Nominaties AICA Oorkonde 2015 bekend

Tijdens de afgelopen jaarvergadering van AICA Nederland zijn de nominaties voor de AICA Oorkonde 2015 voor publicaties bekend gemaakt. De jury, bestaande uit Edna van Duyn, Nat Muller en Wieteke van Zeil, nomineerde drie publicaties uit de periode 2012-2014.

I.
Hans den Hartog Jager, Het streven. Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren? Amsterdam, Athenaeum Polak & Van Gennep, 2014.

Criticus Hans Den Hartog Jager beschrijft in persoonlijke en soepele stijl het werk van ‘maatschappelijk betrokken’ kunstenaars als Renzo Martens, Francis Alÿs, Steve McQueen en plaatst dit in een traditie van kunst waarmee een effect in de samenleving werd nagestreefd. Zijn hoofdvraag – kan kunst de wereld verbeteren? – wordt zo voor Den Hartog Jager de leidraad om een kunstgeschiedenis te vertellen vanuit moreel perspectief – een alternatieve kunstgeschiedenis die aan het begin van de 19de eeuw begon, toen kunstenaars los kwamen van hun opdrachtgevers en de vrijheid en zelfstandigheid zochten om met hun werk commentaar te leveren op elementen in de maatschappij. Met Goya’s ‘El tres de Mayo 1808’ (1814) en Jacques-Louis Davids ‘De dood van Marat’ (1793) als startpunten, schetst Den Hartog Jager de groeiende behoefte van de kunstenaar zich uit te spreken, en de wereld een morele spiegel voor te houden. Waar deze reflectie aanvankelijk nog vanuit de kunstwereld plaatsvond (de kunstenaar als nar), situeren vanaf midden 20ste eeuw steeds meer kunstenaars hun werk buiten de muren van de kunstwereld, waarmee de grenzen tussen kunstenaar, ondernemer, politicus of activist soms vervagen. De auteur blijft zich constant bewust van de lezer en dient zijn betoog op in heldere woorden en met veel sprekende voorbeelden van kunstwerken, die zonder pretentie en met grote betrokkenheid worden beschreven. Zonder te speculeren op de toekomst laat Den Hartog Jager zien dat kunstenaars misschien geen revolutie kunnen starten, maar wel, en steeds meer, invloed kunnen hebben op het denken van de mens en gevoelige plekken in de maatschappij kunnen raken met intelligent en prikkelend werk dat zich uitstrekt tot ver buiten de muren van het museum.

II.
Giving and Taking, Antidotes to a Culture of Greed. Ed. Joke Brouwer en Sjoerd van Tuinen. Rotterdam, V2_Publishing/nai010, 2014.

Met bijdragen van: Peter Sloterdijk, Marcel Hénaff, Zygmunt Bauman, Joris Luijendijk, Frank Vande Veire, Henk Oosterling, Lars Spuybroek, Reimar Schefold, Lewis Hyde, en Arjen Mulder.

Giving and Taking, Antidotes to a Culture of Greed is een urgent en vurig pleidooi om de niet-geldelijke waarden in de kunst en in de maatschappij te onderzoeken en voorop te stellen. In een neo-liberaal tijdperk waarin de waarde van kunst door markt- en rendementsdenken gedomineerd wordt, kijken de auteurs vanuit verschillende disciplines – economie, antropologie, filosofie, sociale en politieke wetenschappen – naar alternatieve discoursen omtrent de waarde, betekenis en positie van de kunst. Onderwerpen zoals gifteconomie, niet-monetaire systemen, schoonheid, generositeit en betekenisgeving komen op verschillende wijze aan bod. Zo bevraagt de Pools-Britse filosoof en socioloog Zygmunt Bauman de toekomst van de kunst in een maatschappij geregeerd door consumptie van het nieuwe; auteur Lewis Hyde schetst een levendig beeld van het kunstsubsidiebestel in Amerika ten tijde van de koude oorlog en erna, kunst als goed gesubsidieerd ideologisch wapen tegenover alternatieve en collectieve vormen van bezoldiging ten tijde van bezuinigingen. De Vlaamse kunstfilosoof Frank Vande Veire gaat in een provocerend stuk het gevecht aan met de hedendaagse obsessie met ‘toegankelijkheid’ en ‘institutionele kritiek’ in de kunst en antropoloog Reimar Schefold licht transacties van waarde en schoonheid toe bij de Sumatraanse stam, de Sakuddei. Door essays met interviews te mengen is Giving and Taking een levendige bundel met een scherpe diagnose over het heden en een blik naar de toekomst.

III.
Whispers: Ulay on Ulay, Ed. Astrid Vorstermans. Amsterdam, Valiz, 2014.

Tekst/auteurs: Maria Rus Bojan, Alessandro Cassin.
Met bijdragen van: Marina Abramović, Laurie Anderson, Timea Andrea Lelik, Tevž Logar, Thomas McEvilley, Charlemagne Palestine, Lena Pislak, John Reuter, en Silvio Wolf.

Ulay (Uwe Frank Laysiepen, geboren 1943), pionier in Polaroid fotografie en performance kunst heeft een uitgebreid oeuvre opgebouwd dat in de werkmonografie Whispers: Ulay on Ulay op voorbeeldige wijze gedocumenteerd wordt. Samensteller Maria Rus Bojan heeft een genereus boek gemaakt waarin de chronologische documentatie van werk van meer dan 40 jaar in de context wordt geplaatst van Ulay’s persoonlijke levensfilosofie, ethische principes en levensloop. Geïnterviewd door Alessandro Cassin zegt Ulay I produced a very bizarre body of work, I experimented a lot: You have to if you are aiming at something that does not exist yet. Het resultaat is gepubliceerd door Astrid Vorstermans van Valiz en overstijgt een traditionele monografie of catalogue raisonné. Ulay’s oeuvre wordt in het essay van Bojan en in het interview door Cassin, dat de belangrijkste thema’s niet-chronologisch aanboort, in een zowel kunsthistorische als kunst-kritische context geplaatst. De uitgever heeft een publicatie van internationale allure gerealiseerd zonder aan de introverte en contemplatieve kant van Ulay’s werk voorbij te gaan en weet voor een groter publiek het veelomvattende werk van de onbekendere partner van Marina Abramović zichtbaar te maken in relatie tot het heden en de geschiedenis van laatste decennia van de 20ste eeuw zodanig dat Ulay’s creatieve ontwikkeling duidelijk wordt.
De afbeeldingen zijn tekst ondersteunend (cijfers verwijzen naar het werkarchief van Ulay en naar vermeldingen binnen de teksten) en de paginagrote illustraties vormen een visuele biografie. Het ontwerp door Haller Brun is adequaat afgestemd op de zorgvuldige aanpak van de inhoud.

Dolf Welling (1919-2015), oud-voorzitter en erelid AICA Nederland

Dolf Welling begon in 1950 als redacteur van het Rotterdams Nieuwsblad. Nadat de Rotterdamse krant werd overgenomen door de Haagse werkte hij in Den Haag als kunstredacteur bij de Sijthoff Pers.

Floris Arntzenius, olieverf op paneel, afgebeeld in monografie Floris Arntzenius, Dolf Welling, 1992

Floris Arntzenius, olieverf op paneel, afgebeeld in monografie Floris Arntzenius, Dolf Welling, 1992

Als lid van de AICA (Association Internationale des Critiques d’Art) volgde hij prof. Hans Jaffe op als voorzitter van de Nederlandse sectie. Welling was lid van diverse commissies, zoals de commissie voor de percentageregeling Rotterdam en Voorburg en de selectiecommissie voor de Nederlandse inzending voor de Biennale van Venetie in de jaren 1966, 1968 en 1970. Voorts had hij zitting in jury’ s (onder meer de Staatsprijs, de David Roellprijs, de Chabotprijs en de Marisprijs). Hij was adviseur van de Contour te Delft, het Museum voor Land- en Volkenkunde te Rotterdam, het Rijksmuseum Twenthe te Enschede, de COSA te Delft, de FABK te Amsterdam en voor een Mondriaanfilm van de AVRO. In Hilversum werkte hij mee aan de radioprogramma’ s De artistieke staalkaart (VARA) en Babel (KRO). Dolf Welling publiceerde tal van kunstenaarsmonografieen en catalogi voor onder andere het Stedelijk Museum Amsterdam, het van Abbemuseum in Eindhoven en het Gemeentemuseum Den Haag.

In 1981 ging hij als redacteur van de Sijthoff Pers met VUT. Hij werd redactielid van het tijdschrift van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio en bleef als freelance criticus publiceren, onder meer voor Trouw. Tevens verzorgde hij een wekelijkse kunstrubriek in het Rotterdams Dagblad. Het Rotterdams Dagblad gaf in 2000 het boek Dolf Welling: Het eigen verhaal, een greep uit 50 jaar kunstkritiek uit bij een eretentoonstelling in Tent. naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag. Uit handen van toenmalig wethouder Kombrink ontving hij toen de Erasmusspeld van de stad Rotterdam, als waardering voor zijn verdiensten voor de beeldende kunst in Rotterdam vanaf de jaren vijftig. Hij werd benoemd tot erelid van de AICA.

Jury AICA Oorkonde 2015 Publicaties

v.l.n.r. Nat Muller, Wieteke van Zeil, Edna van Duyn

v.l.n.r. Nat Muller, Wieteke van Zeil, Edna van Duyn

De jury voor de AICA Oorkonde 2015 in de categorie Publicaties is onlangs samengesteld en bestaat uit de AICA leden Edna van Duyn, Nat Muller en Wieteke van Zeil.

De AICA Oorkonde wordt eindĀ 2015 toegekend aan een in Nederland gemaakte publicatie, die zich in de jaren 2012, 13 en 14 volgens de Nederlandse AICA leden in meest gunstige zin heeft onderscheiden.
De shortlist, samengesteld door de jury, wordt 3 juni 2015 bekend gemaakt tijdens de Algemene ledenvergadering. In de maand daarna kunnen alle AICA leden stemmen op de tentoonstelling van hun voorkeur per e-mail.

De AICA Oorkonde wordt wisselend uitgereikt aan een publicatie, een tentoonstelling en een organisatie/instelling. In 2012 werd de AICA Oorkonde uitgereikt aan YVI Magazine, in 2013 aan De Hallen Haarlem en in 2014 aan Witte de With voor de tentoonstelling ‘The Temptation of AA Bronson’.

Over de juryleden:Edna van Duyn is onafhankelijk criticus en redacteur. Haar belangrijkste interesse ligt in de verwantschap tussen literatuur, filosofie, en hedendaagse beeldende kunst. Van 1984 – 2014 was zij hoofd Publicaties van De Appel arts centre; Nat Muller is onafhankelijk curator en criticus gevestigd in Rotterdam. Haar voornaamste interesses zijn onder meer: het snijpunt tussen esthetiek, media en politiek, mediakunst en hedendaagse kunst in en uit het Midden-Oosten; Wieteke van Zeil is kunsthistoricus, criticus en journalist. Zij schrijft sinds 2003 voor de Volkskrant over oude meesters en moderne mores, en soms over de actualiteit vanuit kunsthistorisch perspectief. In de zaterdagbijlage Sir Edmund belicht ze wekelijks een kunstdetail in de rubriek Oog voor Detail.

AICA oorkonde 2014 uitgereikt aan Witte de With en AA Bronson

Robert-Jan Muller, voorzitter AICA Nederland, Defne Ayas, directeur Witte de With, kunstenaar AA Bronson, Laurie Cluitmans, jurylid

In een feestelijke sfeer werd dinsdagavond in Rotterdam de AICA Oorkonde 2014 uitgereikt aan Defne Ayas, directeur van Witte de With Center for Contemporary Art en de kunstenaar AA Bronson door AICA voorzitter Robert-Jan Muller. De jaarlijkse Oorkonde werd door de AICA Nederland leden toegekend aan Witte de With als bekroning van de tentoonstelling ‘The Temptation of AA Bronson’. De toekenning was de uitkomst van een serie van vijf nominaties, vastgesteld door de jury bestaande uit Laurie Cluitmans, Nanda Janssen en Jhim Lamoree. Cluitmans sprak de lofrede uit, die later op deze website te lezen is. Naar aanleiding van de toekenning voerde kunstcriticus Niels van Maanen een interview met AA Bronson. Zijn artikel naar aanleiding van dat gesprek wordt eveneens binnenkort hier opgenomen.

AA Bronson met de AICA Oorkonde 2014

AA Bronson met de AICA Oorkonde 2014. Foto: Aad Hoogendoorn

AICA Oorkonde 2014 voor ‘The Temptation of AA Bronson’ in Witte de With

Chrysanne Stathacos, The Rose Mandala Mirror (of Three Reflections)

Chrysanne Stathacos, The Rose Mandala Mirror (of Three Reflections), in de tentoonstelling ‘The Tempation of AA Bronson’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AICA Nederland (Association Internationale des Critiques d’Art) kent de AICA Oorkonde 2014 toe aan ‘The Temptation of AA Bronson’, een tentoonstelling in Witte de With Center for Contemporary Art, Rotterdam, die te zien was van 5 september 2013 tot 5 januari 2014.

Uit het juryrapport: ‘De kunstenaar AA Bronson (1946) trad in deze opengebroken solotentoonstelling niet zozeer op als curator, maar als een samenbrengende kracht die samenwerkingsprojecten en individuele kunstwerken van een jongere generatie kunstenaars en vrienden met elkaar verweefde. Zowel qua vorm als qua thema’s is ‘The Temptation of AA Bronson’ een hybride project, waarin dood, lichaam, geest, seks, rituelen en magie op een allesomvattende manier samenkomen in een tentoonstelling vol pijn en hoop. Bronson leek een eerbetoon te maken aan zijn overleden partners van General Idea en haast een publieke helende sessie te leveren. AA Bronson geeft een tegelijkertijd kritische, intense en speelse blik op wat kunst kan betekenen om de moderne menselijke conditie te doorgronden en misschien zelfs iets draaglijker te maken.’

Defne Ayas, directeur van Witte de With, zegt in een reactie op de toekenning: ‘We zijn trots en vereerd door deze erkenning en willen AICA Nederland graag bedanken. Deze tentoonstelling van AA Bronson verkende ritualisme, religie, alternatief drukwerk en queer mystiek. Zowel onze vakgenoten als het publiek reageerden bijzonder positief. We hebben Bronson leren kennen als een buitengewoon tentoonstellingsmaker en bovendien bood hij ons een complex tegengif voor de melancholie die heerst in geseculariseerde kunstinstellingen.’

De AICA Oorkonde wordt jaarlijks toegekend aan afwisselend een Nederlandse instelling, publicatie of (dit jaar) een tentoonstelling. De huidige toekenning betreft tentoonstellingen in de jaren 2011, 2012 en 2013.

De shortlist-jury bestond dit jaar uit de AICA-leden Laurie Cluitmans, Nanda Janssen en Jhim Lamoree. De stemming werd gehouden onder de 185 leden van AICA Nederland, waaronder kunstcritici, museumconservatoren en museumdirecteuren.

De vier andere genomineerde tentoonstellingen waren Christoph Schlingensief: ‘Fear at the Core of Things’, BAK, Utrecht; ‘Lissitzky-Kabakov, Utopie en werkelijkheid’, Van Abbemuseum, Eindhoven; ‘Hand Made, lang leve het ambacht’, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam; ‘Er was eens… De Collectie nu’, Van Abbemuseum, Eindhoven. De uitreiking van de AICA Oorkonde 2014 vindt komende november plaats.

 

Flinterdunne observaties in het Rijksmuseum

IMG_6069 Het Rijksmuseum spreekt deze zomer zijn bezoekers aan via de teksten van filosoof Alain de Botton. Maar, vraagt Edna van Duyn zich af, spreken de kunstwerken al niet hun eigen waarheid?

door Edna van Duyn

Een klassiek werk in neon uit 1967 met de spiralende zin THE TRUE ARTIST HELPS THE WORLD BY REVEALING MYSTIC TRUTHS: Bruce Nauman suggereert hier, zo heb ik het altijd begrepen, met ironie, dat deze mystieke waarheden niet meer zijn dan het subtiele verschil tussen betekenis en illusie. Hijzelf als ‘echte’ kunstenaar is aan het woord, de vorm valt samen met wat er beweerd wordt. 2014: neonletters aan de gevel van het Rijksmuseum, ART IS THERAPY. Wie spreekt hier? De museumdirecteur, de gastcurator en de ontwerper geven het Rijks een opvallend nieuw label. Art as Therapy (het boek van de populaire filosoof Alain de Botton (1969) en kunsthistoricus John Armstrong (1966) waarin directeur Wim Pijbes zich kennelijk kon vinden) beschrijft een nieuwe functie van een museum: de spirituele tegenhanger van de sportschool waar je aan je innerlijk werkt. In de entree, de hal en bij kunstwerken zijn post-its aangebracht met teksten over ons mensen in samenzweerderige wij-formuleringen. Niet een kunstenaar is aan het woord. Het gaat hier om de interventies van Alain de Botton. Zijn ‘mystieke waarheden’ hebben betrekking op rubrieken als geheugen, geluk, geld, politiek, seks die in geselecteerde kunstwerken aanschouwelijk gemaakt zouden worden. Zij krijgen een extra perspectief en zijn zogenaamd losjes ernaast geplakt, maar te negeren zijn ze niet, vrijblijvendheid: ho maar. Kan je kiezen uit een saai tekstbordje en de post-it? In theorie wel. Een voorbeeld voor wie het niet heeft gezien, bij De Nachtwacht: ‘Je staat in een menigte en je kijkt naar een schilderij van een menigte. Maar er is een verschil. Jouw menigte is anoniem en er kan niets goeds uit voortkomen. Het liefst zou je hier alleen zijn. Terwijl het kameraadschap op het schilderij licht brengt op een donkere regenachtige dag.’ De Botton, van wie afgelopen voorjaar in Amsterdam een filiaal van ‘The School of Life’ opende waar mensen met levensvragen kunnen aankloppen, scheert in zijn interventies alle -lezende- bezoekers (en dat zijn er heel veel, maar kennelijk nog niet genoeg?) over een kam met jammer genoeg flinterdunne inzichten en triviale veronderstellingen. Om te kunnen openstaan voor de wellicht intrinsiek helende, want onthullende, verbeeldende werking van het kunstwerk zelf (dat gelukkig maar al te vaak raakt aan andere gevoeligheden) dient eerst het pedante, beledigende toontje van de geeltjes afgeschud te worden. Critici Adrian Searle van The Guardian en Wieteke van Zeil van de Volkskrant hebben dit project uitputtend gefileerd. Of wordt een bezoek aan het museum hierdoor verrijkt, zoals De Correspondent schreef? Zijn er onder u die deze aanpak toejuichen? Zou een goede editor/curator uitkomst hebben geboden? Was een audiotour niet voldoende en minder storend aanwezig geweest? Of zou de hulp niet van een ‘buitenstaander’ moeten komen, maar van de ‘mystieke waarheid’ van het kunstwerk zelf? Rijksmuseum Amsterdam 25 april-7 september 2014 Art Is Therapy Catalogus: Alain de Botton & John Armstrong; 69 besproken kunstwerken, paperback, gecombineerde editie Nederlands, Engels. Vormgeving Irma Boom http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3360/musea-en-galerieen/article/detail/3646456/2014/05/02/Alain-de-Botton-in-het-Rijksmuseum-Een-drievoudige-belediging.dhtml http://pfauth.com/kunst/ga-vooral-zelf-kijken-naar-alain-de-bottons-post-het-rijksmuseum/ http://www.theguardian.com/artanddesign/2014/apr/25/art-is-therapy-alain-de-botton-rijksmuseum-amsterdam-review

PRIJS VOOR DE JONGE KUNSTKRITIEK 2014: INSCHRIJVING GEOPEND

MANIFESTA DEBATE IN AMSTERDAM: NO BOYCOTT

Van links naar rechts Gluklya, Sjeng Scheijen, Hedwig Feijen, Koen van Dijk en Lionel Veer.

Van links naar rechts Gluklya, Sjeng Scheijen, Hedwig Fijen, Koen van Dijk en Lionel Veer.

During the Manifesta debate organised by AICA Netherlands on Thursday April 24 in Amsterdam at Castrum Peregrini, all panel members agreed on one thing at least: Manifesta 10 must go on. A boycott would hurt everybody involved and will not contribute anything to the promotion of human rights in Russia.

Author: Machteld Leij

When AICA Netherlands’ board wrote a letter last November to Manifesta’s director Hedwig Fijen appealing her to reconsider St. Petersburg as the venue for Manifesta 10 and asking her to explain how the consequences of criminalising homosexuality and the alleged promotion of homosexual propaganda among minors can be dealt with, Russia’s invasion of Crimea was not an issue yet. The letter also expressed their worries that Manifesta will be abused as a vehicle for propaganda. Lees verder

MANIFESTA’S STATEMENT BREATHES FEAR

7242960-russia-putin-crimea-address-1Since ten years Erik Hagoort has been working in close collaboration with artists and art institutions in Russia. In Manifesta’s latest statement he detects fear and ‘a sad rethoric’.

By Erik Hagoort

In reaction to “the most recent calls for a boycott”, Manifesta 10 Foundation has issued a statement last March 11th.

It is disappointing that Manifesta 10 Foundation had to wait so long. It says to respond to the most recent calls for a boycott due to the crisis in Ukraine. Apparently the intimidation, house-arrest or imprisonment of members of oppositional political movements as well as the enactment of the legislation, end of last year throughout the Russian Federation, which forbids to show other than heterosexual orientation in the presence of minors as normal, hasn’t been reason enough for Manifesta to come earlier with a public statement, although many individuals and organisations, among them AICA Netherlands, have pledged Manifesta to do so.

Nobody will hold Manifesta accountable for current legislative measures, that infect Russian law with violations of human rights. Manifesta only has been requested to shed light to its approach of the situation, in which it has chosen to operate in.

Now, at last, there is a statement. It is an utterly disappointing statement.

Sad are its rhetorics. Chief curator Kasper Koenig writes to aspire to a complex exhibition, grappling with “all the possibilities that the art offers” and therefore “to present far more than just commentary on the present political circumstances.” Who would expect him and his team to do otherwise? His argumentation continues to downplay politically charged art. In doing so a false contradiction is created between politically charged art and, to quote his statement, “substantial artworks”.

Also disappointing is the double-heartedness of the invitation to the participating artists. They are urged not to censor themselves “however within Russian law”. But the latter turns the former into an impossibility. This is followed by a clear public warning beforehand against any “misuse” of Manifesta as a platform for political protest. Here Manifesta – eyes wide open – falls into the trap of the above-mentioned legislation, which intentions are to spread anxiety.

These last ten years, part of my practice has evolved in close contact and collaboration with colleagues in the arts in Russia. I will continue to do so. From experience I know how enriching and important for both sides collaboration in the arts can be. As in all circumstances, one must be attentive of the signals one’s own role sends out to partners and audiences.

It is a big and unnecessary mistake of Manifesta to openly comply beforehand with the confinements of current Russian legislation. Moreover, to ad a warning finger against what it calls “misuse”, gives the wrong signal, to put it mildly. It breathes fear.

Erik Hagoort, member of AICA Netherlands

Amsterdam, 18-3-2014

Shortlistcommissie AICA Oorkonde 2014 bekend

De shortlistcommissie voor de AICA Oorkonde 2014 is afgelopen woensdag samengesteld en bestaat uit Laurie Cluitmans, Nanda Janssen en Jhim Lamoree.

Van boven naar beneden: Nanda Janssen, Jhim Lamoree en Laurie Cluitmans.

De AICA Oorkonde wordt volgend jaar toegekend aan een in Nederland gemaakte tentoonstelling of presentatie die zich in de jaren 2011, 2012 en 2013 volgens de Nederlandse AICA leden in meest gunstige zin heeft onderscheiden.

De shortlist wordt in juni 2014 bekend gemaakt. Vervolgens kunnen de AICA leden stemmen op de tentoonstelling van hun voorkeur.

De AICA Oorkonde wordt wisselend uitgereikt aan een publicatie, een tentoonstelling en een organisatie/instelling. In 2011 werd de AICA Oorkonde uitgereikt aan het Van Gogh Museum, in 2012 aan YVI Magazine en in november 2013 werd de Oorkonde uitgereikt aan De Hallen Haarlem.

Jhim Lamoree is kunsthistoricus en kunstcriticus en schrijft voor Vrij Nederland; Laurie Cluitmans is kunsthistoricus, free-lance tentoonstellingsmaker en gallery director van galerie Fons Welters; Nanda Janssen is curator en schrijver.