriticus Knack Focus). Deelnemen aan de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 kan door je inzending te mailen naar inzending@jongekunstkritiek.net.

De deadline voor inzendingen is 1 september 2016.

De uitreiking van deze vijfde editie van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek zal plaatsvinden in december 2016 bij het M HKA – Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen.

Meer informatie:

www.jongekunstkritiek.net

info@jongekunstkritiek.net

Negatieve adviezen Raad voor Cultuur verandert landschap instellingen voor hedendaagse kunst dramatisch

150908-AICA-woordmerk-1

De Raad voor Cultuur heeft zijn advies in het kader van de Culturele Basis infrastructuur (BIS) voor de periode 2017-2020 afgeleverd voor onder meer de presentatie instituten op het gebied van hedendaagse kunst. Vier belangrijke instellingen worden zeer verschillend beoordeeld.

BAK Basis voor Actuele Kunst in Utrecht en Witte de With in Rotterdam hebben een positief advies gekregen vanwege hun relevante artistieke programma. Bij Witte de With worden speciaal uitgelicht het actieve en succesvolle educatieve programma en de toekenning van de AICA oorkonde 2014 voor de tentoonstelling ‘The Temptation of A.A. Bronson’.

De Appel in Amsterdam en Stroom Den Haag hebben beiden een negatief advies gekregen en krijgen, als het aan de Raad ligt, geen subsidie meer. Stroom vanwege de onduidelijke positie binnen Den Haag als zowel presentatie instituut als adviesorgaan voor de gemeente, maar vooral omdat de eigen inkomsten norm met 11 % onder de norm blijft van de vereiste 19,5 %. De Appel krijgt een negatieve beoordeling wegens ‘ontoegankelijke tentoonstellingen’ en het artistieke programma dat, volgens de Raad, een behoudende koers volgt. Het verwijt dat aan De Appel wordt gemaakt is, dat de problemen rond het vertrek van de directeur, m.a.w. de positie van het bestuur ten opzichte van de artistieke leiding, niet wordt gereflecteerd in de subsidieaanvraag. Dit geeft de Raad blijkbaar geen vertrouwen in de toekomstige bestuursstructuur.

Met deze adviezen en beoordelingen verandert het landschap, althans in de randstad, van de presentatie instellingen voor hedendaagse kunst dramatisch. Wellicht dat de gemeenten nog te hulp kunnen schieten. Echter, een negatief advies van de RvC is geen goede instap voor een positief advies op lokaal niveau.

 

Presentatie twee delen Kunstkritiek in Nederland 1885-2015

kunstkritiekrealisme
nai010 uitgevers en Museum MORE organiseren een
speciale middag over de ontvangst van het realisme in de jaren twintig
en dertig in Nederland op vrijdag 27 mei 2016 om 14.00 uur in de
evenementenzaal van Museum MORE.

Tijdens deze middag zullen twee delen uit de reeks Kunstkritiek in
Nederland 1885-2015 worden gepresenteerd:
Jan de Vries en Marijke de Groot, Van sintels vuurwerk maken.
Kunstkritiek en moderne kunst 1905-1925
Mieke Rijnders, Realisme in Nederland. Critici kiezen positie
1925-1945

AICA Nederland is ondersteunend partner in de reeks uitgaven Kunstkritiek in Nederland.

Programma
Welkom door Ype Koopmans, artistiek directeur van
Museum MORE.
Peter de Ruiter, initiatiefnemer en hoofdredacteur van de
reeks Kunstkritiek in Nederland 1885-2015 geeft een toelichting
op de serie.
Jan de Vries, Een nieuwe realiteit: modernisme, abstractie
en realisme
. De Vries bespreekt hoe het modernisme in de
schilderkunst aan het begin van de twintigste eeuw een opstap
was voor een nieuwe weergave van de werkelijkheid en hoe de
critici dit proces interpreteerden en beoordeelden.
Mieke Rijnders,De terugkeer van het realisme in het brandpunt
van de artistieke actualiteit in Nederland
. Rijnders laat
zien welke rol Nederlandse kunstcritici speelden in de doorbraak
van het nieuwe realisme en bij het aanwijzen van boegbeelden
als Pyke Koch en Carel Willink. Hoe definieerden zij
de artistieke betekenis van deze tendens tijdens het interbellum
en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog?
Overhandiging eerste exemplaar.
Afsluiting met een drankje.
Datum: vrijdag 27 mei, inloop vanaf 13.30.
Locatie: Evenementenzaal, Museum MORE, Hoofdstraat 28,
7213 CW Gorssel.
Toegang: Voor dit evenement is de entree gratis, graag even melden bij
de receptie.
Reserveren: Het aantal plaatsen is beperkt. Wij verzoeken u vriendelijk
u z.s.m. aan te melden per e-mail: rsvp@nai010.com met uw volledige
naam, telefoonnummer en vermelding van 27 mei.

Jury AICA Oorkonde 2016: Marina de Vries, Stefan Kuiper en Mirthe Berentsen

AICA Oorkonde jury 2016: Mirthe Berentsen, Stefan Kuiper, Marina de Vries. Foto: Stefanie Smulders

AICA Oorkonde jury 2016: Mirthe Berentsen, Stefan Kuiper, Marina de Vries. Foto: Stefanie Smulders

De jury voor de AICA oorkonde 2016 is onlangs samengesteld en bestaat uit Marina de Vries, Stefan Kuiper en Mirthe Berentsen. De AICA Oorkonde wordt dit jaar uitgereikt aan een beeldende kunst instelling die zich in de meest gunstige zin heeft onderscheiden in de jaren 2013, 2014 en 2015. De jury nomineert drie instellingen, AICA leden kunnen vervolgens stemmen op de nominatie van hun voorkeur. De nominaties worden bekend gemaakt in de loop van komende juni.

De AICA Oorkonde wordt wisselend uitgereikt aan een publicatie, een tentoonstelling en een instelling. In 2013 werd de Oorkonde toegekend aan De Hallen Haarlem, in 2014 aan Witte de With voor de tentoonstelling The Temptation of AA Bronson en in 2015 aan Maria Rus Bojan en Alessandro Cassin voor de publicatie Whispers, Ulay on Ulay.

Over de juryleden:

Marina de Vries is hoofdredacteur van Museumtijdschrift, en werkte eerder voor onder meer de Volkskrant, Het Parool en Virtueel Museum Zuidas.

Stefan Kuiper studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen (cum laude). Hij leverde bijdragen aan verscheidene publicaties en catalogi en werkte voor/publiceerde in o.a. De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, Trouw, De Standaard, De Morgen, Museumtijdschrift, Kunstbeeld en Kunstschrift. Momenteel is hij de vaste recensent oude kunst bij De Volkskrant.

Mirthe Berentsen is schrijver, criticus en adviseur op het gebied van beeldende kunst, literatuur en internationaal cultuurbeleid, voor verschillende (inter)nationale publicaties, bedrijven en organisaties. Met een achtergrond in de vergelijkende taal- en literatuurwetenschap werkt(e) zij onder meer als beleidsmedewerker Culturele Zaken op de Nederlandse ambassade in Berlijn en de Raad voor Cultuur en schrijft zij o.a. voor: Vrij Nederland, NRC, de Groene Amsterdammer, Metropolis M, Modern Painters, LEAP en Sleek Magazine.

Verslag AICA Symposium Het Nieuwe Netwerk

Rosa Menkman (foto Henri Sandront)

Rosa Menkman (foto Henri Sandront)

AICA Nederland organiseerde op vrijdag 22 januari 2016 in het Stedelijk Museum in Amsterdam een symposium onder de titel Het Nieuwe Netwerk over netwerken in de digitale ruimte ten aanzien van kunst en kunstkritiek. Hoe verandert het internet, als netwerk, de wereld van de kunst en de kunstkritiek?

Door Anna van Leeuwen

‘Online kunstkritiek is here to stay’, zegt Robert-Jan Muller, voorzitter van AICA Nederland, als aftrap van het symposium. Het was de conclusie van de AICA Dag van de Kunstkritiek (2009), waarop deze samenkomst een vervolg is.

Eerste spreker Leontine Coelewij heeft als samensteller van de tentoonstelling van Seth Siegelaub: Beyond Conceptual Art uitgebreid onderzocht hoe hij te werk ging. Want hoe netwerk je in het pre-digitale tijdperk? Opvallend is dat Seth Siegelaub destijds al schreef: ‘information is going back and forth so quickly’.
Interessant zijn de aantekeningen van een van Siegelaubs reizen naar Europa: een lijstje waarop hij bijhield wie hij waar ontmoette. Hij was goed in het onderhouden van zijn netwerk, legt Coeleweij uit: door te bellen en brieven te schrijven. Siegelaub beschouwde zich als een consultant en dacht ook aan marketing. Zo werd voorafgaand aan de January Show (in 1969) een heuse fotoshoot met de deelnemers georganiseerd.
Robert Jan Muller vraagt naar aanleiding van Coeleweijs verhaal hoe die dynamiek van Seth Siegelaub als persoon is terug te vinden in de Egress foundation.
Hier geeft Leontine Coeleweij het woord aan Marja Bloem, huidig beheerder van de Egress foundation en partner Siegelaub. Ze legt uit dat de naam van de stichting voortkomt uit een anekdote uit de circuswereld. Als er een bordje werd geplaatst: ‘Egress this way’ hadden mensen soms niet door dat daarmee de uitgang werd bedoeld. Ze stonden onverwachts buiten. Dit begrip koos Siegelaub omdat het aangeeft dat ‘alle opties open zijn’. ‘Je kunt er alle kanten mee op’, legt Bloem uit. Om dezelfde reden koos hij voor zijn uitgeverij de naam ‘International General’.

Thijs Lijster
is uitgenodigd naar aanleiding van het essay dat hij met Pascal Gielen schreef in het boek Spaces for Criticism-Shifts in Contemporary Art Discourses. Er is volgens hen sprake van een de-lokalisering en de-historisering van de kunstkritiek. Er is geen sprake van een crisis, maar van een verschuiving. In Walter Benjamins essay Der Erzaehler (1936) beschreef hij het einde van de verhalenvertellers. Hij onderscheidde twee archetypes: de handelsreiziger en de huismus.Lijster en Gielen vergelijken deze archetypes met twee traditionele rollen die de criticus kan aannemen: die van reiziger naar internationale tentoonstellingen etc., en die van historicus.

De Britse sociaal-theoreticus David Harvey heeft beschreven dat een van de kenmerken Lees verder

Het Nieuwe Netwerk: AICA symposium in het Stedelijk Museum

 

tumblr_lqcj4cPJjW1qzhns7o1_1280

AICA Nederland organiseert op vrijdag 22 januari 2016 in het Stedelijk Museum een symposium onder de titel Het Nieuwe Netwerk over netwerken in de digitale ruimte ten aanzien van kunst en kunstkritiek.

Mede naar aanleiding van de huidige tentoonstelling over Seth Siegelaub, netwerker pur sang van een analoog tijdperk, komen in deze bijeenkomst vragen aan de orde over de status en veranderende wijze van communicatie in het digitale tijdperk. Hoe verandert het internet, als netwerk, de wereld van de kunst en de kunstkritiek?

Leontine Coelewij, conservator van de Siegelaub tentoonstelling en auteur van het essay ‘The rules and the game: the legacy of Seth Siegelaub’ in de catalogus, zal spreken over het netwerk van Siegelaub in de jaren zestig en zeventig en het netwerken in deze tijd door curatoren en kunstcritici.

Thijs Lijster, verbonden aan het Research Centre Arts in Society, Universiteit van Groningen, zal ingaan op de notie van distantie in de kunstkritiek. Een kritische afstand is altijd cruciaal geweest in kunstkritiek, maar met het internet zit iedereen overal continu met zijn neus bovenop. Lijster publiceerde hierover in de recente Valiz-uitgave Spaces for Criticism.

Rosa Menkman staat als digitale kunstenaar en onderzoeker aan Goldsmiths met twee benen in het nieuwe netwerk. Menkman treedt op als curator van tentoonstellingen rondom resolutions en zal spreken over het opzetten van de Critical Writing Academy, een academy die plaatsvindt tijdens events zoals Sonic Acts, die ter plaatse online verslag geeft, met input van experts.

Het symposium vindt plaats vrijdag 22 januari van 17-18.30 uur in het Teijin auditorium van het Stedelijk Museum. AICA Nederland organiseert de bijeenkomst in samenwerking met het Public Program van het Stedelijk Museum. AICA leden hebben gratis toegang op vertoon van hun AICA pas en krijgen na afloop een drankje aangeboden.

AICA leden kunnen zich aanmelden bij Niels van Maanen aicanederland@gmail.com

Meer informatie website Stedelijk Museum http://www.stedelijk.nl/agenda/forum/aica-het-nieuwe-netwerk

Sprekers:
– Introductie Robert-Jan Muller, voorzitter AICA Nederland;
– Leontine Coelewij, conservator Stedelijk Museum;
– Thijs Lijster, Coordinator Research Centre Arts in Society, Universiteit van Groningen en mede-auteur van de Valiz uitgave ‘Spaces for Criticism – Shifts in Contemporary Art Discourses’;
– Rosa Menkman, kunstenaar en onderzoeker aan Goldsmiths University of London, Department of Art.

Voertaal is Nederlands

(illustratie Rosa Menkman)

Arttable Symposium: (Hard Talk on) Soft Power 26 november in het Rijksmuseum

Titia Ex, Bloem uit het Universum, 2010

Titia Ex, Bloem uit het Universum, 2010

Arttable Nederland viert het 10-jarig jubileum met een internationaal symposium in het Rijksmuseum op 26 november voorafgaand aan de opening van het Amsterdam Art Weekend.

Het symposium is zowel een expert meeting voor professionals op het gebied van kunst, cultuurbeleid en internationale betrekkingen, als een openbaar publieksevenement.

Voor alle informatie en inschrijven: http://www.arttablenederland.nl/symposium-2015

Soft Power

Onderwerp van het symposium is het begrip Soft Power, in de jaren negentig gemunt door de Amerikaanse politieke denker Joseph Nye als het vermogen om de ander te overtuigen van bepaalde waarden en idealen, zonder dit af te dwingen met de Hard Power van spierkracht, wapens of geld.

In deze huidige tijd van conflict en crisis zijn de zg. zachte krachten van kunst en cultuur belangrijker dan ooit tevoren. Steeds meer landen en overheden beginnen dit te beseffen, kijk naar de musea, kunstbeurzen en internationale tentoonstellingen die overal in de wereld uit de grond worden gestampt. Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling een aantal vragen op: Wat is er soft aan de kunsten als deze instrumenteel worden gebruikt om andere doelen (militair, economisch, geopolitiek) te bereiken?

Een ander aspect dat tijdens het symposium wordt besproken, is de rol van vrouwen in dit krachtenveld. Soft power is gebaseerd op verleiden en onderhandelen, op samenwerken en wederzijds begrip, een stijl van leidinggeven die bij uitstek past bij vrouwen. Maar is Soft Power wel zo vrouwelijk? Bestaat er een zg. vrouwelijke manier om macht uit te oefenen?

Prominente sprekers
Deze en andere vragen worden besproken door een keur aan internationale sprekers, waaronder: John Holden (Britse publicist over culturele diplomatie), Renilde Steeghs (ambassadeur Internationale Culturele Samenwerking), Beatrix Ruf (directeur Stedelijk Museum Amsterdam), Wim Pijbes (directeur Rijksmuseum), Hedwig Saam (directeur Nationaal Militair Museum), Hedwig Fijen (directeur Manifesta), Abdellah Karroum (directeur Mathaf, Qatar), Reem Fadda (curator Guggenheim Museum Abu Dhabi), Touria El Glaoui (oprichter en directeur 1:54 Contemporary African Art Fair), Katerina Gregos (onafhankelijk curator en artistiek directeur Art Brussels), Clémentine Deliss (onafhankelijk curator en Fellow of the Institute of Advanced Study in Berlijn), Defne Ayas (directeur Witte de With), Guus Beumer (directeur Het Nieuwe Instituut), Saskia Bos (decaan The Cooper Union, New York), Barbara Visser (kunstenaar en voorzitter van de Akademie van Kunsten), Vinca Kruk / Metahaven (Studio for Design and Research), Wendelien van Oldenborgh (kunstenaar) en anderen. Moderator: Stephan Sanders

 

Symposium het Transhistorisch Museum in De Hallen Haarlem op 13 november

Rineke Dijkstra, Frans Hals Museum

Rineke Dijkstra, Frans Hals Museum

 

 

 

 

 

 

 

In samenwerking met M – Museum Leuven organiseert het Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem het internationale researchproject The Transhistorical Museum, objects, narratives and temporalities. Op vrijdag 13 november 2015 vindt een eerste verkennend symposium plaats in de gehoorzaal van Teylers Museum Haarlem (klik hier voor het volledige programma). Tevens wordt in samenwerking met de Nederlandse en Belgische afdeling van AICA (Internationale Vereniging van Kunstcritici) een ‘call for papers’ gelanceerd.

In collectiepresentaties en tentoonstellingen wereldwijd experimenteren tentoonstellingsmakers steeds vaker met transhistoriciteit. Zij combineren objecten uit verschillende periodes en culturele contexten met elkaar en stellen daarmee traditionele kunsthistorische categorisaties ter discussie. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe inzichten en grensoverschrijdende interpretaties van individuele objecten in relatie tot hun context.

Hoe ga je als museum om met objecten uit verschillende periodes? Hoe ken je hedendaagse betekenis toe aan kunstwerken die uit verschillende sociale en culturele contexten afkomstig zijn? Museale begrippen als ‘het encyclopedische museum’ en ‘Wunderkammer’ worden in dit researchproject ter discussie gesteld, aan de hand van vragen als: Draagt een transhistorische benadering van de tentoonstelling bij aan voortschrijdend inzicht in de diverse betekenissen van kunstvoorwerpen? Wat leren we van historische kunstwerken als we ze door de lens van hedendaagse artistieke productie bekijken en vice versa? Hoe kunnen we hier nieuwe educatieve modellen mee ontwikkelen en dergelijke tentoonstellingen aan het publiek presenteren?

Om ontwikkelingen in kaart te brengen en kennis te produceren over dit actuele onderwerp, organiseren beide musea op 13 november 2015 een researchsymposium te Haarlem. Op 25 februari 2016 volgt een tweede symposium in Leuven. In de herfst van 2016 zal ook een gezamenlijke publicatie over het onderwerp het licht zien. In de symposia komt een internationaal gezelschap van theoretici, kunsthistorici, curatoren en kunstenaars uit verschillende disciplines bijeen voor keynote lezingen, case studies, en paneldiscussies.

De voertaal van dit researchproject is Engels. Wie mee wil denken over dit onderwerp is van harte uitgenodigd een voorstel in te dienen voor een (Engelstalige) paper via papers@franshalsmuseum.nl. Hieruit selecteert een vakjury inzendingen voor deelname aan deel II van het researchproject: het symposium op 25 februari 2016 te Leuven en/of opname in de bijgaande publicatie die eind 2016 gepland staat.

Voor tijden, toegangskaarten en informatie over de Call for papers klik op http://www.dehallen.nl/nl/symposium/

Alessandro Cassin: Thoughts on ‘Whispers: Ulay on Ulay’

Maria Rus Bojan and Alessandro Cassini

Maria Rus Bojan and Alessandro Cassini

Alessandro Cassin, co-author with Maria Rus Bojan, of the AICA Netherlands’ award winning publication ‘Whispers: Ulay on Ulay’, held this speech at the award ceremony in Amsterdam on September 18th.

 

 

 

 

 

Good Evening
I am deeply honored that your association has chosen to award this prize to our book. I would like to thank Maria Rus Bojan for getting me on board, Ulay for his trust and open heart, and the publisher, Valiz.

Over the last few decades, information on contemporary art has grown exponentially but despite the proliferation of books and media attention of all sorts, it is rare to hear an artist speak with the openness and wealth of details, you will find in this book.

I believe Whispers is a book for both the present and the future.
For the present it provides an enthralling immersion into Ulay’s world filled with self-revelatory narration and images.
For the future it offers a treasure trove of first hand information, for anyone intending to further study his work, or to write his biography.

My involvement in this project has been a rich, multi-layered experience.

Culminating 15 years of cultural reporting for magazines, it presented me with a very different route: the length and scope of the interviews conducted with Ulay over three years, allowed for a vertical descent into the depth of a body of work and the life of a person, in contrast to the horizontal skimming of the surface to which a magazine interview is limited.

Ulay is a compelling racconteur, with a formidable memory and uninhibited willingness to reveal the meandering paths of his life and work.
In editing and organizing the countless hours of taped interviews, my goal was to re-create the experience of being in conversation with him: to capture his ‘voice’, his radical vision, his outlandish humor.

As a German living in the Netherlands, Ulay has used English fluently for many years, developing often poignant grammatical and syntactical idiosyncrasies that I have tried to preserve, as an integral part of his voice.

This book documents-in Ulay’s own words-his coming to Amsterdam in search of himself in the tumultuous seventies, and his long, uncompromising career thereafter, across time and place.
In looking at life with the candor of a child, yet the determination of an innovator, he has adhered to his principles with rare coherency and rigor, no matter the cost to himself.

The criteria for constructing the chapters was not chronological but rather, an attempt to identify larger recurring themes.

David Sylvester’s groundbreaking interviews with Francis Bacon, published in 1975, proved that book-length interviews with an artist could be both gripping and revelatory. I believe this book takes that concept, one steps further.

I would like to leave you with a short poem by the great Palestinian poet Taha Muhammad Ali, which relates to the simplicity and beauty I have found in Ulay’s vision.

And so
It has taken me
All of sixty years
To understand
That water is the finest drink,
And bread the most delicious food,
And that art is worthless
Unless it plants
A measure of splendor in people’s hearts.

(Taha Muhammad Ali, from So What, collected poems 1971-2005)