Nominaties AICA Oorkonde 2014 bekend

Tijdens de afgelopen AICA jaarvergadering heeft de jury, bestaande uit Laurie Cluitmans, Nanda Janssen en Jhim Lamoree, de vijf nominaties bekend gemaakt voor de AICA Oorkonde 2014 voor tentoonstellingen:

Van boven naar beneden: Nanda Janssen, Jhim Lamoree en Laurie Cluitmans.

Van boven naar beneden: Nanda Janssen, Jhim Lamoree en Laurie Cluitmans.

– Christoph Schlingensief: ‘Fear at the Core of Things’, BAK, Utrecht.

– ‘Lissitzky – Kabakov, Utopie en werkelijkheid’, Van Abbemuseum, Eindhoven.

– ‘Hand Made, lang leve het ambacht’, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

– ‘The Temptation of AA Bronson’, Witte de With, Rotterdam.

– ‘Er was eens… De Collectie nu’, Van Abbemuseum, Eindhoven.

Hieronder volgt het uitgebreide juryrapport.

Leden van AICA houden zich professioneel bezig met bespreken en beoordelen van tentoonstellingen. De opdracht van deze jury om de beste tentoonstellingen in Nederland in de periode van 2011 tot en met 2013 te selecteren en te beargumenteren, zou je om die reden een sinecure kunnen noemen. Maar daarvan is geen sprake, omdat de jury zich geconfronteerd zag met honderden tentoonstellingen die elk jaar in Nederland worden gehouden en omdat de selectie die de jury heeft gemaakt na ampel beraad tot stand is gekomen. Bij het toekennen van de nominaties wilde de jury bovendien niet alleen de beste tentoonstellingen selecteren, maar ook het rijke aanbod en de gevarieerde aanpak tot uitdrukking brengen: solo-, duo- en thematentoonstellingen, alsmede collectiepresentaties. In de fase van de nominatie is het nog mogelijk dat palet te laten zien, in de keuze van de uiteindelijke winnaar helaas niet. Wat niet weg neemt dat we met veel plezier ons werk hebben gedaan.

Rekening houdend met de criteria van AICA Nederland hebben de leden van de jury ieder voor zich een lijst met tentoonstellingen van hun voorkeur opgesteld en die aan de andere leden van de jury voorgelegd. De tentoonstellingen die op de lijst van twee of drie leden van de jury voorkwamen, zijn uitgebreid besproken, gewogen en afgezet tegenover soortgelijke tentoonstellingen. Daaruit is een keuze gemaakt, maar daar was de jury niet tevreden mee. Wij vonden dat tentoonstellingen die afzonderlijke leden van de jury perse genomineerd wilden zien, maar niet door de andere juryleden waren geselecteerd, ook een kans moesten krijgen. Ook die zijn door de jury gewogen.

Uiteindelijk zijn we gekomen tot een nominatie van vijf tentoonstellingen van moderne en hedendaagse kunst, die de tweeslag kunst en maatschappij thematiseren. Die keuze is een bewuste, al heeft ze ook te maken met de persoonlijke voorkeur van de individuele leden van deze jury. We hebben gekozen voor tentoonstellingen waarin kunst de hete hangijzers van de tijd waarin we leven en de samenleving waarvan we deel uitmaken becommentarieren en artistiek sublimeren. Wat ons betreft zijn alle vijf een oorkonde van AICA waard.

***

Christoph Schlingensief: ‘Fear at the Core of Things’

5 februari – 29 april 2012, BAK, Utrecht

05

Deze solotentoonstelling van de Duitse kunstenaar, theaterregisseur, auteur en filmmaker Christoph Schlingensief (1960-2010) bevatte drie kunstwerken: ‘Das deutsche Kettensagenmassaker’ (1990), ‘Animatograph-Iceland-edition. (House of Parliament/House of Obsession) Destroy Thingvellir’ (2005) en ‘Auslander raus – Bitte liebt Osterreich’ (2010). Stuk voor stuk werken die de democratie onder de loep nemen, zowel op de schaal van de wereldpolitiek als op individueel niveau. De tentoonstelling maakte een verpletterende totaalindruk en deed een appel op ieders standpunten als individu. Dat komt doordat Schlingensief zich van diverse en tegengestelde standpunten en sentimenten bedient. Niet alleen neemt hij ieder standpunt serieus ook weet hij ze feilloos tegen elkaar uit te spelen. Die tactiek van desorientatie en omkering speelt hij uit in de visuele kant van zijn werk.

BAK is, ondanks de afwezigheid van de kunstenaar die in 2010 overleed, erin geslaagd zeer goede reconstructies van de werken neer te zetten. Reconstructies waarin de voor Schlingensief zo kenmerkende chaos, hectiek en subversie fier overeind blijven. De installatie ‘Animatograph-Iceland-edition. (House of Parliament/House of Obsession) Destroy Thingvellir’ (2005) combineert elementen uit theater, opera, film en activisme. De animatograph zelf is een ronddraaiend podium waarop bezoekers plaats kunnen nemen en zodoende deel worden van het werk. In de film ‘Das deutsche Kettensagenmassaker’ (1990) rekent Schlingensief keihard af met het sprookje van de Duitse hereniging en zet de overname van het socialistische Oosten door het kapitalistische Westen letterlijk als een barbaarse slachting neer.

De begane grond, waar voorgenoemde werken geinstalleerd waren, vormde een, voor BAK a-typische, totaalervaring. Kosten noch moeite zijn gespaard om de locatie en de routing van BAK op zijn kop te zetten. De enige manier om binnen te komen was door op handen en voeten door een gat in de muur te kruipen. Via een echte auto, een opgezette struisvogel en de mededeling ‘This is a World Announcement’ kwam men aan de achterzijde van het gebouw buiten op het dak uit. Enkel via deze route kon de bezoeker de eerste verdieping bereiken. Zoals gezegd correspondeert het idee met het visuele. Het effect van deze scenografie is namelijk dat je fysiek en geestelijk uit je comfort zone wordt gebracht en tot participatie wordt gedwongen. Je kan als kijker geen afstand nemen doordat je wordt overspoeld door beeld, geluid en beweging en soms letterlijk in het werk zit. Het eigengereide, visuele activisme van Schlingensief zet zowel zintuigen als geest op scherp.

De eerste verdieping toonde aan de hand van archiefmateriaal, zoals foto’s, films en krantenartikelen, het werk ‘Auslander Raus’. Deze presentatie was meer conform het verwachtingspatroon van BAK. In dit overzichtelijke en geordende deel maakte de Schlingensief gekte plaats voor de hand van de curator. Deze twee benaderingen, visueel bombardement en onderzoek, grepen goed op elkaar in. In ‘Auslander Raus’ (2010) nam Schlingensief de Oostenrijkse politieke situatie, waar na de verkiezingen de OVP een coalitie vormde met de extreem rechtse en openlijk xenofobische partij FPO, op de korrel. De thuisbasis van zijn project, een kruising tussen de asielzoekerprocedures en Big Brother, bestond uit een aantal containers die op het plein naast de Weense opera opgesteld waren. Iedere dag werden twee van de twaalf asielzoekers, die tijdelijk in de containers woonden, door het publiek weggestemd en uitgezet. Christoph Schlingensief bediende zich van de slogans, posters, meningen en strategieen van de FPO. Gedurende zes dagen speelde hij kameleontisch de verschillende partijen en meningen tegen elkaar uit, zodat nooit zeker was waar die Schlingensief nu zelf eigenlijk voor stond. Het containerdorp ontpopte zich als een krachtenveld waar links en rechts, boeren, burgers en buitenlui verhitte discussies voerden. Het is BAK te prijzen een sleutelwerk als dit te tonen. De onderliggende problematiek, immigratiebeleid, populisme en xenofobie, is ook in Nederland nog lang niet ontzenuwd zoals eerder dit jaar nog bleek toen Wilders doelbewust zijn faux pas maakte. Schlingensief, luis in de pels par excellence, zou een geduchte tegenkandidaat zijn.

In ‘Fear at the Core of Things’ stelt Schlingensief postuum op kameleontische wijze actuele en politieke thema’s aan de orde. Zijn overdonderende maar ook irriterende en provocerende methode lokt je uit en noopt je tot standpuntbepaling. De kunstenaar doet dit zonder een moreel oordeel te vellen. Sterk aan de tentoonstelling is daarnaast de balans tussen het onderzoekende en het visuele aspect. Eens de tentoonstelling betreden, kun je niet meer terug en kun je je niet onberoerd laten maar moet je je wel een mening vormen.

*

Curator: Kathrin Rhomberg

Publicatie: geen catalogus, wel uitgebreide ‘nieuwsbrief’.

***

‘Lissitzky – Kabakov, Utopie en werkelijkheid’

1 december 2012 – 28 april 2013, Van Abbemuseum, Eindhoven

_PCE2290_2f625

Met de tentoonstelling ‘Lissitzky – Kabakov, Utopie en werkelijkheid’ toonde het Van Abbemuseum van 1 december 2012 t/m 28 april 2013, op krachtige wijze de visuele en conceptuele verwikkelingen van kunst en samenleving. Van El Lissitzky’s (1890-1941) hoop tot Kabakov’s desillusie schetste deze tentoonstelling een tijdsbeeld waarin het vertrouwen in de Russische Revolutie en de nieuwe staat begin twintigste eeuw in een sterk contrast wordt geplaatst met haar pijnlijke naleven in de Sovjet-Unie en de omwentelingen na 1989. Op uitnodiging van Charles Esche traden Ilja (1933) en Emilia Kabakov (1945) op als gastcuratoren en selecteerden werk uit beider oeuvres. Verdeeld over zeven zalen, werden de installaties, schetsen en schaalmodellen van Lissitzky telkens naast het werk van de Kabakov’s getoond. De vormgeving van de zalen benadrukte het contrast – maar ook de dialoog dwars door de tijd -, waarbij de wanden bij Lissitzky in avant-gardistische rood, wit en zwarte geometrische patronen werden geschilderd; het werk van Kabakov werd gepresenteerd tegen wanden met een bruine lijn en blauwe rand, refererend aan de openbare ruimtes van het Sovjet tijdperk in de jaren tachtig. Terwijl Lissitzky roept om nieuwe vormen, en hij het revolutionaire gedachtegoed vormgeeft, wordt in het werk van Kabakov de keerzijde getoond met de al te intense invloed van de staat op het alledaagse leven. De (persoonlijke) levens van de kunstenaars worden in de tijdslijn (door de Kabakov’s opgezet) gecontextualiseerd aan de hand van kunsthistorische en politieke gebeurtenissen. Als these en antithese, kwamen de twee oeuvres bij elkaar. Toch vormt de tentoonstelling geen simpele tegenstelling tussen utopie en dystopie, er lijkt ook in het werk van Ilja en Emilia Kabakov een zekere hoop aan de horizon te gloren. Alleen al het bijzondere werk ‘The man who flew into space from his apartment’ (1988) maakte een bezoek aan deze tentoonstelling de moeite waard. Het toont niet uitsluitend de wanhoop en escapisme, maar ook een zeker vertrouwen in een uitweg, buiten de ogenschijnlijk alomtegenwoordigheid van de Sovjet samenleving. ‘Lissitzky – Kabakov, Utopie en werkelijkheid’ is een tentoonstelling waarin de kunst wordt gevierd, waarin de onlosmakelijke verbintenis met de samenleving, de politieke gebeurtenissen en het persoonlijk leven centraal staan. Tevens is het een voorbeeld stellende tentoonstelling voor musea in de omgang met de eigen collectie. Het Van Abbe bezit buiten Rusland de grootste collectie van Lissitzky en weet dat oeuvre met deze duo tentoonstelling te contextualiseren alsook van een nieuwe relevantie te voorzien. De vraag naar de positie van kunst in de samenleving, de verwikkelingen van kunst en politiek, en het draagvlak hiervoor in die samenleving, staan vandaag de dag immers opnieuw op de agenda. Het werk van Kabakov vindt op zijn beurt een weerklank in de geschiedenis en zijn avant-gardistische voorganger. Beider oeuvres worden zo opnieuw toegankelijk gemaakt met een actualiteit waar we niet om heen kunnen. Binnen het Nederland-Rusland jaar toont het Van Abbe met deze tentoonstelling een kritische reflectie op de rol van de staat en de staat van kunst gedurende de verschillende regimes. Kritischer dan in welke andere tentoonstelling die in dit kader werd georganiseerd.

*

Curator: Charles Esche

Publicatie: Lissitzky Kabakov cassette – Een gedetailleerde catalogus van drie boeken, met teksten van Charles Esche, Boris Groys, een imaginair interview met Lissitzky door Professor John Milner, een interview met Ilya en Emilia Kabakov door Anton Vidokle. In Nederlands en Engels.

***

‘Hand Made, lang leve het ambacht’

9 maart 2013 t/m 20 mei 2013, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Hand-Made

Met deze tentoonstelling pakte Museum Boijmans Van Beuningen een onderwerp op dat al jarenlang speelt. Alhoewel er zeker in hedendaagse kunst tentoonstellingen al veel aandacht aan ambacht is besteed, was deze tentoonstelling beslist niet overbodig. Integendeel, eindelijk werd het onderwerp eens grondig aangepakt door het ambacht in historisch perspectief te plaatsen (er werden voorwerpen getoond van de middeleeuwen tot nu), door een combinatie van kunst, design, mode en gebruiksvoorwerpen en door de kritische invalshoek.

Dat begon al direct bij binnenkomst door de bezoeker tien stellingen over het ambacht mee te geven. Hierdoor werd het onderwerp direct op scherp gesteld. Deze positief kritische houding zette zich voort in de tentoonstelling waar de voorwerpen en kunstobjecten rond zeven opvattingen (bijvoorbeeld rond perfectie en imperfectie, eerlijk en oneerlijk, virtuositeit) geclusterd waren. Hierdoor werd de kern van wat ambacht is, gewikt en gewogen. Een prikkelende benadering temeer daar van elke stelling zowel objecten ingebracht waren die de betreffende opvatting onderbouwden of ondergroeven. Dit kritische kader – de tien stellingen en de zeven cliches – gaven de bezoeker een sleutel in handen om al die uiteenlopende voorwerpen uit verschillende tijden aan een nadere blik te onderwerpen, ook wanneer die niet voldeden aan de persoonlijke smaak of ouderwets oogden. In de gratis krant werd verder ingegaan op de achtergronden van de tentoonstelling.

‘Hand Made’ gaf op verschillende niveaus informatie over het betreffende voorwerp of een bepaalde techniek door teksten, korte films die illustreerden hoe iets gemaakt is en door twee werkplaatsen te integreren in de tentoonstelling. Deze laagdrempelige werkplaatsen, waar telkens wisselende ‘ambachten’ beoefend werden, gaven bezoekers de kans om rechtstreeks vragen te stellen. Van sommige voorwerpen die in zo’n werkplaats gemaakt werden, was elders in de tentoonstelling een (eeuwenoud) exemplaar te zien. Dit intensiveert het begrip voor zo’n voorwerp. Naast de geijkte of bijna folkloristische ambachten zoals Hindelooper handwerk, goud- en zilversmeden werden ook onverwachte of meer eigentijdse ‘ambachten’ gedemonstreerd zoals taxidermie, 3d modelleren & 3d-printen en video animatie. De werkplaatsen verlevendigden de tentoonstelling en verlegden de aandacht van de voorwerpen naar de mensen die ze maken. En daarmee van een onderwerp in een museum naar de wereld daarbuiten.

Het afwisselende en uitnodigende programma rond de tentoonstelling met aandacht voor doen en verdieping is zeer te prijzen. Er was een ruim en interessant aanbod van workshops voor diverse leeftijden, een filmprogramma en de Hand Made Markt. Een slimme zet was ook de samenwerking met Etsy, de online community voor handgemaakte producten. Hierdoor werd direct een nieuw publiek van makers bij de tentoonstelling betrokken. Met Etsy werd een wedstrijd en een symposium over de Hand Made Economy georganiseerd.

*

Hedendaagse kunstenaars: Harmen Brethouwer, Couzijn van Leeuwen, Jan Koen Lomans, Grayson Perry, Maria Roosen, Johanna Schweizer, Berend Strik

Curator: Mienke Simon Thomas (conservator vormgeving Museum Boijmans)

Publicatie: geen catalogus, wel een artikel van curator over de tentoonstelling in het Tijdschrift voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed en het boek Dit is Meesterlijk. Traditioneel vakwerk als inspiratie voor hedendaagse vormgevers: ‘Handgemaakt. Lang Leve het Ambacht’.

***

‘The Temptation of AA Bronson’

5 september 2013 – 5 januari 2014, Witte de With, Rotterdam

Queer-Zines-Box-Set

De tentoonstelling ‘The Temptation of AA Bronson’ liet zich op alle fronten moeilijk definieren. Als een opengebroken solo tentoonstelling, trad AA Bronson (1946) niet zozeer op als curator, maar meer als centrifugale kracht waar rondom en doorheen samenwerkingsprojecten en individuele werken van een jongere generatie kunstenaars en vrienden bij elkaar kwamen (o.a. Terrence Koh, Scott Treleaven, Ryan Brewer, Oisin Byrne, Nicolaus Chaffin, Bradford Kessler, Michael Buhler-Rose). Op de eerste verdieping presenteerde de tentoonstelling zich als een meer typische, steriele ‘white cube’ ervaring, waarbij de performatieve werken van o.a. Chrysanne Stathacos, Sands Murray Wassink en Marina Abramovic hand in hand gingen met een uitgebreide verzameling van fanzines over queer culture (AA Bronson & Philip Aarons, Queer Zines, verzameling van Philip Aarons & Shelley Fox Aarons, New York). Carlos Motta’s tekst-poster werk ‘We who feel differently’ raakt direct aan de outsider positie van LGBT in de samenleving, dat als een van de onderliggende rode draden door deze tentoonstelling loopt. Op de tweede verdieping verandert de tentoonstelling in een totaal ervaring, die in het linker en rechter gedeelte van de verdieping in zekere zin wordt gespiegeld. De penetrante geur van salie die overal over de vloer verspreid lag komt je tegemoet, terwijl Dolly Parton op de achtergrond ‘I will always love you’ zingt (uit het werk ‘Dolly Shot’, 2009 van Dhr en Mevr Keith Murray). Refererend aan Gustave Flaubert’s levenswerk ‘La Tentation de Saint Antoine’ wordt de titel van de tentoonstelling hier duidelijk. Tekstfragmenten uit dit boek vullen de wanden. Flaubert’s werk, waarin hij in een continue strijd de grenzen van de maatschappelijk geaccepteerde moraal opzoekt en overschrijdt, vond zijn weerklank in de cultuur, die in vitrines wordt getoond. Toch wordt deze presentatie nooit droog noch archivarisch. Flaubert wordt omarmd en zijn strijd en zoektocht lijkt nog even relevant voor de hedendaagse kunstenaar. Nadat zijn partners van General Idea overleden aan aids werd AA Bronson sjamaan en healer. Met deze tentoonstelling lijkt Bronson in zekere zin een eerbetoon te leveren aan zijn partners en een publieke helende sessie te leveren. Op de bovenste verdieping zien we de heftige foto’s van hun laatste levensdagen. De tentoonstelling is zowel qua vorm als qua thema’s een hybride, waarin de dood, het lichaam, geest, seks, rituelen en magie op een alles omvattende manier bij elkaar komen in een tentoonstelling vol pijn en hoop. Elke tentoonstelling kent tegenwoordig wel een performance programma, waarin men met speciale evenementen een specifiek publiek probeert te bereiken. Wat deze tentoonstelling bijzonder maakt is dat zij de performances als tentoonstelling toont en dat deze overeind blijft staan en zich ook zonder de actieve aanwezigheid laat begrijpen en invoelen. AA Bronson is hier zowel onderwerp als lijdend onderwerp en geeft een intense en tegelijkertijd kritische en speelse blik op wat het inhoudt om een tentoonstelling te maken en wat kunst kan beteken om de moderne menselijke conditie te doorgronden en misschien wel iets dragelijker te maken.

*

Curator: AA Bronson, Amira Gad (Witte de With) en Vincent Simon (assistent van AA Bronson)

Publicatie: Er verscheen geen publicatie over de tentoonstelling, maar wel een uitgebreide en herziene heruitgave van Queer Zines.

***

‘Er was eens… De Collectie nu’

2 november 2013 – doorlopend, Van Abbemuseum, Eindhoven

_PCE7573_af91c

Deze oorkonde van AICA is bedoeld voor tentoonstellingen, niet voor die andere kurk waarop musea drijven: de collectie. Maar juist het denken over de presentatie van de collectie stond bij steeds meer Nederlandse musea de afgelopen jaren centraal. De jury wil daarom naast de reguliere tentoonstellingen ook de collectiepresentatie die zij de beste vindt voor de oorkonde voordragen. Die zou immers als een speciale tentoonstelling beschouwd kunnen worden.

Ingegeven door wisselingen van directeur, door nieuwbouw of renovatie, of door de behoefte de collectie op een verrassende manier inzichtelijk te maken, hebben vele musea zich over hun collectie gebogen. De resultaten varieerden van aantrekkelijk en verrassend tot oubollig en slaapverwekkend.

Het aanbod is niet gering: het Rijksmuseum, het Kroller-Muller Museum, het Stedelijk Museum Schiedam (‘Ik hou van Holland’), het Rijksmuseum Twenthe (‘Paden naar het paradijs’), het Frans Hals Museum (hedendaagse kunstenaars reageren op collectie), het Museum Boijmans Van Beuningen (‘De collectie verrijkt’) en het gemeentemuseum Den Haag (‘De Stijl’) presenteren (delen van) hun collectie (semi-)permanent op een onorthodoxe manier.

Het van Abbemuseum presenteert zijn collectie sinds november vorig jaar onder de titel ‘Er was eens… De collectie nu’ op de vijf verdiepingen van de nieuwbouw, die daarvoor is aangepast door onder andere doorkijkjes naar verschillende zalen te creeren. De presentatie is aangenaam gelaagd en gevarieerd, zowel voor wat betreft thema als mise-en-scene door overeenkomsten en verschillen bloot te leggen en door af en toe ook documentatie- of archiefmateriaal bij de belangrijkste kunstwerken aan te bieden. De kunstwerken worden geplaatst in een historische context en, als dat aan de orde is, ook verbonden met de sociale context waarin ze nu functioneren. Een voorbeeld is het portret van Picasso, ‘Buste de femme’, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog is ontstaan en onlangs naar Ramallah reisde. Een ander voorbeeld is de manier waarop de aankopen van de naamgever van het museum, de heer Van Abbe, in het trappenhuis van het museum zijn gepresenteerd: zij aan zij, als een echo van een negentiende eeuwse salon. In een keer wordt duidelijk in welk tijdsgewricht die aankopen tot stand zijn gekomen.

Met ‘Er was eens…’ bewijst het Van Abbe, dat onder leiding van Charles Esche aanvankelijk vooral een museum van de ideeen was, ook een museum van de objecten is. Of beter gezegd, dat het in staat is ideeen en objecten in een groots verband te presenteren.

Belangrijke criteria voor de jury waren tentoonstellingen te nomineren die het tentoonstellen thematiseren en daardoor bijdragen aan de discussie over het fenomeen. Bovendien vonden we van belang dat aan een tentoonstelling onderzoek ten grondslag ligt. De collectiepresentatie van het Van Abbe voldoet overtuigend aan die criteria. Zij is doordacht, consistent en verrassend. Die presentatie toont aan dat kunst er maatschappelijk toe deed en doet. En dat is een belangrijke meerwaarde.

*

Curator: Christiane Berndes, Charles Esche en Diana Franssen

Publicatie: Bezoekersgids, in het Nederlands en het Engels. In 2016 zal een nieuw collectieboek worden gepubliceerd.

 

 

4 reacties op “Nominaties AICA Oorkonde 2014 bekend

  1. mijn keuze is voor de tentoonstelling in BAK, utrecht van christoph schlingensief.
    deze presentatie vond ik zeer interessant. het is bijzonder en niet makkelijk om een presentatie te maken van een theater persoon; laat staan van een complexe persoonlijkheid als deze omstreden oostenrijkse theater maker was.
    ook de timing van de presentatie was heel goed, omdat in die periode er veel aandacht voor zijn theater producties was in nederland. mede door de speciale aandacht van het Holland Festival voor zijn werk. zo ontstond er voor liefhebbers en geinteresseerden een breed overzicht van theorie naar de ware praktijk van uitvoering van zijn producties.
    alleen een keer eerder heb ik een goeie presentatie gezien van een
    een theatermaker: in het pompidou , parijs: ‘Samuel Beckett’ in 2007.

  2. Ik geef mijn stem aan het Van Abbemuseum voor de tentoonstelling ‘Er was een… de collectie nu’. Deze tentoonstelling heb ik tot nu toe twee keer gezien. Deze tentoonstelling is op verschillende manieren verrassend. Niet kunststromingen maar internationale verschillen/overeenkomsten in een bepaalde periode zijn uitgangspunt geweest, waardoor er ineens een heel andere blik op zo’n tijd wordt geworpen. Ook worden maatschappelijke contexten op een vanzelfsprekende manier geintegreerd. Bij de manier van inrichten is gekozen voor een ruimtelijk dynamische aanpak: zowel op de wanden als de vloeren zijn op diverse hoogtes de werken en de informatie geplaatst zodat er bijzondere relaties tussen de werken ontstaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *