Nominaties AICA Oorkonde 2013 bekendgemaakt

Chris Evans, courtesy Galerie Juliette Jongma, Amsterdam.

Tijdens de AICA jaarvergadering op 22 mei jongstleden in Castrum Peregrini in Amsterdam werden de nominaties voor de AICA Oorkonde 2013 voor instellingen bekend gemaakt.

De jury, bestaande uit Maxine Kopsa, Maria Rus Bojan en Steven ten Thije, nomineerde vier instellingen: Casco, De Hallen Haarlem, If I Can’t Dance I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution en de Rijksakademie. De AICA Oorkonde wordt wisselend jaarlijks toegekend aan een instelling, tentoonstelling en een publicatie. In 2012 werd de AICA Oorkonde uitgereikt aan de publicatie YVI Magazine; in 2011 aan de tentoonstelling Van Goghs brieven. De kunstenaar aan het woord. AICA leden zullen hun stem uitbrengen op de nominatie van hun voorkeur. De laureaat wordt dit najaar bekend gemaakt. Hieronder volgt de complete nominatietekst.

Toelichting van de jury bij de nominaties voor de AICA Oorkonde Instellingen 2013:

Waarom reikt AICA een oorkonde uit aan instellingen en beperkt het zich niet tot de hoofdtaak van kunstkritiek: het bespreken van kunstwerken en tentoonstellingen. Dit is de vraag waar elke jury voor deze oorkonde als eerste mee geconfronteerd wordt. Voor ons is het vanzelfsprekend dat in onze samenleving kunst alleen haar bijdrage kan leveren als ze is voorzien van een goed platform. Instellingen functioneren daarbij niet als schuilplaatsen voor een fragiele kunst die buiten haar veilige omheining niet zou bestaan, maar zijn de robuuste knooppunten in het maatschappelijk weefsel waar kunst publiek wordt.

Het samenstellen van de nominaties ervoeren wij als een aparte verantwoordelijkheid. Wij voelden ons niet alleen geroepen om de beste instellingen te kiezen, maar om ook met onze selectie ruimte te laten voor de zeer verschillende vormen van institutionele excellentie die Nederland kent. Het samenstellen van de nominatielijst is daarmee niet alleen een best-of maar ook een momentopname van de diversiteit en algehele kwaliteit van de culturele infrastructuur van Nederland. De nadruk ligt daarbij in onze selectie op instellingen die zich richten op hedendaagse kunst, iets dat een resultaat is van de specifieke bril van deze jury, maar ook verbonden is aan de specifieke kwaliteit en dynamiek in het Nederlandse hedendaagse kunstlandschap.

Het samenstellen van deze lijst gaf ons daarmee de mogelijkheid om ook meer algemeen te reflecteren op de staat van kunstinstellingen in Nederland. Dit is een bewuste keuze, omdat het maken van deze selectie in zekere zin ook een wrange eer is, daar het de periode betreft voordat de bezuinigingsmaatregelingen in effect zijn getreden. Op onze lijst vindt u daarom een instelling als de Rijksakademie die ingrijpend is veranderd door deze bezuinigingen en instellingen als If I Can’t Dance… of Casco, die op dit moment nog zoekende zijn naar nieuw draagvlak voor hun activiteiten. Ook willen we niet onvermeld laten dat een excellente instelling als De Paviljoens, in 2005 nog ontvanger van de AICA Oorkonde, niet bestand bleek tegen de bezuinigingen en volledig zal sluiten.

Dit heeft ons ervan doordrongen dat we instellingen hebben genomineerd die opereerden in een storm. Deze storm heeft slachtoffers geeist en ook instellingen die in onze ogen uitstekend hebben gepresteerd, hebben toch niet voldoende maatschappelijke bedding om voort te bestaan. Het roept de vraag op of een omgevallen instelling het keurmerk excellent kan krijgen? Zou niet juist het duurzaam voortbestaan van een instelling de eerste proeve zijn die een instelling moet doorstaan? Ons antwoord op deze terechte vragen is: nee.

Niet deze instellingen hebben gefaald, maar wij als samenleving hebben gefaald. Waarmee we vooral doelen op de wisselwerking tussen kunstprofessionals, politici en publiek. Het is ons niet gelukt om op een constructieve manier ons gedeelde belang en onze verschillende expertises te wegen om gezamenlijk tot een visie te komen op de plek die kunst in de samenleving zou moeten hebben. We hebben ons laten verleiden om vanuit een platte marktlogica naar kunst te kijken en vooral te denken in termen van vraag en aanbod. Maar kunst vergt een aparte inspanning om tot bloei te komen. Haar kracht is niet een onmiddellijke kick, maar is gelegen in een complexe, dynamisch beweging waarin kijken overgaat in denken, en voelen in reflectie. Dat proces kent verschillende stadia waarin naast de kunst zelf, instellingen en kunstcritici een bemiddelende rol spelen en gezamenlijk een klimaat scheppen waarbinnen steeds meer mensen kunnen worden meegenomen.

Waar we daarmee aandacht voor willen vragen is dat het kunstklimaat niet alleen afhangt van excellente kunst, maar van een gezonde mix van de verschillende componenten die samen bijdragen aan een geslaagde kunstervaring. Er moet een duidelijke dialoog zijn tussen de kunstcritici, de bemiddelaars werkzaam in de instellingen, de kunstenaars, politici en het publiek, waarbij voor ieder zijn plek in deze uitwisseling gezamenlijk zorg gedragen wordt. Naast het institutionele weefsel dat onder druk is komen te staan na de bezuinigingen, is het in onze beleving vooral de kunstkritiek die er op dit moment bekaaid afkomt. Zowel reflectie als goede kunstjournalistiek verliezen de laatste tijd te veel aan terrein. Daarmee komt de hele ecologie van de kunst in ons land in gevaar. De precaire toestand waarin veel kunstredacties in regionale kranten, maar ook meer professionele tijdschriften als Metropolis M en OPEN zich in bevinden, zijn hiervan pijnlijke indicatoren.

De algemene opmerking die wij u aldus willen meegeven is dat excellente instellingen niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun bedding. Alleen in een kunstklimaat waarin alle verschillende expertises die nodig zijn voor het floreren van kunst zich in relatie tot elkaar kunnen ontwikkelen, kunnen instellingen met durf en visie hun unieke bijdrage leveren. Wij hopen dan ook dat in de komende periode de discussie over kunst zich niet meer zal beperken tot louter goede of slechte kunst, of incidenten bij instellingen, maar zich ook zal richten op het totaalplaatje waarin productie en bemiddeling gezamenlijk bijdragen aan een rijk cultureel leven voor een nog steeds rijk land.

Casco

Casco, in 2010 twintig jaar oud, heeft zich in de periode 2010 – 2012 op haar eigen en bijzondere wijze ingezet voor haar ‘Grand Domestic Revolution’ en andere activiteiten. Casco is geen traditionele tentoonstellingsinstelling, noch een pure onderzoeksinstelling, maar een ontmoetingsplek voor kunstenaars, onderzoekers en verschillende maatschappelijke actoren. Verbonden met veel (inter-)nationale partners en toonaangevende kunstenaars en denkers – o.a. Zachary Formwalt, Silvia Federici, Lawrence Abu Hamdan & Stichting LOS, Martha Rosler, Can Altay, Natascha Sadr Haghghian & Ashkan Sepahvand, Domestic Workers Netherlands & Matthijs de Bruijne, ASK! (Johan Hartle, Werker magazine, Annette Krauss, Sven Lutticken et al), Ei Arakawa, Our Autonomous Life? (Maria Pask, Nazima Kadir et al), Wendelien van Oldenborgh – vervult ze een bijzondere brugfunctie tussen theorie en praktijk.

In Casco levert kunst niet alleen een kritische reflectie op sociale processen, maar ook unieke middelen om werkelijk in sociale processen in te grijpen. De thema’s die Casco op deze manier aansnijdt zijn daarbij geen grote, spectaculaire en gewelddadige revoluties, maar komen voort uit het alledaagse leven in een hedendaagse, post-industriele stedelijke omgeving. De onderscheidende bijdrage die Casco daarmee aan het Nederlandse kunstenlandschap levert is niet alleen gelegen in het kwalitatief hoogstaande netwerk van kunstprofessionals die ze aan zich bindt, maar vooral in de frisse, open en experimentele manier waarop ze kunst in contact brengt met het maatschappelijke en urbane weefsel om zich heen. De geconcentreerde vorm waarop ze contact zoekt met haar omgeving en discussies in de kunstwereld vertaalt naar haar eigen omgeving maakt dat Casco misschien geen grote massa’s op de been brengt, maar een kleinere, brede en sociaal wijdvertakte groep mensen meeneemt in belangrijke en complexe discussies. De toewijding van Casco om kunst op intieme wijze te verbinden met hedendaagse maatschappelijke vraagstukken maakt haar een onderscheidende instelling die een pioniersfunctie heeft in dit uitdagende segment van de hedendaagse kunst.

De Hallen Haarlem

De Hallen Haarlem heeft de afgelopen periode een programma gepresenteerd waarmee het zich heeft geprofileerd als een podium voor de meest urgente ontwikkelingen binnen de internationale hedendaagse kunst, waarbij de nadruk ligt op presentaties met nieuw werk van jonge, in Nederland wonende kunstenaars die een eerste museale solotentoonstelling realiseren, en internationale kunstenaars die in Nederland onderbelicht zijn gebleven. Een belangrijk aspect van de curatoriale aanpak binnen de programmering is het contextualiseren van de praktijken van een jonge generatie kunstenaars binnen een historisch kader door middel van ‘lateral curating’: het naast elkaar onthullen van gelijkaardige artistieke posities door de tijd heen, waarmee het museum op een autonome, niet-didactische manier poogt inzicht te bieden in de historische genealogieen van de meest recente ontwikkelingen binnen de kunst. De ambitie van het museum is om de groeiende kloof tussen de steeds meer op het massapubliek gerichte grote musea en de meer discursief ingestelde presentatie-instellingen te verkleinen, gebruikmakend van een fractie van de budgetten van beide – gebruikmakend van een internationaal netwerk van instellingen waarmee co-producties worden geinitieerd. De afgelopen periode werden internationaal gewaardeerde tentoonstellingen gerealiseerd van o.a. Cady Noland, Nathaniel Mellors, Navid Nuur, Matt Stokes, Charles Atlas en Roger Hiorns.

Naast tentoonstellingen, publicaties en publieksprogramma’s biedt De Hallen Haarlem als enige museum in Nederland een werkbeurs voor curatoren aan. Sinds 2009 hebben jonge freelance tentoonstellingsmakers als Suzanne Wallinga, Laurie Cluitmans & Arnisa Zeqo, en Juha van ’t Zelfde de kans gekregen om een tentoonstellingsproject te realiseren, waarbij onderzoek naar de collectie van het museum en discursieve reflectie op de actualiteit centraal staan. Zo worden het instituut en haar collectie bevraagd en geactiveerd door inzichten van buitenaf.

Het museum kenmerkt zich op bijzondere wijze door haar kritische benadering van recente artistieke ontwikkelingen binnen projecten van nationaal en internationaal belang, en door het creeren van een inspirerende context voor het publiek om de essentie en de historische ontwikkeling van de kunst te begrijpen.

If I Can’t Dance I Don’t Want to Be Part of Your Revolution

If I Can’t Dance… is een flexibele organisatie die voor langere periodes nauw samenwerkt met (performance) kunstenaars om nieuw werk te realiseren. Naast het maken van presentaties heeft If I Can’t Dance… een onderzoekstak en organiseert het leesgroepen, summer schools en workshops. Het programma is thematisch opgezet. Eerdere thema’s waren feminisme, ‘maskerade’, theatraliteit, affect, de constructie van subjectiviteit, en de politiek van identiteitsvorming. Deze diverse thematieken komen samen in een doorlopend onderzoek naar de bredere betekenis en mogelijkheden van performance kunst.

If I Can’t Dance… heeft (inter)nationale partners als M HKA in Antwerpen, Frascati theater in Amsterdam, het Dutch Art Institute in Arnhem en het Wyspa Institute of Art in Gdańsk. In de samenwerking met deze partners breekt If I Can’t Dance… institutionele kaders open en voorziet elke productie van een nauwkeurig vormgegeven context. Daarnaast hebben eveneens performances en workshops plaatsgevonden in STUK Kunstencentrum in Leuven, CAC Bretigny in Bretigny-sur-Orge, MoMA in New York en The Kitchen in New York. Recentelijk heeft If I Can’t Dance… samengewerkt met Kunsthalle Dusseldorf en South London Gallery.

De karakteristieke methodiek van If I Can’t Dance… is zorgvuldig en betrokken, niet alleen in de wijze waarop ze kunstenaars, conservators en theoretici selecteert, maar ook in de wijze waarop deze dialoog is opgebouwd en zich over een langere periode ontwikkelt. If I Can’t Dance… – lokaal zichtbaar en internationaal vermaard – is een experimentele en uitdagende instelling als geen ander in Nederland.

Rijksakademie

De Rijksakademie geldt al vele jaren ononderbroken als een uitmuntende en gedreven instelling die ruimte schept voor talentontwikkeling en artistic research. Ze biedt 50 (inter)nationale kunstenaars een studio voor een periode van maximaal 2 jaar voor reflectie en productie. De kunstenaars doen dit in dialoog met vooraanstaande gasten en adviseurs – kunstenaars, theoretici en conservatoren – die een op een of binnen een symposiumstructuur hun ervaring delen en feedback geven. Tot recentelijk boden daarnaast de uitgebreide werkplaatsen (voor hout, keramiek, audio-visuele opnamestudio’s, etc.) ruimte aan de kunstenaars om nieuwe technieken uit te proberen onder professionele begeleiding.

Naast deze indrukwekkende faciliteiten is de Rijksakademie een waardevolle ontmoetingsplaats voor kunstenaars en andere kunstprofessionals. De jaarlijkse ‘Open Dagen’ worden intensief bezocht door een (inter-)nationaal professioneel publiek, alsmede door een steeds grotere groep kunstliefhebbers. Daarnaast blijven veel kunstenaars na hun tijd op de Rijksakademie in Nederland wonen en werken en leveren zo een bijzondere en duurzame impuls aan het lokale kunstlandschap. In het algemeen heeft de uitstekende internationale reputatie van de Rijksakademie en haar alumni substantieel bijgedragen aan de gerenommeerde positie die Nederland inneemt in de wereld van de hedendaagse kunst. Het is -en hopelijk blijft – een unieke instelling in Nederland.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *