AICA Censorship Committee over arrestatie Cubaanse kunstenaars / Decree 349

Yanelys Nuñez Leyva and Luis Manuel Otero Alcantara, two of the artists detained

 

 

 

 

 

 

 

 

Yesterday AICA International and its Committee on Censorship and Freedom of Expression  sent a letter to the Cuban government expressing its protest to the detainment of several artists in Havana earlier this month, and against the decree 349 that will censor and limit artistic freedom in Cuba. Cc’s were sent to Index on Censorship and the Organization of American States (OAS).

AICA International en haar Committee on Censorship and Freedom of Expression stuurden gisteren een brief aan de Cubaanse regering omte protesteren tegen de arrestatie van verschillende kunstenaars in Havana eerder deze maand en tegen verordening 349, die artistieke vrijheid in Cuba censureert en limiteert. CC’s werden gezonden naar Index on Censorship en de Organization of American States.

Click the link for English and Spanish version / Klik op deze link voor de brief in de Spaanse en Engelse versie
https://aica-international.squarespace.com/news/

 

Nominaties voor AICA Oorkonde 2018 bekend

Jaarlijks looft de Nederlandse afdeling van AICAeen oorkonde uit aan afwisselend een instelling, een tentoonstelling of een publicatie van de afgelopen drie jaar.

Voor de AICA-oorkonde 2018 zijn de volgende drie publicaties uit de periode 2015-2017 genomineerd:

Nick Aikens, Thomas Lange, Jorinde Seijdel, Steven ten Thije (eds.), What’s the Use? Constellations of Art, History, and Knowledge. A Critical Reader. Valiz, Amsterdam i.s.m. het Van Abbemuseum, Eindhoven en Stiftung Universität Hildesheim, 2016

Experimental Jetset,Statement and Counter-Statement: Notes on Experimental Jetset.Roma Publications, Amsterdam, 2015 en 2017

Sandra Kisters, The Lure of the Biographical. On the (Self-)Representation of Modern Artists. Valiz, Amsterdam, 2017

Citaten uit de jurynominatie:

What’s the Use? De discussie over de waarde, het nut en het belang van kunst is opnieuw actueel. Het begrip hiervan onderbouwen, verbreden, nuanceren is dan ook van blijvend belang. What’s the Use? doet dit door middel van historische en nieuwe sleutelteksten, kunstenaarsbijdragen en door heel veel voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Zo ontstaat een veelzijdig pleidooi voor de autonomie van kunst, dat stevig in de maatschappij, het politieke en sociale domein, is gesitueerd.

 

 

Statement and Counter-Statement: Notes on Experimental Jetset Deze publicatie vormt de weerslag van het oeuvre van het ontwerperscollectief Experimental Jetset. Het boek openbaart zich gaandeweg: wat eerst versnipperde stukken tekst en beeld lijken, gaat een geheel vormen waarin telkens dezelfde thema’s terugkeren zoals de betekenis van het Modernisme, Dutch design en de tegenstelling netheid-slordigheid. Experimental Jetset maakte een handzame en betaalbare, en niettemin oogstrelende pocket.

 

 

The Lure of the Biographical Een toegankelijk geschreven en tegelijkertijd diepgravende, gedegen studie naar de manieren waarop kunstenaars het beeld van zichzelf vormen en de invloed die dat heeft op hoe hun werk begrepen en geïnterpreteerd wordt door kunstcritici, biografen, fotografen, filmmakers, kunsthistorici en kunsthandelaren. Met Kisters’ bijzondere boek, dat voortgekomen is uit haar dissertatie, krijgt dit hedendaagse fenomeen historische wortels en een theoretische context

 

 

De jury bestaat dit jaar uit Maaike Lauwaert, Thijs Lijster, Din Pieters en Ilse van Rijn.

De leden AICA Nederland kunnen de komende maand stemmen op de publicatie van hun voorkeur. Half januari wordt de winnaar bekendgemaakt.

Noot voor de redactie:

informatie: Joke de Wolf (secretaris) via aicanederland@gmail.com

Lees hieronder verder voor het volledige juryrapport.

Lees verder

Vacature eindredacteur Museumtijdschrift

Museumtijdschrift heeft een vacature eindredacteur kunst. Hieronder de functieomschrijving. Hier kun je de verdere omschrijving lezen.

Je bewaakt en beheerst het maakproces van begin tot eind. Je denkt creatief mee bij de invulling van het blad en bewaakt zowel de identiteit van het tijdschrift als de inhoudelijke kwaliteit. Als eindredacteur heb je de taak en verantwoordelijkheid om de aangeleverde artikelen helder, aansprekend en in nauw overleg met de auteurs te redigeren. Je zorgt ervoor dat alle artikelen op tijd, uitstekend geordend en voorzien van (pers)beeld en alle benodigde details worden aangeleverd bij de vormgever. Je begeleidt het blad verder vanaf de vormgever tot en met de prepress en zorgt ervoor dat het hele proces soepel verloopt.

AICA Salon: Vergeten Vrouwen?

Dorothea Tanning (1910-2012), Pincushion to Serve as Fetish, 1979 foto: Robert-Jan Muller

Op dinsdag 4 december om 18:30 uur wordt in het Lloyd Hotel Amsterdam een AICA Salon gehouden onder de titel: Vergeten Vrouwen?

Van Anni Albers tot Dorothea Tanning en van Carmen Herrera tot Lotte Laserstein, er zijn de laatste tijd opvallend veel monografische tentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars die laat zijn opgemerkt door het grote publiek en de museumwereld. Ook zijn er veel ‘femmes fatales’-tentoonstellingen: nu in Den Haag, in Gent, in Gouda. En dan zijn er ook nog de cultuurhistorische tentoonstellingen over ‘vrouwen in het algemeen’, zoals nu in het Amsterdam Museum en in München. Is die aandacht hopeloos te laat of precies op tijd (of was die er al veel eerder)? Wordt de vrouwelijke kunstenaar eindelijk voor vol aangezien? Zitten er zakelijke beweegredenen achter, zijn er andere oorzaken aan te wijzen?

AICA-bestuurslid en kunstcriticus Joke de Wolf geeft een voorzet over het onderwerp, daarna is er ruimte voor discussie. Eindtijd: 19.30 uur.

Genomineerden bekend voor De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2018

De genomineerden voor de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2018 zijn bekend gemaakt door de organisatie. In de categorie Essay zijn dat Sarah van Binsbergen, Thomas van Huut en Noortje de Leij. In de categorie Recensie zijn Maarten Buser, Pia Louwerens en Jorne Vriens genomineerd.

Dit jaar wordt tevens de Prijs voor Innovatieve Kunstkritische Praktijk uitgereikt, gericht op digitale en experimentele uitdrukkingsvormen. Hiermee willen de initiatiefnemers van de prijs een stimulans geven aan innovatieve reflectie op de Nederlandstalige beeldende kunst. De genomineerden in deze categorie zijn Boris Van den Eynde, Sofie van Loo en Kunst is Lang (een samenwerking tussen tijdschrift Mister Motley, Amsterdam FM en Luuk Heezen).

Dit is de zesde editie van De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek en de derde keer dat AICA Nederland (Internationale Vereniging van Kunstcritici) erin participeert. AICA laat het prijswinnende essay vertalen in het Engels en publiceert de tekst op de internationale AICA website. Hiermee krijgt de prijswinnaar direct een internationaal platform aangeboden.

Dit jaar kreeg de jury 64 recensies en essays te beoordelen, 11 recensies en 12 essays meer dan voorgaande editie. Alle genomineerde recensenten en essayisten komen uit Nederland, terwijl innovatief talent met twee van de drie genomineerden voor de Prijs voor Innovatieve Kunstkritische Praktijken uit Vlaanderen komt.

Tijdens de feestelijke prijsuitreiking op vrijdag 14 december bij Witte de With Center for Contemporary Artin Rotterdam worden de winnaars van de categorie Recensie en Essay (hoofdprijs 3.000 en een mentorschap) en de categorie Innovatieve Kunstkritische Praktijken (hoofdprijs 3.000) gepresenteerd . Dan wordt ook de publicatie gepresenteerd met alle genomineerde essays en recensies. Bijwonen van de uitreiking kan door te reserveren via reservations@wdw.nl o.v.v. Reservering uitreiking Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2018.De uitreiking gaat om 16:00 uur van start, inloop 15:30 uur. Aansluitende borrel tot ca. 19:30 uur.

De jury van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2018 staat onder voorzitterschap van Sacha Bronwasser en bestaat verder uit Basje Boer, Vincent van Velsen, Michael Van den Abeele en Christophe Van Gerrewey.

Lidewijn Reckman 1952-2018

door: Din Pieters

Ik leerde Lidewijn kennen bij een werkgroep die de spraakmakende tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal voorbereidde. Zij studeerde toen in Groningen kunstgeschiedenis. De manifestatie ging in 1978 van start in De Appel in Amsterdam, gevolgd door een rondreizende tentoonstelling die in 1979 begon in het Gemeentemuseum Den Haag.

Lidewijn was een uitstekende eindredacteur – streng maar rechtvaardig. Ze hield de touwtjes stevig in handen en was altijd loyaal aan het blad. Eerst was dat Vitrine en later, na de restyling waaraan wij gezamenlijk werkten, Museumtijdschrift.

Toegewijd als ze was, nam Lidewijn nauwelijks vakantie, maar ze genoot wel van korte reizen naar Parijs, Brussel of Duitsland om musea en tentoonstellingen te bezoeken. In Museumtijdschrift of op de website deed ze daarvan verslag. Voor de boekenrubriek schreef ze in bijna elk nummer een recensie.

Zo beschrijft ze in het laatste nummer van Museumtijdschrift dat in oktober verscheen, kort en helder de werking van de viola organista, een muziekinstrument dat door Leonardo da Vinci werd ontworpen. Het wordt bespeeld als klavier, maar klinkt als een strijkinstrument. Hedendaagse muziek was, naast beeldende kunst, een van Lidewijns passies. Ze bezocht veel concerten en zong zelf in verschillende koren.

Op 25 oktober is Lidewijn op bijna 65-jarige leeftijd overleden.

 

Art Rotterdam, Rijksakademie en Witte de With genomineerd voor AICA Oorkonde 2016

Art Rotterdam, de Rijksakademie en Witte de With zijn genomineerd voor de AICA Oorkonde 2016. De jury voor de AICA Oorkonde 2016 presenteerde onlangs deze shortlist met kunstinstellingen die excelleerden in de jaren 2013,-14 en -15. De 180 leden van AICA Nederland kunnen gedurende een maand stemmen op de nominatie van hun voorkeur. De jury voor de Oorkonde 2016 bestaat uit Mirthe Berentsen, zelfstandig schrijver, criticus en adviseur, als beleidsmedewerker verbonden aan de Raad voor Cultuur, Stefan Kuiper, kunst- en architectuurhistoricus, publicist, als recensent Oude Kunst verbonden aan de Volkskrant en Marina de Vries, hoofdredacteur Museumtijdschrift. Het juryrapport is hieronder te lezen.

Inleiding juryrapport

Hoe bijzonder, en lastig, is het leven van een jurylid. Buitengewoon bewust van zowel de mogelijkheid om een favoriete organisatie of instelling te nomineren, als de verantwoordelijkheid om in tijden dat de kunst onder druk staat een politiek statement te maken. En er staan nogal wat organisaties en instellingen onder druk. Een deel van deze presentatie-instellingen voor beeldende kunst maakt zware tijden door. De kleinere, veelal stedelijke musea kampen met karige budgetten en minimale bezettingen. Experiment, cross-over en innovatie gaan per definitie niet gepaard met de tegenwoordig noodzakelijke grote bezoekersaantallen.

Maar alleen een fixatie op het statement vonden we te mager. En dus ging het gesprek al gauw over kwaliteit, over de cruciale, onderscheidende en uitmuntende bijdrage aan zowel de actuele stand van zaken in de kunst als aan een breed publieksbereik. Het liefst nomineerden we organisaties of instellingen die nationaal en internationaal een stevige positie innemen, zowel in de afgelopen als naar grote waarschijnlijkheid in de komende jaren. En die de agenda niet volgen, maar bepalen. Oftewel: waarin een klein land groots kan zijn.

Vanuit de AICA geldt een aantal criteria. De te nomineren instelling moet een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling en het zichtbaar maken van hedendaagse kunst en het denken daarover in Nederland. Het gaat om Nederlandse musea of presentatie-instellingen, maar ook om fondsen, ondersteunende organisaties, onderwijsinstellingen, werkplaatsen en kunstenaarsinitiatieven. Verder is de oorkonde een erkenning van specialisten en moet de jury uit eerste hand bekend zijn met de genomineerden.

Het kunstlandschap overziend, kwamen we tot een longlist van tien organisaties of instellingen, die zich de afgelopen drie jaar hebben onderscheiden met een kwalitatief uitstekende, eigenzinnige en toegankelijke programmering of beleid. In willekeurige volgorde: Kunsthal Kade, Rijksakademie van beeldende kunsten Amsterdam, Art Rotterdam, Witte de With Center for Contemporary Art, Stedelijk Museum Amsterdam, Ronmandos Galerie, Vleeshal Centrum voor Hedendaagse Kunst, Foam, Marres Huis voor Hedendaagse Cultuur, Jan van Eyck Academie.

Voor de drie genomineerden vonden we naast een actieve bijdrage aan het tonen en verspreiden van actuele kunst, ook een unieke en constante positie van belang, zowel nationaal als internationaal, naast een herkenbare en sterke eigen signatuur. De drie uitverkorenen zijn totaal verschillend, maar elk op hun eigen gebied top-of-the-bill: Art Rotterdam, een kunstbeurs die zich al jaren onderscheidt door een grote diversiteit en het talent om samenwerkingen aan te gaan. De Rijksakademie van beeldende kunsten, die kunstenaars vanuit alle windstreken de mogelijkheid biedt om in relatieve rust te werken aan verdieping, innovatie en ondernemerschap en daarmee wereldwijd een unieke positie inneemt. En Witte de With Center for Contemporary Art, omdat juist in deze tijd de experimentele, internationale en standvastige kwaliteit van dit kunstcentrum van grote betekenis is voor het Nederlandse kunstklimaat.

De drie genomineerden, in alfabetische volgorde:

ART ROTTERDAM

art rotterdam_hr_1

foto: Geert Broertjes

Le Monde riep hem uit tot een van de beste kunstbeurzen van het afgelopen jaar, en The Huffington Post zette hem in de lijst van ‘beste winterbeurzen’ van 2016, maar De Jury wist het al veel langer: Art Rotterdam is een uitstekende beurs, naar binnen- en waarom niet? – ook buitenlandse maatstaven. Dat zit hem in de omvang van het evenement: flink, maar niet zo flink dat het je begint te duizelen, en, sinds enkele jaren, in de locatie, dat prachtige glazen slagschip dat de Van Nellefabriek is (het staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst). Het zit hem ook in het vermogen van de beurs om zichzelf aan te kleden met para-zakelijke initiatieven.

Dat vermogen, zo weet iedereen die Art Rotterdam de afgelopen edities bezocht, is groot. Binnen enkele jaren heeft Art Rotterdam, onder leiding van artistiek directeur en medeoprichter Fons Hof, zich getransformeerd van die-andere-beurs-naast-de-KunstRAI tot een conglomeraat van presentaties en activiteiten die de havenstad tot ’s lands toonaangevendste kunststad hebben opgewaardeerd. De randpresentatie met werk van startende kunstenaars die van het Mondriaan Fonds een Werkbijdrage Jong Talent ontvingen, Prospects and Concepts, hoewel wisselend van kwaliteit, is zo’n activiteit. Projections waar audiovisuele (lees: moeilijk verkoopbare) kunstwerken worden getoond een andere. Weer een andere: het ruimte bieden aan externe initiatieven als Club Solo (Breda) en presentaties van de Verbeke Foundation op het terrein van de fabriek. En dan zijn er nog de activiteiten elders in Rotterdam, officieel geen onderdeel van Art Rotterdam, maar wel ermee samenhangend en ontegenzeggelijk verrijkend, zoals afgelopen jaar: Joep van Lieshouts sculpturenpark (en volkstuinencomplex) AVL Mundo, een filmvertoning van Erik van Lieshout in de Pauluskerk, De Grote Kunstshow.

Overigens: de Rotterdamse selectie van galeries, zo’n honderddertig per editie, is prijzenswaardig. Zij omvat een aangename mix van binnen- en buitenlandse galeries (meer binnen- dan buitenlands), de meeste van hoog niveau, tonend: toegankelijke kunst, alsook conceptueel/minder makkelijk in het oog liggend werk. Anders gezegd: op Art Rotterdam kun je een vrolijk schilderij van Erik Mattijssen (bij Nouvelles Images) voor boven de eettafel kopen, maar ook die lastiger in het interieur in te passen glazen-bakstenen sculptuur van Maria Roosen (bij Fons Welters). Die diversiteit is zeer prettig voor bezoekers: na een bezoek (of meerdere bezoeken) heb je het gevoel helemaal bij te zijn qua Nederlandse contemporaine kunst.

En daar is behoefte aan, zo blijkt ook uit de bezoekerscijfers. Die stegen gestaag tot het punt dat verdere groei niet mogelijk lijkt: van 16.000 in 2013 tot 21.500 in 2014 tot 25.000 in 2016.

RIJKSAKADEMIE VAN BEELDENDE KUNSTEN

Rijksakademie_Open_2014_01

De Rijksakademie is een hogere kunstopleiding met postdoc-status, maar waag het niet om de deelnemers studenten te noemen. De talenten die zich hier vanuit de hele wereld aanmelden, en mogelijk door de selectie komen, zijn immers al geschoold, en hebben al gekozen voor het beroep kunstenaar.

Waarom ze als resident-artist naar de Rijksakademie komen? Omdat het kunstenaarsberoep een eenzaam beroep is, omdat het na de opgedane basisvaardigheden lastig is om op eigen houtje een volgende, nieuwe stap te zetten en het eigen werk naar een hoger plan te tillen. Het is in de wereld ongekend om een of twee jaar in relatieve rust en onder begeleiding van gerenommeerde collega’s verder te schaven aan het eigen werk en het ondernemerschap verder te ontwikkelen. Niet alleen tijd en intellectuele expertise, maar ook ruimte, geld en goed geoutilleerde werkplaatsen met hooggekwalificeerde technici staan de deelnemers ter beschikking. De mogelijkheid voor deelnemers om zich volledig te concentreren op het eigen werk, tijdelijk losgezongen van de vraag of het geld oplevert, de mogelijkheid om een sterke, eigen signatuur te ontwikkelen in de geboden ruimte voor vernieuwing, verdieping en experiment na een paar jaar beroepservaring, geven de Rijksakademie internationaal gezien een unieke positie. Wat ook van doorslaggevend belang is voor zowel het eigen werk als voor de carriere is de mix van residents van Afrikaans tot Aziatisch en van Amerika tot Nederland. De uitwisseling van gedachten, opvattingen en kennis, en het smeden van een internationaal netwerk dragen substantieel bij aan kwaliteit, wederzijds begrip en carrieremogeljkheden. Daarbij beperkt de expertise van de Rijksakademie zich niet tot een enkele discipline, maar worden alle disciplines bestreken, en cross-overs aangemoedigd.

Dat de Rijksakademie vaak van doorslaggevend belang is voor de ontwikkeling van artistiek talent en substantieel bijdraagt aan een internationale doorbraak, staat vast. Het aantal kunstenaars dat na de Rijksakademie danwel in Nederland danwel elders in de wereld zijn vleugels uitslaat en een langdurige en bloeiende loopbaan in het taaie kunstenaarsberoep tegemoet gaat, is groot. Hun werk komt terecht in de Nederlandse galeries en musea, maar ook op belangrijke biennales, de documenta en grote, buitenlandse musea. Onder de belangrijkste kunstenaars van de wereld bevindt zich een aanzienlijk aantal voormalige Rijksakademie-residents.

De jury vindt het bijzonder dat deze instelling, ondanks de voortdurende onrust vanwege bezuiniging, al zo vele jaren van constante, hoge kwaliteit is.

De combinatie van professionaliteit op intellectueel en vaktechnisch gebied, de actuele stellingname, en de mix van deelnemers maken de Rijksakademie tot een onderscheidend topinstituut en een belangrijke speler in de internationale kunstwereld. Ook voor het niveau van en het debat over hedendaagse kunst in Nederland is de Rijksakademie onmisbaar.

WITTE DE WITH CENTER FOR CONTEMPORARY ART

cea4f827-9f41-4ab4-8415-78a9397bdba1

Sinds de oprichting in 1990 heeft de Rotterdamse instelling Witte de With een bijzondere en unieke rol in het Nederlandse kunstenveld weten in te nemen. De grote kracht van Witte de With ligt in de experimentele, internationale en standvastige kwaliteit evenals in de ongrijpbaarheid van de instelling. Is het een museum voor moderne en hedendaagse kunst, een galerie, een debatcentrum, onderzoeksinstelling of kunstenaarsinitiatief? Op geheel eigen wijze leveren zij een bijdrage aan het ontdekken en presenteren van zowel de jonge als de gevestigde orde, door baanbrekende en vooruitziende tentoonstellingen, events en manifestaties te organiseren. Daarbij slaan ze op een experimentele, intellectuele maar niet onbegrijpelijke manier een brug tussen theorie en praktijk, werk en kunstenaar, concept en thema.

Bij Witte de With staat de samenwerking centraal en krijgen individuele kunstenaars, curatoren, schrijvers, academici en lokale en internationale kunstinstellingen de gelegenheid om hun concepten in vrijheid uit te werken en te presenteren. Tegelijkertijd is er bij Witte de With ruimte voor een breder debat over kunst en haar functie in de politiek en samenleving, op zowel een lokaal als mondiaal niveau. Dit blijkt onder meer uit het hoge niveau van de publicaties en de talloze (inter)nationale samenwerkingen met academies, instellingen en musea. Zoals dOCUMENTA, New Museum, MAMA, de Neue Nationalgalerie, Royal College of Art, De Appel en het Asia Art Archive.

Witte de With is door het aantrekken van (inter)nationaal toonaangevende curatoren, kunstenaars, schrijvers en bovendien directeuren constant in staat om een dialoog aan te gaan met de internationale kunstwereld en een belangrijke speler te zijn zowel binnen als buiten de landsgrenzen. Zo heeft de artistieke visie van de huidige directeur Defne Ayas ervoor gezorgd dat Witte de With in de afgelopen jaren steeds toegankelijker is geworden. Na jaren van splendid isolation is het gelukt om steeds meer bezoekers naar het pand aan de Witte de Withstraat te krijgen, zowel professionals, toeristen, als ‘gewone Rotterdammers’. Direct zichtbaar is deze openheid in het gestegen aantal jaarlijkse bezoekers van 36.000 (een stijging van 60 procent ten opzichte van 2011).

Toen na het eerste kabinet Rutte de gevolgen van de bezuinigingen geleidelijk steeds duidelijker voelbaar werden in de gehele culturele sector, was Witte de With in staat om een goede en hoge kwaliteit te behouden, voldoende eigen inkomsten te genereren en niet te kiezen voor een veilige en slechts commercieel interessante programmering. Dit resulteerde in een aantal prachtige tentoonstellingen, projecten en publicaties zoals Art in the Age of… met werken van onder meer James Bridle, Claire B. Evans en Thomson & Craighead, The Temptation of AA Bronson, die de AICA oorkonde voor beste tentoonstelling in 2014 ontving, Bit Rot met werken van en verzameld door Douglas Coupland, The Crime Was Almost Perfect over misdaad en esthetiek en de huidige tentoonstelling WERE IT AS IF van Bik Van der Pol.

juni 2016

Voor het persbericht klik hier: Lees verder

Oproep: de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016

Jonge kunstcritici tot 35 jaar worden van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de vijfde editie van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een stimuleringsprijs voor een nieuwe generatie critici en essayisten uit het Nederlands-Vlaams taalgebied, die schrijft over hedendaagse beeldende kunst. De prijs is een initiatief van de Appel arts centre Amsterdam, Witte de With Center for Contemporary Art Rotterdam en het Mondriaan Fonds, in samenwerking met Stedelijk Museum Amsterdam, STUK – Huis voor Dans, Beeld en Geluid Leuven, M HKA – Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen en Van Abbemuseum Eindhoven. Met deze prijs willen de organisatoren investeren in de toekomst van een hoogstaand kunstdiscours dat, zonder verlies van kwaliteit, ook toegankelijk is voor lezers met minder expertise op dit gebied. In 2016 wordt de prijs ondersteund door (media)partners De Groene Amsterdammer, Knack, H_ART, Metropolis M, Rekto:Verso, Tubelight, Exhibitionist, AICA Nederland, Domein voor Kunstkritiek en De Nieuwe Garde.

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek richt zich op jonge schrijvers (tot 35 jaar). Naast een geldprijs per categorie, krijgen de winnaars ook een persoonlijke mentor aangeboden die hen een jaar lang intensief begeleidt bij het maken van keuzes en het realiseren van nieuwe kritieken. Daarnaast worden praktische beloningen beschikbaar gesteld door de partners van de prijs in de vorm van bijvoorbeeld een residentie, masterclass, begeleidingstraject, of een gerichte schrijfopdracht. De winnende teksten worden gepubliceerd in samenwerking met de mediapartners. Deelname is mogelijk in drie onderdelen. Naast de bestaande onderdelen Essay en Recensie formuleert de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek voor deze vijfde editie van de prijs een open categorie ter stimulering van Innovatieve Kritiek, in navolging van een categorie Internetkritiek (2010) en Visuele Kritiek (2012). Hierbij volgt de prijs de meest actuele ontwikkelingen in de nationale en internationale (kunst)journalistiek, waarin nieuwe en hybride vormen ontstaan die samenhangen met mogelijkheden die de zogenaamde nieuwe media bieden. Alle mogelijke vormen van kunstkritiek kunnen hierbij aan de orde komen, van gecombineerde kritieken die gebruikmaken van tekst en beeld, tot innovatieve en mogelijk interactieve vormen van (visuele) kritiek en besprekingen via blogs, Twitter, Facebook, Instagram, YouTube, en andere media.

Als startschot voor de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 is voormalig prijswinnaar Thijs Lijster (freelance schrijver voor o.a. De Groene Amsterdammer, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de RUG, en winnaar van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2010) uitgenodigd om zijn visie op het belang van de kunstkritiek toe te lichten. Lijster verkent wat voor hem de belangrijkste bestanddelen zijn voor goede kunstkritiek. Hierin stelt hij onder andere, verder bouwend op zijn bevindingen uit de publicatie Spaces for Criticism (Valiz, 2015), dat kunstkritiek ook een vorm van cultuur- dan wel maatschappijkritiek moet zijn. De vraag rijst of dit strijdig zou zijn met de dienstbaarheid van de criticus aan het kunstwerk, en of hiermee het kunstwerk tot conversation piece wordt gereduceerd. Dit is niet het geval, of hoeft niet zo te zijn, betoogt Lijster. Sterker nog: Het kunstwerk wordt juist onrecht aangedaan wanneer het zuiver esthetisch wordt opgevat.

Naast Thijs Lijster zal ook Birgit Donker (directeur Mondriaan Fonds) haar opvattingen over de kunstkritiek delen in De Groene Amsterdammer. In het kader van de stimuleringsprijs voor Innovatieve Kritiek verkent Donker de actuele ontwikkelingen en houdt ze een pleidooi voor experiment met nieuwe vormen van online media in de kunstkritiek en daarbuiten.

Prijzen

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek wil jonge kunstcritici de mogelijkheid bieden hun talenten verder te ontwikkelen en ze een extra duwtje geven in de richting van een professionele loopbaan. Daarom zullen de winnaars van de hoofdprijs in de kernonderdelen Recensie en Essay opnieuw, naast een geldprijs van 2.500 euro per categorie, ook een persoonlijke mentor aangeboden krijgen die hen een jaar lang zal begeleiden in het schrijven en realiseren van nieuwe kritieken. Wie deze mentoren zullen zijn, wordt binnenkort bekendgemaakt. Aan de winnaar van de stimuleringsprijs Innovatieve Kritiek wordt eveneens 2500 euro uitgereikt. Naast deze hoofdprijzen worden onder de genomineerden verschillende extra prijzen uitgereikt en (publicatie)mogelijkheden aangeboden, waaronder:

– Het winnende essay zal worden gepubliceerd in De Groene Amsterdammer;

– Volledig bekostigd bezoek aan een (buitenlandse) biennale, tentoonstelling of manifestatie, t.b.v. een betaalde schrijfopdracht voor Metropolis M;

– Een van de winnende essays zal worden vertaald t.b.v. publicatie op de internationale website van AICA;

– Begeleidingstraject van De Nieuwe Garde, stimuleringsplatform voor essayisten;

– Een schrijfopdracht voor de Prix de Rome 2017 via het Mondriaan Fonds;

– Alle genomineerden krijgen een gratis lidmaatschap van Club Witte de With en de Appel Club.

Inzendingseisen en Jury

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 is bedoeld voor talent onder de 35 jaar. De initiatiefnemers roepen op tot bijdragen die getuigen van het vermogen om op een genuanceerde en verdiepende manier een kritische mening uit te dragen. Deelnemers kunnen inzenden in de onderdelen Essay, Recensie en Innovatieve Kritiek. De inzendingen worden in alle onderdelen?beoordeeld op stijl, coherentie, opbouw, (contextuele) informatie en toegankelijkheid. Voor de categorie Innovatieve Kritiek wordt verder gelet op creativiteit, relatie vorm-onderwerp, kritisch vermogen en visuele meerwaarde. Voor deze derde, open categorie worden geen eisen gesteld aan lengte of (technisch) format. Inzendingen Innovatieve Kritiek mogen individueel gemaakt worden, maar ook in teams.

Meer informatie over de criteria en voorwaarden is te vinden op http://jongekunstkritiek.net

De jury van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 staat onder voorzitterschap van Sandra Smallenburg (kunstredacteur bij NRC Handelsblad) en bestaat verder uit Jan Postma (kunstcriticus en kunstredacteur bij De Groene Amsterdammer en oud-hoofdredacteur van Hard//Hoofd), Wouter Hillaert (freelance criticus en podiumredacteur bij Rekto:Verso), Max Bruinsma (onafhankelijk design- en kunstcriticus), Anne Ruygt (freelance curator, onderzoeker en schrijver) en Dave Mestdach (filmcriticus Knack Focus). Deelnemen aan de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 kan door je inzending te mailen naar inzending@jongekunstkritiek.net.

De deadline voor inzendingen is 1 september 2016.

De uitreiking van deze vijfde editie van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek zal plaatsvinden in december 2016 bij het M HKA – Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen.

Meer informatie:

www.jongekunstkritiek.net

info@jongekunstkritiek.net

Negatieve adviezen Raad voor Cultuur verandert landschap instellingen voor hedendaagse kunst dramatisch

150908-AICA-woordmerk-1

De Raad voor Cultuur heeft zijn advies in het kader van de Culturele Basis infrastructuur (BIS) voor de periode 2017-2020 afgeleverd voor onder meer de presentatie instituten op het gebied van hedendaagse kunst. Vier belangrijke instellingen worden zeer verschillend beoordeeld.

BAK Basis voor Actuele Kunst in Utrecht en Witte de With in Rotterdam hebben een positief advies gekregen vanwege hun relevante artistieke programma. Bij Witte de With worden speciaal uitgelicht het actieve en succesvolle educatieve programma en de toekenning van de AICA oorkonde 2014 voor de tentoonstelling ‘The Temptation of A.A. Bronson’.

De Appel in Amsterdam en Stroom Den Haag hebben beiden een negatief advies gekregen en krijgen, als het aan de Raad ligt, geen subsidie meer. Stroom vanwege de onduidelijke positie binnen Den Haag als zowel presentatie instituut als adviesorgaan voor de gemeente, maar vooral omdat de eigen inkomsten norm met 11 % onder de norm blijft van de vereiste 19,5 %. De Appel krijgt een negatieve beoordeling wegens ‘ontoegankelijke tentoonstellingen’ en het artistieke programma dat, volgens de Raad, een behoudende koers volgt. Het verwijt dat aan De Appel wordt gemaakt is, dat de problemen rond het vertrek van de directeur, m.a.w. de positie van het bestuur ten opzichte van de artistieke leiding, niet wordt gereflecteerd in de subsidieaanvraag. Dit geeft de Raad blijkbaar geen vertrouwen in de toekomstige bestuursstructuur.

Met deze adviezen en beoordelingen verandert het landschap, althans in de randstad, van de presentatie instellingen voor hedendaagse kunst dramatisch. Wellicht dat de gemeenten nog te hulp kunnen schieten. Echter, een negatief advies van de RvC is geen goede instap voor een positief advies op lokaal niveau.

 

Presentatie twee delen Kunstkritiek in Nederland 1885-2015

kunstkritiekrealisme
nai010 uitgevers en Museum MORE organiseren een
speciale middag over de ontvangst van het realisme in de jaren twintig
en dertig in Nederland op vrijdag 27 mei 2016 om 14.00 uur in de
evenementenzaal van Museum MORE.

Tijdens deze middag zullen twee delen uit de reeks Kunstkritiek in
Nederland 1885-2015 worden gepresenteerd:
Jan de Vries en Marijke de Groot, Van sintels vuurwerk maken.
Kunstkritiek en moderne kunst 1905-1925
Mieke Rijnders, Realisme in Nederland. Critici kiezen positie
1925-1945

AICA Nederland is ondersteunend partner in de reeks uitgaven Kunstkritiek in Nederland.

Programma
Welkom door Ype Koopmans, artistiek directeur van
Museum MORE.
Peter de Ruiter, initiatiefnemer en hoofdredacteur van de
reeks Kunstkritiek in Nederland 1885-2015 geeft een toelichting
op de serie.
Jan de Vries, Een nieuwe realiteit: modernisme, abstractie
en realisme
. De Vries bespreekt hoe het modernisme in de
schilderkunst aan het begin van de twintigste eeuw een opstap
was voor een nieuwe weergave van de werkelijkheid en hoe de
critici dit proces interpreteerden en beoordeelden.
Mieke Rijnders,De terugkeer van het realisme in het brandpunt
van de artistieke actualiteit in Nederland
. Rijnders laat
zien welke rol Nederlandse kunstcritici speelden in de doorbraak
van het nieuwe realisme en bij het aanwijzen van boegbeelden
als Pyke Koch en Carel Willink. Hoe definieerden zij
de artistieke betekenis van deze tendens tijdens het interbellum
en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog?
Overhandiging eerste exemplaar.
Afsluiting met een drankje.
Datum: vrijdag 27 mei, inloop vanaf 13.30.
Locatie: Evenementenzaal, Museum MORE, Hoofdstraat 28,
7213 CW Gorssel.
Toegang: Voor dit evenement is de entree gratis, graag even melden bij
de receptie.
Reserveren: Het aantal plaatsen is beperkt. Wij verzoeken u vriendelijk
u z.s.m. aan te melden per e-mail: rsvp@nai010.com met uw volledige
naam, telefoonnummer en vermelding van 27 mei.