Kunstenaars en Fonds BKVB in debat over subsidies

Er is ophef ontstaan in de wereld van de subsidies aan beeldend kunstenaars. Na het verschijnen van de uitgave Second Opinion door het Fonds BKVB en de Mondriaan Stichting over de toekomst van het subsidiesysteem, volgde een protestbrief, ondertekend door inmiddels 401 kunstenaars. Op 3 oktober organiseren beide instellingen een openbaar debat over de toekomst van de subsidies voor beeldende kunst in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. (klik voor tijd en reserveren op http://www.fondsbkvb.nl/00_home/content/nieuws/3614.php )

In Second Opinion doen directeuren Lex ter Braak van het Fonds BKVB en Gitta Luiten van de Mondriaan Stichting kritische uitspraken over het huidige subsidiesysteem. Ze stellen onder meer: ‘er wordt met subsidiegeld steeds vaker kunst geproduceerd van middelmatige kwaliteit en de markt voor kunst blijft kunstmatig klein’ en ‘Het relatief royale subsidieaanbod voor individuele kunstenaars (-) brengt met zich mee dat de kunstenaar zich daar in eerste instantie toe verhoudt, eerder dan tot het publieke domein’.

Als reactie op deze uitspraken schreven kunstenaars Lisa Couwenbergh en Ewoud van Rijn een openbare brief aan Lex ter Braak, waarin zij hem verwijten met zijn plannen voor beperking van het subsidiegeld de nederlandse cultuur te verarmen in plaats van te verrijken: ‘Ook artistieke innovatie vereist investeringen van de overheid’. Onder de 401 ondertekenaars bevinden zich kunstenaars als Rineke Dijkstra, Irene Fortuyn, Peter Struycken en Bas Meerman.

In een radiointerview bij De Avonden van de VPRO geeft Ter Braak een reactie op de kunstenaarsbrief. Klik om het interview te beluisteren op http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/35385869/items/36559357/ . Op de site van het Fonds BKVB is het geschreven antwoord van Ter Braak aan Lisa Couwenbergh te lezen: http://www.fondsbkvb.nl/00_home/content/nieuws/3613.php .  

Hieronder is de volledige brief van Couwenbergh en Van Rijn opgenomen: 

Amsterdam, 27 Augustus 2007

Geachte Heer Ter Braak,

Wij schrijven u deze brief omdat wij ons grote zorgen maken over de door u in gang gezette ontwikkelingen bij het Fonds BKVB inzake de individuele subsidies aan beeldend kunstenaars.

De kunst is vervreemd van de rest van de wereld en in een isolement geraakt Door het royale subsidieaanbod (van wwik tot Fonds bkvb) verhoudt de kunstenaar zich alleen nog tot de subsidiërende instantie.” Een subsidietoekenning is tegelijk de waardering uit eigen kring- Waarom je dan nog richten tot een afwezige buitenwereld”.

“Subsidie ondermijnt de noodzaak om werk aan de man te brengen,te tonen en te verkopen. De kosten zijn immers door de overheid gedekt. Inkomsten uit verkopen zijn niet of minder nodig”. ..” er wordt met subsidiegeld steeds vaker kunst geproduceerd van middelmatige kwaliteit en de markt voor kunst blijft kunstmatig klein.”

Deze uitspraken van u en mevr.Luiten in “Second Opinion” geven het idee dat de Nederlandse kunstenaar zich als een lui varken, rondwentelt in een warm bad van subsidies. Een beeld dat niet klopt met de werkelijkheid, dit zijn de feiten:

-Van het BKVB ontvingen in 2005, op basis van een kwaliteitstoets, slechts 78 academieverlaters een startstipendium.

– Een enkeling kreeg projectsubsidie – of publicatiesubsidie

– 205 kunstenaars kregen een basissubsidie voor 4 jaar van € 7800,- per jaar. De aanvrager wordt getoetst op artistiek inhoudelijke kwaliteit, er wordt gekeken naar aankopen, opdrachten, prijzen, publiciteit, activiteiten op publicitair, organisatorisch en educatief gebied, samenwerkingsverbanden etc. Wij zien niet in, gezien de hoogte van de bedragen, waarom inkomsten uit verkopen niet meer nodig zouden zijn!

Uit onderzoek blijkt bovendien dat maar een zeer klein deel van de in Nederland actieve kunstenaars van zijn of haar verkopen kan bestaan.

Toch spreekt u van “deze overdadige rijke tijd, waarin het niet meer de taak van de overheid is om iedereen die zich kunstenaar noemt te steunen.” Die overdadige rijke tijd welke u waarneemt gaat zeker niet op voor kunstenaars. Wij zien veel collega’s, en dat zijn niet de mensen die zich kunstenaar noemen, maar die het zijn, die met zeer weinig financiële middelen, heel veel inzet, doorzettingsvermogen en professionalisme, hun praktijk voortzetten.

Door de individuele subsidies af te schaffen of nog meer in te krimpen, worden kunstenaars gedwongen om meestal laag betaalde, tijdrovende baantjes te nemen die het ze schier onmogelijk maakt om zich artistiek en professioneel te ontwikkelen.

Nationaal en internationaal succesvolle kunstenaars als Aernout Mik, Marijke van Warmerdam, Joep van Lieshout, Folkert de Jong en Lily van der Stokker, verklaren zich zonder individuele subsidie niet als zodanig te hebben kunnen ontwikkelen.

Uit alle bijdragen aan het boek uwerzijds en uw uitspraken in de context van deze publicatie maken wij op dat u uitgaat van de vooronderstelling dat het droogleggen van individuele subsidies aan kunstenaars, vanzelf zal leiden tot het ontstaan van een nieuwe, “maatschappelijk gewaardeerde vorm” van beeldende kunst en een nieuwe markt van verzamelaars zal doen ontstaan.

Kunt u uitleggen waarop u deze aanname baseert? Hoe kan een kunstenaar zich ontwikkelen als hij zich moet aanpassen aan de vraag van de markt? Het bedrijfsleven besteedt veel geld aan research, de wetenschap wordt van overheidswege ruim gesubsidieerd, waarom zou de kunst zonder het relatief kleine budget kunnen, dat via individuele subsidie in artistiek talent wordt geïnvesteerd? Ook artistieke innovatie vergt investeringen van de overheid.

Wij vinden het onbegrijpelijk dat u als directeur van het belangrijkste fonds voor kunstenaars vermindering van individuele subsidies bepleit en suggereert dat het Nederlandse subsidie systeem middelmatige kunst bevordert en de kunst op een laag niveau en in een maatschappelijk isolement heeft gebracht.

Uw uitspraken zullen in de toekomst nog wel eens grote negatieve gevolgen kunnen hebben voor de cultuur in Nederland. Bovendien zijn zij koren op de molen van populistische politici en criticasters. Kunst en cultuur zijn kwetsbare zaken die u juist zou moeten beschermen.

Kunstsubsidies zijn er om kunstenaars de kans te geven vrijelijk te kunnen denken, en creëren. Dat is uiteindelijk een kwestie van beschaving. Waar een Maecenas is kan een Virgilius zich ontplooien.

Door het beetje subsidiegeld voor individuele kunstenaars verder te beperken, bevordert u verarming, in plaats van verrijking van de Nederlandse cultuur.

Namens 370 Nederlandse kunstenaars

Contactpersonen: Lisa Couwenbergh, Ewoud van Rijn

2 gedachten over “Kunstenaars en Fonds BKVB in debat over subsidies

  1. Als het lex ter Braak vindt dat de kwaliteit van de kunstenaars die een beurs krijgen onvoldoende is zou hij de criteria moeten aanscherpen waarop kunstenaars gehonoreerd worden. Een strenger selectiebeleid is wat anders dan het simpelweg verminderen van het individuele subsidiegeld.
    Ik zou wel eens de aantoonbaarheid willen zien van het verband tussen gebrek aan “goede kunst” en de vergeven stipendia.
    Ik zou net als bovengenoemde kunstenaars me niet hebben kunnen ontwikkelen in de mate waarop ik dat nu heb gedaan zonder basisstipendia.

  2. Wat wil ter braak, een londonse scneario? Daar is inderdaad amper subisidie voor kunstenaars. Wat London wel heeft is een netwerk zeer rijke, machtige galleries en verzamelaars. Zij steunen een elite van kunstenaars gedurende hun leven. Nederland heeft geen internationale, rijke galleries. Onze markt is daar inderdaad te klein voor. Door subsidies te verlagen wodt deze niet groter. Wat wel zal gebeuren is een volledige arrest in de productie van kunst, en vervaging van nederland op de kunstkaart. Als Nederland een grote speler wil zijn, moet zij juist haar kunstenaars steunen.
    Nederland is een van de grootste bijdragers aan de internationele kunst markt. Wij staan bekend als land waar experimenteel, vernieuwende kunst geproduceerd wordt. Waar kunstenaars niet perse aan de voorspelbare eisen van de markt voldoen. Ik ben bang dat de heer Ter Braak enkel naar eindresultaten kijkt en het proces vergeet.De CV’s van internationale bekende kunstenaars is vol subsidies van de Fonds BKVB. Er is nooit kunst geweest zonder steun van particulieren en overheden, of dat de kerk was, een fanatieke verzamelaar of gallerist. Wil Ter Braak het subsidiesysteem in nederland vervangen met galleries, verzamelaars en overheidsinstanties? Om de zogenaamd ‘kunstmatig kleine’ kunst markt van Nederland te vergroten? Dan ben ik bang dat nederland geen Aernout Miks, Marijke Warmerdams, Berend Striks, Michael Raedeckers ( en veel meer ) zal produceren. Wat hij misschien wil is dat bekende Nederlandse kunstenaars in Nederland blijven. Om wat te doen precies, weet ik niet? medailles ontvangen? Nederland is juist interessant omdat buitenlandse kunstenaars graag hier komen en er een productieve uitwisseling is tussen nederland en het buitenland. Want er is een interessant en intellectueel hoogwaardige discussie en experiment gaande in de kunst. Dit in plaats van een vervlakte, voorspelbaler discussie in de markt georienteerde kunstfinanciering elders. Ik geloof dat de Fonds zich graag bezighoudt met kulturele diversiteit, daar is nederland op het moment een perfect internationaal platform voor. Ik hoop dat Ter Braaks daden zachter zijn dan zijn woorden, want hij brengt dit haast unieke model in gevaar.
    Subsidies beperken = markt vergroten???? Deze oplossing is direct, snel en eenvouwdig. Dat zijn haar krachten. Wat haar ontbreekt zijn subtiliteit, vooruitzicht en visie. Als de FONDS ontevreden is over de resultaten van haar investering in individuele kunstenaars, moet zij misschien betere keuzes maken. Een stap in de goede richting is een snellere roulering van de vaste commissieleden en bestuursleden. Want verandering kan pas komen als oude gewoontes de weg vrijmaken voor verse ideeen en nieuwe uitgangspunten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *