Last Minute Venetie

Door Anneke Oele

De hoeveelheid kunst die je wordt voorgeschoteld in de stad kan rustig ondoenlijk worden genoemd. Zo was het altijd, maar nu is de beker wel meer dan vol.

Breath van Marc Quinn

Wanneer ik achteraf nadenk over de vier dagen die ik in Venetie doorbracht kan ik alleen maar veel denken, en dan niet alleen veel tentoonstellingen maar ook heel erg veel ‘spullen’ per paviljoen. Veel landenpaviljoens, meer dan ooit, ook buiten de Giardini gesitueerd. Installaties met een enorme hoeveelheid materiaal, de bomen lijken tot de hemel te groeien. Veel films die een verhaal vertellen, waar je in het algemeen niet de tijd voor kunt nemen gezien het programma dat nog afgewerkt moet worden. Installaties waar je toch zeker een verhaallijn van een half uur bij moet uitzitten voordat je tot de kern gekomen bent.

In dat opzicht benaderen de landenpaviljoens sterk de werken in de tentoonstelling Il Palazzo Enciclopedico van Massimilano Gioni in het Italie paviljoen en de Arsenale. De werken van de daar gepresenteerde outsiders lijken in zoverre op de hedendaagse kunstenaars in de landenpaviljoens, dat ze een grenzeloosheid hebben die gepaard gaat met weinig afstand tot kunstwerk. Vooral het werk Triple Point van Sarah Sze in het paviljoen van de Verenigde Staten komt daarbij in gedachten.

Mark Manders in het Nederlandse Paviljoen

Opvallend genoeg heerst ook in het Nederlands Paviljoen een grenzeloosheid, maar van een ander karakter. Er staat daar een aantal prachtige beelden van Mark Manders. De grenzeloosheid hier zit hem in de gedachten die Manders er als toelichting ventileert en die we allemaal uitputtend hebben kunnen lezen in zijn interviews en geschriften. Ik zie echter geen enkele meerwaarde in een gefingeerd atelier, of kranten waarmee de ramen zijn dichtgeplakt. Stel je voor dat er alleen maar vier beelden in het paviljoen zouden staan, zonder het commentaar van Mark Manders. Wat een verademing zou dat geweest zijn.

Het idee dat de centrale tentoonstelling verschrikkelijk zou zijn heb ik bij nader inzien moeten laten varen. Il Palazzo Enciclopedico is een overtuigende reflectie op de staat waarin de beeldende kunst zich op dit moment bevindt. Door de ‘outsider’ kunst tegenover de kunst te zetten die is ingebed in de kunstwereld, zie je op sommige momenten een verbazingwekkende overlap. Misschien verontrustend voor sommige kunstcritici, maar ikzelf vond het verfrissend. Alleen al het feit dat Fischli en Weiss met hun geweldige installatie Plotzlich diese Ubersicht waren opgenomen in het Italie paviljoen geeft de verwarrende vermenging van outsider- en insider kunst goed aan. Er waren hier verder verbazingwekkende installaties te zien van Oliver Croy en Oliver Elsen, poppen van Morton Barlett, het dodenmasker van Breton door Rene Iche en de illustraties van C.G. Jung voor zijn The Red Book (of: Liber Novus).

Phyllida Barlow, detail.

In de Arsenale moest veel gelezen worden, maar kon je nog aangenaam verrast worden door werken van onder (veel) meer Phillida Barlow, Roberto Cuoghi en foto’s van Eliot Porter.

Staand of zitten in de volle zon op het prachtigste plekje van het Arsenale terrein kun je eindigen bij de geweldige documentaire film van Erik van Lieshout over zijn familie.

En wil je in de Giardini verrast worden, bezoek dan het landenpaviljoen van Latvia. De installatie North by Northeast van Kaspar Podnieks en Kriss Salmanis (http://www.artingeneral.org/exhibitions/540) biedt een mooie combinatie van heldere beelden vol dubbele bodems en politieke inhoud.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *