Laudatio voor Eva Meyer-Hermann, winnaar AICA Oorkonde

 Warhol tentoonstelling in Stedelijk Museum

Vrijdag 19 december sprak Lily van Ginneken de laudatio uit ter gelegenheid van de toekenning van de AICA Oorkonde aan Eva Meyer-Hermann, bedenker en samensteller van de tentoonstelling Andy Warhol. Other Voices, Other Rooms in het Stedelijk Museum eerder dit jaar. Elders op deze site is meer te lezen over deze toekenning. Van Ginneken gaat in op de specifieke aanpak van Meyer-Hermann, die deze tentoonstelling voor een groot publiek toegankelijk maakte: 'Zonder op de knieën te gaan voor een populistische aanpak, slaagde ze er in een populaire tentoonstelling te maken. Voor de jongeren was het een eye-opener, voor de ouderen een feest van herkenning met veel nieuws'. (This dutch version is followed here by the english translation by Michael Gibbs)

Door Lily van Ginneken

Het was een feest om de Warhol-tentoonstelling binnen te komen. Er hing een andere sfeer. Het Stedelijk CS zag er niet eerder zo uit. Eenmaal binnen was het overweldigend. Zoveel te zien, zoveel bewegend beeld waaraan je kon blijven plakken, met daarnaast de waarschuwende klokken, zo lang gaat ‘t duren…

De presentatie Other Voices Other Rooms, verwijzend naar die zoekende onrust in de gelijknamige roman van Warhols leeftijdgenoot Truman Capote, was in 3 duidelijk van elkaar te onderscheiden zones ingedeeld: Film scape, Cosmos en TV scape, zonder dat er sprake was van een hiërarchische opstelling, nee: alles werd als evenwaardig áán en naast elkaar getoond, met het risico dat je door al die beelden en geluiden misschien de grip op die ene film kwijtraakte, of net het gesprek tussen Andy en Edie miste.

Dit was echter geheel de opzet van curator Eva Meyer-Hermann. In haar begeleidende tekst schrijft ze: De creativiteit van Warhol is 40 jaar lang constant gebleven, zowel in zijn commerciële als in zijn vrije werk. ‘All is pretty’ is zijn egalitaire devies. Daarmee bedoelt hij niet dat elk alledaags gebruiksvoorwerp kunst is – waar het hier om gaat is: zijn haast democratisch te noemen instelling om alle dingen in de wereld evenveel betekenis toe te kennen. Alles wat het leven te bieden heeft, is ook geschikt om dat leven te beschrijven. Zijn wereldberoemde portretten vertegenwoordigen dan ook maar een deel van dit radicale wereldbeeld. De foto’s, video- en audio-opnamen zijn even belangrijk en niet te vergeten de voorwerpen uit het dagelijks leven die hij nooit weggooide, maar jarenlang bewaarde in dozen de ‘Time Capsules’.

 In de manier waarop Eva Meyer-Hermann haar Warhol-tentoonstelling heeft samengesteld probeert ze inzicht te geven in Warhols manier van werken, in zijn houding, in zijn fascinaties. Wélke materialen en technieken hij ook gebruikt of toepast, élk onderwerp kán en krijgt dezelfde aandacht. De zich talloze keren herhalende zeefdrukken van de Campbell soepblikken of de portretten van Marilyn Monroe, liggen immers in dezelfde lijn als de vertraagde eindeloos durende filmprojectie van het statische Empire State Building of van een urenlang slapende vriend.

In Other Voices Other Rooms wordt Warhol gepresenteerd niet zozeer als de autonome auteur van sacrosancte kunstwerken, maar als regisseur cq veroorzaker van een indrukwekkend multidisciplinair, collectief tot stand gebracht oeuvre, waarin op een onvergelijkelijke manier ‘leven’ wordt zichtbaar gemaakt. En dát gebeurt hoofdzakelijk via de in principe toch betrekkelijk onkunstzinnige manier van: reproduceren zonder commentaar. Niet voor niets wordt Warhols methodiek vaak vergeleken met een spiegel. Een onpersoonlijker instrument kun je je haast niet voorstellen.

Uit Eva Meyer-Hermanns benadering van Warhols persoonlijkheid blijkt echter dat geen emotie hem vreemd is. Hij is zowel insider als outsider, is middelpunt van de hippe wereld-jet set, maar voelt zich op zijn gemak thuis bij zijn strijkende moeder, is voyeur, stalker, weet zich geen raad met zijn uiterlijk maar staat ingeschreven als fotomodel, neigt tot jatten van ideëen, maar is tegelijkertijd motor en initiatiefnemer, hanteert in zijn werk geen moraal, maar gaat trouw naar de kerk, kortom een vat vol tegenstellingen. Dit maakt hem echter wel tot de uiterst gevoelige seismograaf, die in staat is die onvergetelijke kroniek van de jaren zestig, zeventig en tachtig te creëren.

Met de tentoonstelling, Other Voices Other Rooms, de bijbehorende catalogus en alle activiteiten erom heen, heeft Eva Meyer-Hermann een mooi voorbeeld van hedendaags tentoonstellingsmaken laten zien. Zonder op de knieën te gaan voor een populistische aanpak, slaagde ze er in een populaire tentoonstelling te maken. Voor de jongeren was het een eye-opener, voor de ouderen een feest van herkenning met veel nieuws.

Voor de vormgeving van het gehele project, betrok ze het Berlijnse bureau chezweitz & roseapple dat een spannend parcours ontwierp. Op een heel intelligente manier werd daarin de ontwikkeling van de avant-garde zichtbaar, zoals die zich achtereenvolgens voordeed in the 60’s, 70’s en 80’s. Zo heerste in de eerste Film Scape-ruimte een wat duistere underground sfeer met her en der camouflage-vormige zitbanken, het hing vol met grote filmschermen, waarop tientallen trage grijzige films werden vertoond, vaak zelfs niet goed verstaanbaar, die in de jaren 60 in Warhols befaamde werkplaats The Factory waren opgenomen.

Aan de andere kant bevond zich een heldere, gelikt-vormgegeven glamour ruimte, in vorm en kleur van de Amerikaanse vlag, met rijen monitoren waarop Warhols professionele TV werk was te zien, dat hij in de jaren 80 voor Manhattan Cable maakte. In de middenruimte was Warhols Cosmos geïnstalleerd, op, aan en in zuilconstructies, een archief als het ware met veel en heterogeen materiaal, in reproductie, documentatie, video en geluid.

Wie kon 40 jaar geleden bevroeden dat Warhols toen al spreekwoordelijke media-geilheid zich als een hysterisch virus in toekomstige generaties zou verspreiden? Idols , YouTube, Big Brother, het zijn er wat voorbeelden van. In zijn eigen tijd was die herkenning nog niet zo algemeen, getuige de ontmoeting tussen Warhol en de aristocratische moeder van zijn muze Edie Sedgwick, de star in de film Factory Girl.  ‘Ik denk dat uw dochter superberoemd gaat worden’, zegt Warhol.  ‘En wat is de waarde daarvan, mister Warhol?’  ‘I think everybody wants to be famous’.  ‘Well, I had much higher hopes for Edith’.

 Andy Warhol, Richard Nixon, 1972

 

 

 

 

 

 

Alhoewel… in Amerikaanse regeringskringen werd Warhol toen al wel gespot. Op 2 december 1968 schreef Richard Nixon, de Amerikaanse president-elect, hem het volgende:

Dear mr Warhol,

As you may know, I have pledged to bring into this administration men and women, who by their qualities of youthfulness, judgment, intelligence and creativity, can make significant contributions to our country. I seek the best minds in America to meet the challenges of this rapidly changing world. To find them I ask for your active participation and assistance.

You as a leader, are in a position to know and recommend exceptional individuals.

 Het is onduidelijk of Warhol hierop heeft gereageerd, maar tijdens de presidentsverkiezingen in 1972 maakte Warhol, zelf a lifelong democrat, een onflatteus portret van de republikein Nixon, met als onderschrift: Vote Mc Govern.

In de reacties op Other Voices Other Rooms is de actualiteit van Warhol duidelijk onderkend. Sacha Bronwasser onder anderen, schrijft in De Volkskrant (18-10-07): ‘Videofragment na audiotape, snapshot na platenhoes, wordt duidelijk dat Andy Warhol de aanjager is geweest van een cultuur die tot op vandaag doorgaat. De hele tentoonstelling blijkt propvol dingen te zitten die wij nu gewoon vinden of als nieuw ervaren, maar die lang geleden door Andy Warhol zijn bedacht of mogelijk gemaakt’.

 Wat mij persoonlijk aanspreekt in Eva Meyer-Hermanns aanpak is haar aandacht voor overdracht, ze begrijpt dat dat er toe doet, kijk bijvoorbeeld naar de informatieve, heldere aanpak van de catalogus met als sympathiek detail om in plaats van een eindeloze indrukmakende lijst van literatuur slechts 20 van belang zijnde Warhol publicaties met een korte omschrijving te noemen. Op een subtiele manier relativeert ze een dogmatische kunsthistorische aanpak. En in het verlengde daarvan, bevalt me bovenal de bandbreedte die ze Warhols kunstenaarschap toekent en daarmee het kunstenaarschap in het algemeen oprekt.

AICA AWARD 2008 for:

Andy Warhol, Other Voices Other Rooms. An exhibition made by Eva Meyer-Hermann.

 Exhibition view Andy Warhol. Other Voices, Other Rooms in Stedelijk Museum Amsterdam

By Lily van Ginneken

Entering the Warhol exhibition was a treat. The atmosphere was different – the Stedelijk Museum at CS had never looked like this. Once you were inside it was overwhelming. So much to look at, so many moving images that you could hang around to watch, and then with clocks telling you how long there was to go…

The title of the exhibition, Other Voices, Other Rooms, refers to the feeling of searching restlessness in the novel of the same name by Warhol’s contemporary Truman Capote. It is divided into three clearly distinguishable zones:, Filmscape, Cosmos and TV-scape, without there being any hierarchical arrangement. NO: everything is juxtaposed as of equal value, with the risk that, through all these images and sounds, you might easily fail to get to grips with a particular film, or might just miss the conversation between Andy and Edie.

This was, however, exactly what the curator Eva Meyer-Hermann intended. In her accompanying essay she writes: ‘The creativity that permeated Warhol’s life and work was an immutable constant. And it remained so for four decades, be it in his ‘commercial’ work or in his own work. The maxim ‘all is pretty’ summed up his egalitarian approach. However, with this statement Warhol was not categorizing consumer goods per se as art, but was expressing an almost  democratic determinator to ascribe equal meaning to all the many things in our lives. Everything that life has to offer can also be used to describe life. And ultimately Warhol’s world-famous portraits are only one component of this radical worldview. They are no more important than the photographs, the videos and tape recordings, or the parafernalia of daily life which he never threw away but collected year after year in boxes, the ‘Time Capsules’.

In putting together her Warhol exhibition, Eva Meyer-Hermann tries to provide an insight into Warhol’s way of working, into his attitude and his fascinations. No matter what materials and techniques he employs or applies, every subject is possible and is given the same attention. The endlessly repeated silkscreens of Campbells soup cans or the portraits of Marilyn Monroe are not so very different from the slowed-down,  endless film projection of the static Empire State Building or of a friend sleeping for hours.

Warhol is presented in Other Voices, Other Rooms not so much as the autonomous author of sacrosanct works of art, but as the director or creator of an impressive multi-disciplinary body of work, one which is brought into being collectively and in which ‘life’ is made visible in an unforgettable way. And that is mainly done by means of what is in principle a relatively unartistic way: reproduction without commentary. It is not for nothing that Warhol’s method of working is often compared to a mirror. You can hardly imagine a more impersonal instrument.

Eva Meyer-Hermann’s approach to Warhol’s personality reveals although that no emotion is unfamiliar to him. He is both: insider and outsider, is at the centre of a hip global jet-set, but feels comfortable at home with his mother doing the ironing. He is a voyeur and a stalker, is at an utter loss when it comes to his appearance, yet is registered as a photo model. He tends to steal ideas, but at the same time is a driving force and an initiator. His work can often be described as ‘immoral’, yet he goes regularly to church. In short, a bundle of contradictions. However, this does make him an extremely sensitive seismograph, who was able to create an unforgettable chronicle of the Sixties, Seventies and Eighties.

With the exhibition Other Voices, Other Rooms, the accompanying catalogue and all the activities surrounding it, Eva Meyer-Hermann has given us an excellent example of contemporary curating. Without bowing down to a popularistic approach, she succeeded in making a popular exhibition. For young people it was an eye-opener, for older ones a feast of recognition with a lot of new things to see.

For the design of the whole project she employed the services of the Berlin office of chezweitz & roseapple, who designed an exciting route, reflecting in a very intelligent way the development of the avangarde in the 60’s, 70’s and 80’s successively . The first Filmscape-space exuded a somewhat mysterious, underground atmosphere with camouflage-shaped seating units spread here and there. It hung full of large film screens onto which dozens of slow, greyish films were shown, not always clearly audible, many of which had been shot in the Sixties in Warhol’s famous studio The Factory. On the other side was a brighter, slickly designed and glamourous space in the form and colour of the American flag, with rows of monitors showing Warhol’s professional work for television, which he made in the Eighties for Manhattan Cable. In the middle space Warhol’s Cosmos was installed on and in column constructions, a kind of archive with a great deal of heterogeneous material, including reproductions, documentation, video and sound.

Forty years ago, who could have suspected that Warhol’s already legendary infatuation with media would spread in future generations like a hysterical virus? Idols, YouTube and Big Brother are just a few examples of this. This was not so generally acknowledged in his own time, as witness the encounter between Warhol and the aristocratic mother of his muse Edie Sedgwick, the star of his film Factory Girl. ‘I think your daughter is going to become a superstar’, said`Warhol. ‘And what is the value of that, mister Warhol?’ ‘I think everybody wants to be famous’. ‘Well, I had much higher hopes for Edith’.

Andy Warhol, Richard Nixon, 1972

 

 

 

 

 

 

Nevertheless, Warhol had already then been spotted by American government circles. On the 2nd of December 1968, Richard Nixon, the American president-elect, wrote him the following:

Dear mr Warhol,

‘As you may know, I have pledged to bring into this administration men and women, who by their qualities of youthfulness, judgment, intelligence and creativity, can make significant contributions to our country. I seek the best minds in America to meet the challenges of this rapidly changing world. To find them I ask for your active participation and assistance.

You as a leader, are in a position to know and recommend exceptional individuals.’

It is not clear whether Warhol responded, but during the 1972 presidential elections Warhol, himself a lifelong Democrat, made an unflattering portrait of the Republican Nixon, with as caption: Vote McGovern.

Warhol’s contemporaneity is clearly acknowledged in the reviews of Other Voices, Other Rooms. Sacha Bronwasser, for example, wrote in the Volkskrant of October 18 last year: ‘Video fragment after audio tape, snapshot after record cover, all make it clear that Warhol inspired a culture that continues to this day. The whole exhibition is full of things that we now find ordinary or experience as new, but which were long ago thought up or made possible by Warhol’.

What appeals to me personally in Eva Meyer-Hermann’s approach is her concern for conveying information. She understands that it makes a difference. See, for example, the informative, clear way the catalogue is approached. To mention one nice detail: instead of an endless impressive list of literature, she presents the short descriptions of twenty of important Warhol-publications. In a subtle manner she puts a dogmatic art historical approach into perspective. Following on from this, what I like above all, is the way she reveals the full breadth of Warhol's career as an artist, thereby expanding the very notion of what it means to be an artist.

Translation: Michael Gibbs

Lily van Ginneken is the former director of STROOM, The Hague Centre for Contemporary Art and member of AICA Netherlands. 

Geef een reactie