‘Nuevas Utopías: Arte, memoria y contextos’ Verslag van het 49e AICA Congres in Havana, Cuba

door Roos van der Lint

Voor het 49e AICA-congres in oktober 2016 reisden tientallen AICA leden van over de hele wereld naar Havana. Na de officiële opening in het Museo Nacional de Bellas Artes, met een optreden van het moderne dansensemble Retazos, gingen vijf dagen van start met lange vergaderingen, een internationaal symposium en bezoeken aan musea, galeries, studio’s en zelfs een tentoonstelling op de Noorse ambassade.

Ontvangst AICA leden in de Fundación Ludwig de Cuba, Havana, met spreker Helmo Hernández, voorzitter. Foto: Robert-Jan Muller

Congres – Nuevas Utopías
Utopia ligt aan de horizon en wat wij moeten doen, is blijven lopen. Met die boodschap opent Marek Bartelik, de internationale voorzitter van AICA, het symposium ‘Nuevas Utopías: Arte, memoria y contextos’ in het theater van het Museo Nacional de Bellas Artes. Na een aantal dagen van vergaderingen en bijeenkomsten van de verschillende commissies is dit de dag waarop een keur van internationale sprekers een nadere, inhoudelijke verkenning van en uitwisseling met het gastland Cuba kunnen verzorgen. Fidel Castro is nog in leven, Barack Obama nog president van de Verenigde Staten en de nieuwsgierigheid is groot naar waar die nieuwe utopieën uit zouden kunnen bestaan, naar wat er gloort aan de horizon. Lees verder

Call for Papers – 50th AICA Congress Paris

Everywhere and Nowhere : Migration and Contemporary Art

Migration has taken centre stage in critical practice in the visual arts. War, economic hardship, racism, ethnic and sectarian tensions have forced the mass migration of peoples, including artists, curators and critics who have also been mobilised by the affinities, opportunities, and resources, of a global art market. The rapid development of communications has led to an art discourse where the local is in continuous dialogue with the global. Our inherited vision that gives a subjective experience of art is framed by, and battles with, an international perspective. The attempt to build theoretical views on art and its relations to a globalized world can often fail to take into account the significance of place and the singular.

Travelling physically, or most often virtually, across borders is fraught with contradictions and difficulties, not least translation between languages and cultures. Universalism is a surface illusion. The deeper the context explored, the more singularities reappear, offering multiple points of view.

Has the impact of recent migration on contemporary art given a wider vision of the world, one where differences and singularities are not denied?

This Day 3 of the AICA Congress, hosted by the Musée national de l’histoire de l’immigration, the former Palais des Colonies, is an opportunity to discuss political questions on migration in the context of  post colonial studies and critical  art practice.

Proposals (max. 700 words) must be written in English, French or Spanish (+ short biography), and must be sent before the 26 June by email to aica.office@gmail.com, specifying « Congress call for papers » as subject. Speakers will be asked to send final papers (40 mins) in advance, for translation, before 16 October 2017.

AICA members only.

Day: Thursday 16 November 2017
Location: Palais de la Porte Dorée: Musée national de l’histoire de l’immigration
Convenors: Mathilde Roman, Marjorie Allthorpe-Guyton and Niilofur Farrukh

Even voorstellen… Sandra Smallenburg

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Sandra Smallenburg.

Sinds 1997 ben jij kunstcriticus voor NRC Handelsblad. Wanneer schreef jij jouw eerste stuk over kunst?
Tijdens mijn studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden (1991-1996) genoot ik van het schrijven van werkstukken. Voor mijn scriptie startte ik een onderzoek naar vrouwelijke videokunstenaars en schreef daarover mijn eerste stuk voor Decorum, het universiteitsblad. Na mijn studie werkte ik enige tijd voor Het Leidsch Dagblad, waarna ik al snel aan de slag kon bij het NRC.

Waar geniet je het meest van in je baan en wat vind je het moeilijkst?
Het meest geniet ik van het op pad gaan om kunst te bezichtigen. Ik maak graag internationale reizen. Zo vloog ik recentelijk naar Athene om daar verslag te doen van Documenta 14 en ik vertrek binnenkort naar de Biënnale van Venetië- dat zijn echt de krenten in de pap. Wat ik het moeilijkst vind aan mijn baan is de beperkte ruimte die er is in de krant. Terwijl het aanbod aan exposities steeds groter wordt, neemt de ruimte op papier af. Je kan dus slechts het topje van de ijsberg laten zien. Ik doe mijn best om zo veel mogelijk kleine initiatieven een kans te geven, maar dit is niet altijd mogelijk.

In november organiseerde AICA een AICA Salon met Sandra Smets over de zogenaamde één-ster-recensie. Hoe sta jij hier tegenover?
Zelf schreef ik nooit een één-ster-recensie. Desalniettemin herinner ik me dat ik, toen ik net begon met schrijven, een vernietigende recensie heb geschreven over een overzichtstentoonstelling van Matthijs Röling in Museum de Buitenplaats in Eelde. Ik ontving veel ingezonden brieven met hevige kritiek van verzamelaars. Tegenwoordig maak ik scherpe keuzes bij de voorselectie van tentoonstellingen waardoor ik meestal schrijf over veelbelovende tentoonstellingen die vaak vier of vijf sterren krijgen.

In 2015 verscheen jouw eerste boek Expeditie land art. Hoe is dit boek tot stand gekomen en is het je bevallen om een boek te schrijven?
Uitgeverij De Bezige Bij benaderde mij om een boek te schrijven over een zelfgekozen onderwerp. Het was een lang gekoesterde wens om een road trip te maken langs land art-werken in Amerika. Ik vroeg onbetaald verlof aan bij de krant en dankzij een bemiddelaarssubsidie van het Mondriaan Fonds kon ik vijf weken met een jeep op reis door het zuidwesten van de VS. Ik heb het boek met veel plezier geschreven, maar de combinatie van een fulltimebaan en het schrijven van een boek is mij wel zwaar gevallen. In 2015 had ik nauwelijks een sociaal leven. Zo’n bevalling hakt er wel even in. Maar inmiddels broeien er wel weer ideeën voor de toekomst.

Daarnaast ben jij ook mentor voor de Prijs voor Jonge Kunstkritiek?
Ik ben een groot voorstander van de Prijs voor Jonge Kunstkritiek en draag graag mijn steentje bij om de jonge generatie te motiveren. Zo hielp ik de afgelopen twee edities winnaars Laurens Otto en Brenda Tempelaar met onder andere het redigeren van teksten.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling of publicatie is je recentelijk opgevallen en waarom?
In Foam zag ik laatst Los Alamos van William Eggleston. Ik was erg onder de indruk van zijn fotos van het diepe zuiden van de VS. Het is een gebied waar ik zelf ook veel heb gereisd. Kijkend naar die vroege kleurenfotos van motels, diners, billboards en uithangborden, die Eggleston op haast terloopse wijze vastlegde, voelde ik diepe heimwee.

Even voorstellen… Laurie Cluitmans

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Laurie Cluitmans.

In december afgelopen jaar won jij de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek met het essay De mogelijkheid van een tuin. Wat was de aanleiding voor het schrijven van het stuk?
Samen met enkele kunstenaarsvrienden bezocht ik Derek Jarmans Prospect Cottage, de tuin en het buitenhuis van deze Engelse cineast, dichter en kunstenaar. Ik deed dit in de aanloop naar de tentoonstelling All Heal (Valerian) die te zien was in rongwrong, een kleine tentoonstellingsruimte in het hartje van Amsterdam. Kunstenaarstuinen fascineren me. Zo bezocht ik eerder de kunstenaarstuin Little Sparta van Ian Hamilton Finlay in Schotland. Om mij meer te kunnen richten op onderzoek en schrijven, heb ik in 2016 besloten om weg te gaan bij galerie Fons Welters. In een galerie maak je elke zes weken een andere tentoonstelling, met zo’n snelle omloop is er weinig ruimte voor verdieping. Momenteel richt ik me liever op het schrijven van meer substantiele stukken en het ontwikkelen van een eigen stem. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek geldt als mooi opstapje en gaf mij extra motivatie opnieuw te gaan schrijven.

Heb je veel reacties ontvangen na het winnen van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek?Meer dan ik had verwacht. Zo werd het stuk gepubliceerd in de Groene Amsterdammer en werd ik door Frieze gevraagd om een eerste stuk te schrijven, over Art Rotterdam Week. Het winnen van zo’n prijs zet je toch op de radar.

Waar houd je je momenteel mee bezig? Speelt schrijven daarin een grote rol?
Ik verdiep mij in hedendaagse kunstenaarstuinen en onderzoek de tuin als metafoor voor het nadenken over de samenleving. Komend jaar ben ik curator-in-residence in CCS Bard in New York, wat mij de kans geeft mijn onderzoek verder uit te werken, wellicht met een publicatie tot gevolg. Daarnaast zet ik mij in voor rongwrong, geef ik les aan het Sandberg Instituut en Design Academy Eindhoven en ben ik adviseur bij het Mondriaan Fonds.

Hoe kijk je tegen het huidige veld van kunstkritiek aan?
De weinig middelen die er zijn voor kunst en kunstkritiek gaan ten koste van de kwaliteit. Er lijkt meer en meer druk op de huidige tijdschriften en dagbladen te liggen om kunstkritiek snel en behapbaar over te brengen. Waarbij de grenzen tussen vermaak en kritiek vervagen. Het zou mooi zijn wanneer de verdieping en de long read weer ergens een plek zou kunnen krijgen.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling, boek of artikel is jou recentelijk opgevallen en waarom?
Ik bezocht recent de Contour Biennale in Mechelen, die dit jaar is samengesteld door Natasha Ginwala. Rondom het thema van sociale rechtvaardigheid brengt Ginwala artistieke praktijken samen met historische documenten en activisme. De tentoonstelling laat een veelvoud van stemmen horen, actueel en relevant voor onze huidige samenleving, zonder de esthetische component uit het oog te verliezen.

Jury AICA Oorkonde 2017

Jury AICA Oorkonde 2017 v.l.n.r. Laura van Grinsven, Edo Dijksterhuis en Joke de Wolf

De jury voor de AICA Oorkonde 2017 is onlangs samengesteld en bestaat uit Laura van Grinsven, Edo Dijksterhuis en Joke de Wolf.

De AICA Oorkonde wordt dit jaar uitgereikt aan de beste tentoonstelling gehouden in Nederland in de periode 2014-2016. De jury nomineert drie tentoonstellingen die bekend zullen worden gemaakt tijdens de jaarvergadering eind mei. AICA leden kunnen vervolgens stemmen op de nominatie van hun voorkeur.

De AICA Oorkonde wordt wisselend uitgereikt aan een publicatie, een tentoonstelling en een instelling. In 2014 werd de AICA Oorkonde, categorie tentoonstellingen, toegekend aan de tentoonstelling The Temptation of AA Bronson in Witte de With.

Over de juryleden:

Laura van Grinsven schrijft over hedendaagse kunst en filosofie voor tijdschriften (Metropolis Mo.a.) en voor verschillende kunstenaars. Als docent kunsttheorie en filosofie is ze verbonden aan de opleiding BEAR(ArtEZ).

Edo Dijksterhuis denkt, praat en schrijft over beeldende kunst, design en film. Zijn schrijfsels zijn onder andere te vinden in Het Parool, Museumtijdschrift, De Filmkrant, Zuiderlucht en ArtSlant. Omdat ook hobby’s een boek verdienen schreef hij onlangs De bierrevolutie (Terra, 2017).

Joke de Wolf studeerde kunstgeschiedenis en fotogeschiedenis in Amsterdam en Parijs, en schrijft wekelijks recensies over beeldende kunst- en fototentoonstellingen voor Trouw, soms ook over films of boeken, en voor De Groene Amsterdammer of andere media.

Open Oproep ‘Ruimte voor Ontwerpkritiek’

Vooruitstrevende architectuur, vormgeving en digitale cultuur zijn gebaat bij actuele en pluriforme ontwerpkritiek. Ontwerpkritiek zorgt voor groei van kwaliteit binnen de ontwerpende sectoren, waar hoogwaardige peer-review steeds minder aanwezig is. Veel toonaangevende ontwerpkritiek platforms verkeren, mede door digitalisering van het medialandschap, in een moeilijke financile situatie of zijn de afgelopen jaren zelfs opgeheven. Hierdoor is een tekort aan hoogwaardige pluriforme ontwerpkritiek ontstaan.

Het Stimuleringsfonds roept bestaande en opkomende initiatieven op om redactionele modellen in te dienen die het experiment aanjagen en die diverse perspectieven betrekken bij de versterking van kwaliteit en draagvlak van ontwerpkritiek. Indienen kan tot en met woensdag 10 mei 2017.

Op maandag 10 en dinsdag 11 april organiseert het fonds tevens een spreekuur waarin u ideen, vragen en opmerkingen over de oproep kunt voorleggen aan een fondsmedewerker.

 
Met deze eenmalige Open Oproep wil het fonds experiment en vernieuwing aanjagen binnen kritische reflectie, debat en beschouwing. Belangrijke vragen daarbij zijn:

Welke productie- en distributiemodellen versterken de interactie tussen ontwerpers, critici, onderzoekers, gebruikers of opdrachtgevers?

Hoe kan een levendig debat worden aangemoedigd waarin het ontwerpveld en de maatschappij nauw zijn verbonden?

Hoe kan de beleving van ontwerp in het dagelijks leven beter worden bevraagd met en toegankelijk worden gemaakt voor een breder publiek?

Met een beschikbaar budget van 60.000 is het streven minimaal 3 voorstellen en maximaal 5 voorstellen te selecteren voor ondersteuning.

Klik hier voormeer informatie.

Even voorstellen… Alexander Mayhew

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Alexander Mayhew.

Wanneer schreef je voor het eerst over kunst?
De eerste keer dat ik over kunst schreef was tijdens mijn studententijd -ik studeerde Rechtsgeleerdheid en Kunstgeschiedenis in Leiden. Ik werd meteen in het diepe gegooid door voor de website galeries.nl een maand lang elke dag over een ander kunstwerk te schrijven. Het was een hele goede oefening. Al snel ging ik schrijven voor Tubelight en werd ik redactielid. Toen ik op een gegeven moment per abuis over dezelfde tentoonstelling als iemand anders had geschreven, stuurde ik het stuk op goed geluk naar Metropolis M, die het tot mijn grote verbazing en blijdschap wilden plaatsen. Sindsdien ben ik regelmatig ook voor dit kunsttijdschrift gaan schrijven.

In 2015 opende je samen met Jaring Durst Britt een galerie in Den Haag; Durst Britt & Mayhew. Betekent dit dat het schrijven nu op een lager pitje staat?
Als galerie maken wij vijf tot zes tentoonstellingen per jaar naast de deelname aan ongeveer acht beurzen. Jaring en ik vinden het belangrijk dat tentoonstellingen en beurspresentaties begeleid worden door een goede tekst. Een galerie vormt immers een broedplaats voor jong talent, met wie bezoekers veelal voor het eerst kennis maken. Het is daarom van belang dat het werk binnen een bepaalde context wordt geplaatst. Dit doen wij door bij elke tentoonstelling een hand-out te produceren waarvoor wij een criticus of curator uitnodigen een inleidend essay of interview te schrijven. Als galeriehouder schrijf ik dus nog steeds veel, maar het is een andere exercitie, eerder beschrijvend en informatief dan kritisch. Bovendien hanteren wij het Engels als voertaal. Desondanks mis ik het schrijven als onafhankelijk criticus en probeer ik zo nu en dan wat te publiceren. Zo schreef ik recentelijk nog een stuk over Jordan Wolfson voor Metropolis M.

Hoe ben jij in aanraking gekomen met AICA?
Na het geven van een lezing bij de Appel over het werk van Claire Fontaine, werd ik door AICA Nederland voorzitter Robert-Jan Muller benaderd om plaats te nemen in de jury van de AICA Oorkonde, die dat jaar in 2012- werd uitgereikt aan een publicatie en werd gewonnen door YVI Magazine. Vervolgens werd ik bestuurslid en zat ik in 2014 in de jury van De Prijs voor Jonge Kunstkritiek.

Hoe sta je tegenover het huidige veld van kunstkritiek?
Ik vind het jammer dat zo weinig van de recensies die je leest in toonaangevende kranten en tijdschriften gaan over tentoonstellingen bij kleinere instellingen en galeries. Ook merk ik dat er nog steeds buitengewoon veel aandacht aan Amsterdamse instellingen wordt gegeven, terwijl instellingen uit andere steden, zoals bijvoorbeeld Den Haag, juist veel te bieden hebben. Den Haag staat bekend om zijn hoge concentratie kunstenaarsinitiatieven. Mede daarom hebben wij samen met NEST en 1646 onlangs The Hague Contemporary in het leven geroepen, een organisatie die een selectie presenteert van de meest interessante Haagse hedendaagse kunstplekken, onder meer in de vorm van een digitale en fysieke tentoonstellingsagenda.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling, boek of artikel is jou recentelijk opgevallen en waarom?
Onlangs heb ik in Londen bij de Photographers Gallery een erg intrigerende tentoonstelling gezien, Feminist Avant-garde of the 1970s. Krachtig en inspirerend fotografisch werk van 48 internationale vrouwelijke kunstenaars. Het vuur waarmee deze werken zijn gemaakt is nog lang niet gedoofd. Zeer emancipatoir en politiek gengageerd. Waar ik op dit moment erg benieuwd naar ben is de tentoonstelling van Lee Bontecou in het Gemeentemuseum Den Haag. Het is goed om te bemerken dat het Gemeentemuseum relatief veel aandacht schenkt aan het tonen van vrouwelijke kunstenaars.

Even voorstellen… Arjan Reinders

Onder de leden van AICA Nederland bevinden zich onder meer kunsthistorici, curatoren, academici en schrijvers. Wie zijn zij? Waar zijn zij mee bezig? Graag stellen we ze aan jullie voor. Met vandaag: Arjan Reinders.

Wat is jouw verhouding met kunst?
Na de kunstacademie in s-Hertogenbosch studeerde ik kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Ik liep stage in het Stedelijk Museum Amsterdam en was een aantal jaren redactielid van het kunsthistorisch kwartaalblad Simulacrum. Daar ontdekte ik dat ik het heel fijn vind om inhoudelijk en aansprekend over kunst te schrijven. Aan het einde van mijn studie ging ik aan de slag als kunstcriticus bij Het Parool. Sindsdien schrijf ik over kunst voor kunsttijdschriften zoals Kunstbeeld en Museumtijdschrift, maar ook voor de Groene Amsterdammer, en soms voor kunstinstellingen. Ik heb ook voor een galerie en een kunstenaarsinitiatief gewerkt, heb Studium Generales georganiseerd en ik was een tijdje persvoorlichter in het Stedelijk Museum. Heel divers, eigenlijk.

Waar ben je momenteel mee bezig?
Ik ben net begonnen als kunstredacteur bij de De Wereld Draait Door. De tv is weer een hele andere wereld, die ook weer een andere manier van werken vereist: het is snel en direct, en je hebt een gigantisch bereik. Het is voor mij een geweldige uitdaging om zo veel mogelijk goede en interessante kunst onder de aandacht te brengen bij het grote publiek, dagelijks zon 1,5 miljoen kijkers. En het is best uniek dat dat kan bij een programma als DWDD, zeker als je bedenkt dat sommige kranten niet eens meer een kunstredacteur in dienst hebben. Een geweldige kans dus.

Waarom ben je lid geworden van AICA?
Ik ken AICA al heel lang, maar ik had het idee dat je al enorm veel ervaring moest hebben om aanspraak te kunnen maken op het lidmaatschap. Maar dat blijkt reuze mee te vallen. Toen Marga van Mechelen, AICA lid en oud-docent van mij, me hier jaren geleden op wees ben ik meteen lid geworden. Naast het gemak van een pas die je gratis toegang biedt bij de meeste musea, vind ik het heel belangrijk dat er in Nederland een platform voor onafhankelijke kunstkritiek bestaat. Goede, gedegen kunstkritiek staat onder druk, het is ontzettend belangrijk dat er een vereniging is die daarop toeziet en initiatieven ontwikkelt om de kunstkritiek in Nederland levendig en scherp te houden. Daarnaast is er ook een sociaal aspect, je leert collegas kennen, ook van verschillende generaties heel waardevol. Het zorgt voor cohesie binnen de vakgroep, je werkt immers allemaal aan hetzelfde doel.

Sinds afgelopen zomer ben jij ook bestuurslid. Waar wil jij je voor inzetten?
Naast de normale bestuurlijke werkzaamheden, wil ik me vooral richten op het vergroten van de bekendheid en zichtbaarheid van AICA, onder meer via sociale media, maar ook door het organiseren van prikkelende, informele bijeenkomsten, zoals de AICA Salons. Binnen de kunstwereld zouden meer mensen zich bewust mogen zijn van het bestaan en het belang van AICA, maar ook jonge kunstcritici moeten weten dat AICA een platform is dat je in contact kan brengen met veel interessante mensen.

Welke kunstinstelling, tentoonstelling, boek of artikel is jou recentelijk opgevallen en waarom?
De huidige tentoonstelling van Fiona Tan in Museum De Pont in Tilburg. Ik interviewde Fiona Tan recentelijk voor Museumtijdschrift. Haar 77 minuten durende film Ascent gemaakt van ruim vierduizend gevonden fotos van de berg Fuji is prachtig. Verder is Jordan Wolfson in het Stedelijk Museum niet te missen. We hadden onlangs een item van hem in de DWDD.

Sunday Seminar: fotografiekritiek en de receptiegeschiedenis van Ed van der Elsken

De receptiegeschiedenis, waaronder het onderzoek naar tentoonstellingsrecensies, vertelt ons veel over de ontwikkeling van een kunstdiscipline. Hoewel het Stedelijk Museum fotograaf Ed van der Elsken al volgt sinds de jaren 50 en inmiddels zijn derde grote overzichtstentoonstelling organiseert, is het pas sinds de jaren 80 en 90 dat zijn werk met enige zwaarte in de kunstkritiek behandeld wordt. Hoe hebben critici naar zijn werk gekeken en hoe is hun visie erop in de loop der tijd veranderd?

Tijdens deze middag in het Stedelijk Museum Amsterdam lichten auteurs van Tussen kunst en document. Fotografiekritiek in Nederland 1980 – 2015 Frits Gierstberg en Anne Ruygt hun conclusies toe van hun onderzoek naar de ontwikkeling van de Nederlandse fotografiekritiek sinds 1980. Conservator Hripsim Visser zoomt in op de receptiegeschiedenis van Ed van der Elsken. Schrijver Roel Bentz van den Berg zal een voordracht houden van zijn bespreking uit 1995 van Van der Elskens liefdesfotos, zoals opgenomen in Tussen kunst en document. Met criticus Taco Hidde Bakker gaan de auteurs in gesprek over actuele ontwikkelingen in de fotografiekritiek, met als uitgangspunt de vraag: welke perspectieven zijn denkbaar voor een hedendaags begrip van het werk van Van der Elsken?

Dit programma is samengesteld met steun van nai010 uitgevers naar aanleiding van de publicatie Tussen kunst en document. Fotografiekritiek in Nederland 1980 2015 (Frits Gierstberg en Anne Ruygt, nai010 uitgevers, 2016).

Tussen kunst en document is een bloemlezing van de mooiste fotografiekritieken van de afgelopen vijfendertig jaar, met bijdragen van onder anderen Hans Aarsman, Hans den Hartog Jager en Maritte Haveman over bekende fotografen als Robert Frank, Nan Goldin en Allan Sekula en over onderwerpen als World Press Photo, de plek van amateurfotografie en de fotograaf als luie schilder.

Deze publicatie is het negende deel in de elfdelige reeks Kunstkritiek in Nederland 1885-2015, een initiatief van dr. Peter de Ruiter (Rijksuniversiteit Groningen) en dr. Jonneke Jobse (voorheen VU) en uitgegeven door nai010 uitgevers. De reeks is mede mogelijk gemaakt door de genereuze steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds en AICA Nederland.

Na afloop is de publicatie verkrijgbaar voor 34,95. Bij aankoop van twee delen uit de reeks geldt een speciale korting van 10 euro.

Sunday Seminar
Datum: 12 februari 2017
Tijd: 15:00 – 16:30
Locatie: Teijn Auditorium, Stedelijk Museum Amsterdam
Reserveren kan hier.