Over AICA

Achtergrond
AICA werd opgericht in 1948/49 tijdens twee bijeenkomsten van kunsthistorici, kunstcritici en curators in het hoofdkantoor van de UNESCO in Parijs. De bijeenkomsten gingen over de vraag wat kunstkritiek kon betekenen in een tijd van wederopbouw en koude oorlog, en wat de verantwoordelijkheid was van critici ten opzichte van kunstenaars en publiek. Alle toonaangevende critici uit die tijd waren aanwezig, zoals René Berger, André Chastel, Jorge Crespo de la Serna, Bülent Espevit, Charles Estienne, Abraham Marie Hammacher, Miroslav Micko, Sergio Milliet, Sir Herbert Read, Pierre Restany, John Russell, Ryszard Stanislawski, James Johnson Sweeney, Lionello Venturi en Marcel Zohar. Behalve Hammacher stonden ook de Nederlanders Hans Jaffé en Magda van Emde Boas aan de wieg van de AICA.

In 1951 kreeg de Association Internationale des Critiques d’Art Critics (AICA) de status van NGO in de UNESCO. Momenteel zijn er meer dan 61 landen aangesloten, voornamelijk in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Australië en het Verre Oosten.
AICA streeft ernaar om ook landen uit het Midden-Oosten en Afrika, Oost-Europa en het Indiase subcontinent te interesseren voor een lidmaatschap. Onlangs zijn de regels om lid te worden verruimd: het lidmaatschap is niet meer beperkt tot kunstcritici, ook curatoren, academici, museummedewerkers en docenten kunnen lid worden, mits zij ook publiceren. AICA telt momenteel meer dan 4.000 leden die zijn georganiseerd in Nationale Secties. Professionals die wonen in landen waar het, vanwege demografische of politieke redenen, onmogelijk is een nationale sectie op te richten, kunnen zich aansluiten bij AICA door middel van de internationale Open section die critici uit Armenië, Cyprus, Iran, Ivoorkust, Laos, Namibië, Senegal, Soedan, Syrië en Nieuw-Zeeland omvat. AICA organiseert elk jaar een internationaal congres dat door 100 tot 300 leden wordt bijgewoond.

Doelstellingen
-het bevorderen van de kunstkritiek als discipline;
-het stimuleren van internationale uitwisseling.