Be(com)ing Dutch: een bespreking door Gerrit Jan de Rook

[photopress:be_com_ing_dutch.jpg,full,alignleft] Vorige week viste ik uit een flyerverzameling een zalmkleurig boekje met de titel ‘Be(com)ing Dutch’, dat sinds vorig jaar in omloop is. Het behelst een woordenboek voor een project dat onder meer de ‘huidige processen van in- en uitsluiting in Nederland onderzoekt.’ Het boekje functioneert voortreffelijk: ik voel me met genoegen uitgesloten! Na zorgvuldige lezing heb ik ontdekt dat ik met een dergelijke onzorgvuldige, overbodige en elitaire discussie zeer weinig affectiviteit heb.

Onzorgvuldig

Ik ga uit van de Nederlandse vertaling omdat ik aanneem dat ik deze het best begrijp. Helaas is deze vertaling nogal onzorgvuldig. ‘Wij denken eigenlijk dat er geen één “Dutchness” is.’ lijkt mij een zeer matige vertaling van ‘We do think that, in fact, there is no fixed Dutchness.’ . Dergelijke onzorgvuldigheden zijn extra jammer omdat het boekje beknopt probeert te zijn en alles op een goudschaaltje zou moeten hebben gewogen. Dan zouden brisante fouten als ‘als we in essentie allemaal heel anders zijn” als vertaling van ‘if we are potentially all very different’ zijn voorkomen. Zelfs het basisbegrip ‘Nederlands’ wordt wollig omschreven. ‘We willen “Nederlands” verbeelden [?] als een multiculturele term, die onze gehele gemeenschap te allen tijde [?] beschrijft en omvat, een term die verder reikt dan de juridische en nationale grenzen van die gemeenschap.’ Bestaat ‘Nederlands’ dan überhaupt nog wel? Ik vind het prachtig als je ‘wereldburger’ wil zijn of een ‘wereldmuseum’ wilt oprichten, maar noem dat dan ook zo.

Overbodig

‘Ons voorstel is dat kunst een plaats in de maatschappij beschrijft waar men kan experimenteren, ondervragen en ontdekken.’ De opstellers stellen dat het museum altijd een politieke functie heeft gehad en dat het één van de weinige instituten in het openbare domein is die ons nog rest. Beide beweringen zijn minstens deels onjuist en geven blijk van een hoge mate van zelfoverschatting. Natuurlijk moeten musea rekening houden met een veranderend wereldbeeld en een veranderend publiek. Maar daarin zijn ze nooit sturend geweest en ze zijn daartoe ook niet in staat. Bovendien volgen musea niet alleen de samenleving maar ook de kunst(enaars). Ze zijn eigenlijk een vorm van ‘toegepaste’ kunst. De pretenties van dit project doen denken aan de ijdele overmoed van curatoren die hun eigen denkbeelden belangrijker vinden dan die der kunstenaars. Nu wordt nog een extra element toegevoegd: men wil niet alleen de kunst veranderen (‘Ons voorstel is dat kunst een plaats in de maatschappij beschrijft [?] waar men kan experimenteren, ondervragen en ontdekken.’) maar ook de politiek. ‘We willen graag bedenken [?] hoe kunst een bijdrage kan leveren aan de politiek en hoe kunst zich [?] de politiek opnieuw kan verbeelden [?].    

Elitair

Als ik bijvoorbeeld lees ‘Etniciteit is een juridische en kennistheoretische benadering die de dynamiek van collectieve identificatie binnen een gerichte [sic] groep door middel van taalkunde, religieuze overtuigingen. tradities of raciale kenmerken.’ gaat mijn hoofd tollen: waarom juridisch en kennistheoretisch en niet bijvoorbeeld socio- of etnologisch?. Waarom ‘de dynamiek”’, is statisch soms verboden? Waarom ‘tradities’, die verschillen toch ook pet sub-groep? Etniciteit wordt in Nederlandse woordenboeken overigens niet of minimaal beschreven en ook in mijn dikke Webster’s van 1990 komt het niet voor. De dominante positie van dit ongebruikelijke woord in deze uitgave dankt het volgens mij – en hetzelfde geldt voor ‘caucus’ – aan het hedendaags Engels taalgebruik. Een brede bijdrage uit Nederland word blijkbaar niet op prijs gesteld (ook de eigen minimaal gevulde website http://www.becomingdutch.com is alleen Engelstalig). Ik zou graag meepraten maar of ik daar drie weken voor over heb? En dan te bedenken dat in een ‘caucus’ íedereen moet mogen meepraten. Voor dit project geldt dat echter niet: ‘Wij hebben ervoor gekozen deze term te gebruiken als de titel van dit kunstproject om te suggereren [sic] dat kunstenaars en creatieve denkers een bijdrage kunnen leveren om [?] de richting van onze maatschappij opnieuw [?] te verbeelden [?].’ Hoe valt dat te rijmen met ‘Wij willen het publiek omvormen tot actieve deelnemers aan de dialogen en de kennis die de kunst in het museum voortbrengt.’?

N.B. Er is geen lied dat in zoveel talen is vertaald als de Internationale. Ik begrijp daarom niet waarom alleen de Franstalige versie in dit boekje is opgenomen.

Gerrit Jan de Rook

Be[com] ing Dutch is ontwikkeld door Charles Esche en Annie Fletcher en anderen in en buiten het Van Abbemuseum. Het project heeft partnerschappen met BAK [Utrecht], New Museum of Contemporary Art [New York], Goldsmiths College [Londen], Kosmose [Eindhoven] en Stichting Interart [Arnhem]. Het project Be[com] ing Dutch door het Van Abbemuseum heeft de Culturele Diversiteitsprijs 2006 van de Mondriaan Stichting gewonnen.

2 gedachten over “Be(com)ing Dutch: een bespreking door Gerrit Jan de Rook

  1. Goed geschreven. Ik kan me helemaal vinden in wat u schrijft over het elitaire en wollige karakter. Dit komt uit de koker van de Mondriaan Stichting/Foundation.

    Over het sterk aan inburgering herinnerende project Be[com]ing Dutch zegt de Jury van de Stichting/Foundation over Be[com]ing Dutch:

    “The concept of the winning plan is highly adaptable, and can be stretched beyond an elite audience. The project has the potential to become exemplary on an international level. ”

    “The plan is stimulating in its flexibility, adaptability and universal scope. It will profit from the involvement of international intellectuals, which will then provide a starting point for the debate about cultural diversity in the Netherlands. ”

    “At the same time the jury encourages the collaboration with partners in the Netherlands. This will help disseminate knowledge and thinking about cultural diversity. ”

    “This plan has high aspirations. It is very ambitious, and therefore risky. This is a risk we gladly take. Because the plan offers an inspiring opportunity for the development of the subject of diversity in museums”.

    Leuk, als mensen voor Nederlanderschap willen adverteren in een andere taal.

    Anti-elitair, multiculturalistisch, universalistisch… Maar het gezelschap zelf is weldegelijk elitair. De jaren zeventig lijken te herleven. Ik betwijfel het of de niet-blanke doelgroep uit de voormalige volkswijken een boodschap had aan deze Engelse ‘gatherings’, met een hoog high-brow-gehalte (“It will profit from the involvement of international intellectuals, which will then provide a starting point for the debate about cultural diversity in the Netherlands”). Als dit, zoals de aanmoedigende woorden zeggen, een opmaat moet zijn voor een intellectueel debat over culturele diversiteit, dan is de actie van de Stichting/Foundation geslaagd. Want in ieder geval hebben wij het er nu over!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *