Brief van de voorzitter

Amsterdam, 22 april 2020,

Beste leden van AICA-Nederland,

Ik begin deze brief met een mededeling die tot een maand geleden absurd zou zijn als begin van een nieuwsbrief aan kunstcritici: vorige week was ik in een museum. Dat is iets bijzonders.

Vanaf 20 maart is het leven en werk van kunstcritici, als gevolg van de coronamaatregelen, rigoureus overhoop gehaald. Tentoonstellingen zijn onzichtbaar; presentaties, openingen, kunstbeurzen en andere bijeenkomsten afgezegd. En daarmee ook de publicaties daarover grotendeels uitgesteld of afgelast.

De meeste activiteiten van AICA zijn voorlopig opgeschort; de twee belangrijkste doelstellingen, het bezoeken van musea en het samenbrengen van mensen die over de kunst in die musea schrijven, zijn voorlopig onmogelijk. De bijeenkomst van het internationale bestuur van AICA, jaarlijks eind maart in Parijs, werd al begin maart afgezegd. Over het internationale congres en de ledenvergadering in het najaar, dat dit jaar in Chili zou zijn, wás vanwege de politieke situatie daar al langer onzekerheid, nu lijkt het verder weg dan ooit. Ook de agenda van AICA-Nederland is akelig leeg. We waren met het bestuur begin maart druk bezig met het bedenken van nieuwe soorten van bijeenkomsten toen de coronamaatregelen roet in het eten gooiden. Ook voor de Algemene Ledenvergadering, normaalgesproken in juni, kunnen we nog geen datum prikken.

Er zijn veel creatieve manieren om met behulp van digitale technieken toch kunst te zien. Zelfs de kleinste musea hebben inmiddels een virtuele tour op de website staan, met vaak prima toelichting van de conservatoren en directeuren. Initiatieven zoals Tussen kunst en quarantaine (waar mensen worden uitgedaagd met in huis aanwezige middelen een kunstwerk te imiteren en de foto daarvan op Instagram te delen) laten ook mensen die minder vaak naar een museum gaan, op een nieuwe manier naar kunst kijken. En sommige kunstenaars maken van de gelegenheid gebruik om geïnteresseerden een kijkje in hun atelier of woonkamer te geven, zo beantwoordde Damien Hirst tussen het schilderen door honderd vragen van Instagramvolgers, schilderde Rosa Loy een zelfportret van haarzelf en haar opvallend langharige jarige echtgenoot Neo Rauch met tegoedbon voor een kappersbezoek mét cocktail, en liet David Hockney via een open brief weten hoe hij zijn dagen in Normandië doorbrengt. En ook Banksy liet zien wat er gebeurt als hij thuiswerkt.

Natuurlijk hoop ik, en de andere bestuursleden van AICA-Nederland, dat het virus u en uw naasten niet heeft getroffen. Het stilzetten van de samenleving heeft een duidelijke, urgente reden. Onbedoeld leggen de maatregelen ook andere dingen bloot die normaalgesproken, als de musea wél open zijn, en hun tentoonstellingen kunnen tonen, niet zo duidelijk worden, vooral bij vergelijking met onze buurlanden: het belang dat een regering hecht aan kunst en cultuur, de algemene waardering voor de kunstenaars, tentoonstellingsmakers en andere mensen uit de zogenaamde cultuursector, de prioriteit van bouwmarkten en luchtvaartmaatschappijen boven cultureel erfgoed en musea.

Al die goedbedoelde virtuele rondleidingen die zich nu verdringen voor onze aandacht op de sociale media vallen helaas in het niet bij een werkelijk museumbezoek. De zintuigelijke ervaring van een kunstwerk, een tentoonstelling, het museum zijn niet samen te vatten op een schermpje. En een museumbezoek is nog meer dan dat. In het Fries Museum zag ik vorige week in m’n eentje de tentoonstelling, en dat was anders dan anders. Dat had niets te maken met de keuze voor de kunstwerken. Het feit dat niemand anders die kunst kon zien, dat ik de enige was, veranderde ook mijn indruk van de kunstwerken. Alsof ze zich anders gedroegen. Zoals de dieren in dierentuinen moeten wennen aan het ontbreken van menselijke bezoekers – maar ik denk dat de kunst het prettiger vindt bekeken te worden dan de dieren. De titel van de tentoonstelling, ‘Other Worldly’, was niet alleen passend voor de kunst die er te zien is, het was griezelig goed toepasbaar op de wereld buiten het museum.

Ik hoop dus dat we u snel weer gezond en in werkelijkheid kunnen begroeten, bij een van de AICA-bijeenkomsten, de datum van de ledenvergadering melden we u zodra we meer duidelijkheid hebben.  En daarnaast uiteraard zo vaak mogelijk in een museum of galerie, onze natuurlijke habitat.

Hartelijke groet,

Joke de Wolf, voorzitter AICA-Nederland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *