Genomineerden AICA Oorkonde 2011 bekend

De drie nominaties voor de AICA Oorkonde 2011 zijn bekend. In de periode 2008-2010 komen volgens de jury als beste tentoonstelling in aanmerking: Erasmus in Beeld (Museum Boijmans Van Beuningen), Play van Abbe (Van Abbemuseum) en Van Goghs brieven. De Kunstenaar aan het woord. (Van Goghmuseum). AICA Nederland leden kunnen tot en met 30 juni stemmen op de tentoonstelling van hun voorkeur. Hieronder zijn de nominaties te lezen.

Door Robbert Roos, Ingrid Commandeur en Kees Keijer (jury AICA Oorkonde 2011)

Erasmus in beeld (Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 8 november 2008 t/m 8 februari 2009). (foto's Bob Goedewaagen)

De tentoonstelling Erasmus in beeld in Museum Boijmans Van Beuningen was in essentie een tentoonstelling over het leven en werk van Desiderius Erasmus, maar oversteeg in alles het doorgaans weinig beeldende karakter van een historische schets. De tentoonstelling bracht de raakvlakken van Erasmus’ gedachtegoed en de prentkunst en beeldende kunst uit de vijftiende eeuw (1450-1550) op thematische wijze in beeld. Door de nadruk te leggen op de invloed van Erasmus op de kunsten en het feit dat hij zelf ook veelvuldig is geportretteerd, was op de tentoonstelling een ruime selectie belangrijke topstukken te zien. De tentoonstelling bracht portretten bijeen van Erasmus door kunstenaars als Quinten Massys, Hans Holbein de Jonge en Albrecht Dürer. Brieven en geschriften bewijzen dat Erasmus nauwkeurig de regie behield over de wijze waarop hij werd afgebeeld. Ook besteedde de tentoonstelling aandacht aan onderwerpen die hem na aan het hart lagen zoals: geleerdheid en opvoeding, oorlog en vrede, kerk en kunst. De twee ‘kanten’ van de tentoonstelling – historische artefacten en autonome kunstwerken – werden op een voorbeeldige manier aan elkaar gekoppeld en met elkaar vermengd. Het samenbrengen van theorie (het intellectuele gedachtegoed van Erasmus) en de beeldende kunst zorgde kortom voor een interessante wederzijdse contextualisering.

Van doorslaggevend belang voor de tentoonstelling was hiervoor echter ook de tentoonstellingsvormgeving van kunstenaar Krijn de Koning in samenwerking met grafisch vormgever Tessa van der Waals, die de beeldende benadering van een ontrafeling van Erasmus’ gedachtegoed extra benadrukte. De grote, blauwe abstracte, ruimtelijke structuur zorgde voor een geconcentreerde kijkomgeving, waarin de veelheid aan materiaal toch overzichtelijk en behapbaar kon worden bekeken. Een vergelijkbare inzet van de abstracte ruimtelijke installaties van Krijn de Koning in een tentoonstelling was eerder te zien in de tentoonstelling The return of Religion and other Myths (2008, BAK basis voor actuele kunst). Daar waar in deze tentoonstelling de ingreep van Krijn de Koning echter de eenheid van de tentoonstelling leek te breken, was er in Erasmus in beeld sprake van een perfecte synergie tussen de ruimtelijke tentoonstellingsvormgeving en de werken en thema’s, die voortreffelijk met goede, inhoudelijke zaalteksten werden begeleid. Het gaf een sterke, actuele uitstraling aan de tentoonstelling en plaatste thema’s als ‘Oorlog en vrede’, ‘Iconoclasme’, ‘kerk en geloof’ in een bijzonder actueel perspectief. Er is zorgvuldig onderzoek gedaan naar alle aspecten van Erasmus’ leven en de impact van zijn geschriften op de kunst. Bij de tentoonstelling verscheen op basis daarvan een uitgebreide publicatie.

Hans Holbein: Desiderius Erasmus, 1523, olieverf op paneel, 42 x 32 cm., Musée du Louvre, Parijs

Play Van Abbe (Van Abbemuseum, Eindhoven) Deel 1 Het spel en de spelers (28 november 2009 t/m maart 2010); Deel 2 Tijdmachines (25 september 2009 t/m 30 januari 2011); Deel 3 De principes van verzamelen, het verzamelen van principes (25 september 2009 t/m 30 januari 2011); Deel 4 De toerist, de pelgrim, de flaneur, (en de werker) (26 februari 2011 t/m 14 augustus 2011)

Museum Modules en Free Sol Lewitt (foto's: Bram Saeys)

In de periode 2008-2010 kan in het Nederlandse kunstenveld een opmerkelijke ontwikkeling niet genegeerd worden: de opkomst van themaprogramma’s waarin in een onderzoeksmatige opzet tentoonstellingen gecombineerd worden met lezingen en symposia. Voorbeelden daarvan zijn onder meer: Former West (BAK, basis voor actuele kunst e.a.), Nu-Monument (Stroom HCBK), Morality (Witte de With), Avant-Garde (Marres Maastricht), De Nederlandse Identiteit? (De Paviljoens) en Play Van Abbe (Van Abbemuseum Eindhoven). Hoewel alle tentoonstellingsprogramma’s van hoog niveau waren, wist het Van Abbemuseum zich te onderscheiden met het 18 maanden lopende project Play van Abbe, waarin het de rol van het kunstmuseum van de 21e eeuw ter discussie stelde; een in maatschappelijk, politiek en kunsthistorisch opzicht actuele thematiek.

Museum Modules (foto: Bram Saeys)

In Play van Abbe wordt de theoretische verkenning inherent verbonden met de tentoonstellingspraktijk door het experimenteren met tentoonstellingsmodellen, waarbij ook de geschiedenis op interessante wijze wordt betrokken. Zo werd in deel 1, ‘Het spel en de spelers’, een collectiepresentatie van Rudi Fuchs uit 1983 tegenover een hedendaagse collectiepresentatie in 2009 van Charles Esche gepositioneerd, met als doel de keuze en uitgangspunten van zowel de ‘re-enactment’ van de historische als de hedendaagse collectiepresentatie inzichtelijker te maken. Spraakmakend was ook de tentoonstelling Tussen Minimalismen & Free Sol LeWitt (deel 2 Tijdmachines), waarin de Deense kunstenaarsgroep Superflex een keuze maakte uit de collectie minimalistische kunst in het Van Abbe, maar tegelijkertijd de reproductie van conceptuele kunst op intrigerende wijze aan de orde stelde door een werk van Sol LeWitt op zaal te reproduceren en te verloten onder bezoekers. Even intrigerend en actueel is de presentatie van museummodellen uit het verleden, zoals de reconstructie van de Raum der Gegenwart, een nooit uitgevoerde, museale installatie ontwikkeld in de jaren twintig door Alexander Dorner en László Moholy-Nagy. In het derde deel (deel 3 de principes van verzamelen, het verzamelen van principes) stond het thema verzamelen centraal en werd er aandacht besteed aan zowel verzamelingen van kunstenaars als institutionele verzamelingen. In deel 4 ten slotte, dat nog tot en met augustus van dit jaar te zien is, is het thema ‘de toeschouwer’.

In elk van de vier delen van het programma wordt een relatie gelegd tussen ‘de politiek van musea’ (het collectioneren, verzamelen, tentoonstellen, kortom representeren van een bepaalde inhoudelijke samenhang van verleden en heden) en de hedendaagse kunst. Het resulteert in een eclectisch programma waarin de positie van de toeschouwer eerder die van ‘de werker’ is dan die van de ‘toerist’ of ‘flaneur’. Er wordt, kortom, veel van de toeschouwer verwacht. Toch wil de jury het experimentele karakter van het programma honoreren. Onder de druk van snel wisselende tentoonstellingsprogramma’s en de politieke druk van bezoekerscijfers is er weinig aandacht voor debat over het collectiebeleid van musea, de jury waardeert de keuze het feit dat hier met Play Van Abbe zo’n groot en gevarieerd totaalprogramma aan gewijd is van een experimenteel niveau.

www.vanabbemuseum.nl

Van Goghs brieven. De kunstenaar aan het woord (Van Gogh Museum, Amsterdam, 9 oktober 2009 t/m 3 januari 2010)

Ligt in de bovenstaande twee nominaties de nadruk op de relatie tussen onderzoek en presentatie wijze enerzijds, en geschiedenis en actualiteit anderzijds; bij de derde nominatie ligt het zwaartepunt op de combinatie van een groot onderzoeksproject, tentoonstelling en het vooruitstrevende gebruik van nieuwe media om deze voor het publiek te ontsluiten.

In 2009 werd een nieuwe editie van de brieven van Vincent van Gogh gepresenteerd. Het Van Gogh Museum organiseerde voor deze gelegenheid een bijzondere tentoonstelling onder de titel Van Goghs brieven. De kunstenaar aan het woord., waarin schilderijen en werken op papier samen met ruim 120 originele brieven werden getoond. De zesdelige editie van de correspondentie is het resultaat van vijftien jaar onderzoek door het Van Gogh Museum en het Huygens Instituut. De uitgave is zeer veelomvattend en bevat onder andere afbeeldingen van alle 2000 kunstwerken waar Vincent van Gogh in zijn brieven naar verwees – de schilderijen en tekeningen waaraan hij zelf werkte, maar ook de kunstwerken van anderen waarover hij schreef. Daarnaast werd een website gelanceerd met alle 902 brieven van en aan Van Gogh in hun oorspronkelijke talen (Nederlands en Frans), inclusief nieuwe Engelse vertalingen en facsimile's van alle manuscripten.

De briefwisseling vormde de kern van de gevarieerde manier waarop het publiek kon kennismaken met de denkwereld van Vincent van Gogh. Men kon zich van allerlei media bedienen om informatie te verkrijgen. De presentatie was zo opgezet dat de originele brieven, veelal voorzien van schetsen, de kunstenaar en de briefschrijver op een vanzelfsprekende manier met elkaar verbinden. Via een multimediatour kon de bezoeker meer te weten komen over de tentoongestelde schilderijen en brieven. Het Van Gogh Museum had een programma georganiseerd met lezingen van schrijvers en voorstellingen van een theatercollectief. Conservatoren en onderzoekers gaven lezingen over de brieven van Van Gogh. Daarnaast was er een audiotour, workshops en een publicatie voor kinderen.

Speciaal voor de gelegenheid werd een uitgebreide app voor de iPhone gelanceerd en er werd zelfs een website geopend met blogs door 'Vincent'. Kunstwerken, brieven en informatie werden zo op een hedendaagse manier aan elkaar gekoppeld. Schilderijen van collega-kunstenaars die Van Gogh noemde werden naast de echte brieven getoond. Hetzelfde geldt voor de boeken die de kunstenaar las, de prenten die hij gebruikte en de materialen waarmee hij schilderde. Dat de tentoonstelling toch overzichtelijk bleef, komt door de prachtige inrichting, die vier verdiepingen omvatte. Wim Crouwel, die ook de brieveneditie vormgaf, ontwierp een stemmige totaalervaring met donkerblauwe en leverkleurige wandbespanningen, afgewisseld met minimalistische, hagelwitte vitrines waarin de brieven en schetsen waren opgenomen.

www.vangoghsblog.com

Geef een reactie