NOMINATIES AICA OORKONDE 2006-2007 BEKEND

annunciation.jpg

Gert Jan Kocken: ‘Defacing’, Annunciation,  Swanden defacement 21 December 1528, 150 x 105 cm.  (fotowerk, 2006)

De nominaties voor de AICA Oorkonde 2006-2007, ditmaal in de categorie ‘tentoonstellingen’, zijn bekend gemaakt. Opmerkelijk is dat niet alleen tentoonstellingen van hedendaagse kunst zijn genomineerd, maar tevens van toegepaste kunst en kunst uit het (recente) verleden. Tot 18 mei kunnen AICA leden stemmen op 5 tentoonstellingen die in 2006 en 2007 in Nederland hebben plaatsgevonden: Pretty Dutch, het 18de eeuwse porseleinoverzicht in het Fries Museum, Other Voices, Other Rooms: Andy Warhol, een overzicht van  zijn film- en video werk in het Amsterdamse Stedelijk Museum, Peter Struycken in het Groninger Museum, Tino Sehgal, een keuze uit de collectie van het Stedelijk Museum, het overzicht Daan van Golden: Golden Years in Museum Boijmans van Beuningen en Defacing, een presentatie van fotowerken door Gert Jan Kocken in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam.

De AICA Oorkonde wordt jaarlijks toegekend aan afwisselend een tentoonstelling, een kunstinstelling en een publicatie op het gebied van beeldende kunst. Eerder dit jaar werd de AICA Oorkonde voor een kunstinstelling uitgereikt aan BAK basis aktuele kunst in Utrecht.

De nominaties voor de tentoonstellingen worden hieronder hieronder met een korte tekst gemotiveerd.

PRETTY DUTCH (Leeuwarden, Princessehof, 2007-08)
De tentoonstelling over achttiende-eeuws Hollands porselein, Pretty Dutch, was verrassend mooi en doordacht gepresenteerd. In een aparte zaal kreeg de bezoeker uitleg over het productieproces van porselein en de lotgevallen van de fabrieken in Loosdrecht, Weesp, Ouder en Nieuwer Amstel en Den Haag die nauwelijks vijftig jaar hebben bestaan. Elders kon men genieten van de stralende schoonheid van het ‘witte goud’ en de verfijnde decoraties. Bovendien was een aantal hedendaagse kunstenaars gevraagd nieuw werk in porselein te maken. De begeleidende catalogus was fraai vormgegeven én informatief.

ANDY WARHOL: OTHER VOICES, OTHER ROOMS (Amsterdam, SMCS, 2007-08)
Andy Warhol is terug in het Stedelijk, veertig jaar na zijn museale debuut. Toen was Warhol de ongekroonde koning van de Pop Art, nu is hij de peetvader van de reality-tv. Het Stedelijk Museum ademt de sfeer van de Factory maar vertelt een verhaal dat helemaal van nu is.

PETER STRUYCKEN (Groninger Museum, 2007)
Peter Struycken heeft een grote reputatie als maker van toegepaste kunst, vaak in de openbare ruimte. Het Groninger Museum deed een geslaagde poging om dit werk in combinatie met het vrije werk op een visueel aantrekkelijke manier te presenteren. Behalve schilderijen en tekeningen waren er tapijten, screensavers en de bekende Beatrix-postzegels te zien. De monumentale beelden werden getoond op interactieve panoramafoto’s met overtuigend 3D-effect. In het Coop Himmelb(l)au paviljoen kon de bezoeker kijken en luisteren naar de bewegende beeldcomposities die Struycken maakte bij ‘Explosante-fixe’ van Pierre Boulez.

TINO SEHGAL: EEN KEUZE UIT DE COLLECTIE VAN HET STEDELIJK (Amsterdam, SMCS, 2006)
Video’s van Bruce Nauman (o.a. Wall-Floor Positions uit 1968) en Dan Graham (Roll, 1970) zijn door Tino Sehgal als uitgangspunt genomen voor de choreografie van zijn werk Instead of allowing some thing to rise to your face dancing bruce and dan and other things (2000). Ter gelegenheid van de aankoop van dit werk nodigde het Stedelijk Museum Sehgal uit om in Amsterdam een expositie te komen maken met werken uit de collectie van het Stedelijk. Aanhakend bij de kunsthistorische metafoor van het beeldhouwwerk dat aan het begin van de moderne periode van zijn sokkel is gestapt, boetseerde de kunstenaar uit materiaal aangeleverd door Auguste Rodin, Sesostris Vitullo, Andy Warhol, Carl Andre, Jeff Koons en Felix Gonsalez-Torres een lint van liggende en kruipende lichamen, waarvan de steeds dunner wordende materialiteit uiteindelijk oploste in de traag over de vloer bewegende danser die Sehgals eigen werk uitvoerde. Deze schijnbare wraak van een kunstenaar op de lineaire modellen van de kunstgeschiedenis, was ook te beschouwen als een meditatie over geschiedenis, vooruitgang en de poëzie van het weglaten. Sehgals subtiele verzameling “grondfiguren” vormde een alternatief somatisch geheugen voor het museum.

DAAN VAN GOLDEN: GOLDEN YEARS (Museum Boijmans Van Beuningen, 2006)
Daan van Golden maakte deze tentoonstelling ter gelegenheid van zijn 70ste vergjaardag. Voor ieder jaar van zijn leven koos hij een krantenfoto uit zijn privé-verzameling, te beginnen met een foto van Alexander Rodchenko van “Ritmische gymnasten op het Rode Plein”(1936). Van Golden deelde de 70 foto’s in in categorieën als boksen, film, seks, politiek, ongelukken en schilderkunst. De foto’s hingen ingelijst op een lange rij naast elkaar. De inrichting was zó precies en geconcentreerd, dat het bekijken van iedere foto onontkoombaar was. Aan de kopse wanden hingen twee schilderijen van Van Golden, de ene naar de blauwe parkiet van Matisse in Le Perruche et La Sirene” w:st=”on”>La Sirene, de andere (rood) naar een sculptuur van Giacometti. Op een onnadrukkelijke, speelse manier kwamen hier allerlei thema’s, zoals appropriation, uniciteit en signatuur aan de orde. Van Golden maakte aannemelijk dat een krantenfoto van hetzelfde belang is als een schilderij. Het was een tentoonstelling vol humor, plezier, openheid en levensvreugde. Van Golden bewees dat deze rijkdom overal voorhanden is voor wie maar wil kijken.
Van Golden mag in ons land een grootheid zijn, in het buitenland is hij nog steeds, volkomen onterecht, vrijwel onbekend.

GERT JAN KOCKEN: DEFACING (Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, 2007)
Gert Jan Kocken kreeg bekendheid door zijn serie kleurenfoto’s ‘rampplekken’, locaties waar zich in het recente verleden een ramp heeft voltrokken. Deze met een technische camera gemaakte en op groot formaat afgedrukte foto’s laten ‘onschuldige landschappen’ zien, die slechts herinneringen oproepen aan het drama dat zich er ooit heeft afgespeeld. Van 2003-2007 heeft Kocken zich geconcentreerd op de 16de-eeuwse beeldenstorm. Een historisch gegeven dat nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Na intensief vooronderzoek legde hij veelal verborgen sporen van de reformatorische beeldenstorm vast in Duitse, Engelse, Nederlandse en Zwitserse kerken. Door uiterste licht- en fototechnische perfectie bij het maken van de opnamen leveren de vrijwel op ware grootte afgedrukte foto’s een huiveringwekkend beeld op van het religieuze fanatisme dat leidde tot deze golf van iconoclasme. Met eenzelfde precisie presenteerde Kocken deze serie in de profane omgeving van het SMBA. Bij de ingang van de tentoonstelling werd een verband met de actualiteit gelegd door een fotografische reproductie van de voorpagina van The New York Times d.d. 11 september 2001. Slechts enkele kleine berichten over de perikelen in het Midden-Oosten en Afghanistan kunnen achteraf als een voorbode worden gezien van de aanslag op de Twin Towers later die dag. Als begeleidende publicatie verscheen SMBA Newsletter nr. 100 met teksten van Jelle Bouwhuis en Sven Lütticken. Hierin werd een directe link gelegd met een actuele vorm van zinloos iconoclasme in ons eigen land door de foto die Kocken maakte van De Denker van Rodin, die begin 2007 door metaaldieven uit de tuin van het Singer Museum werd gestolen en zwaar gehavend werd teruggevonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *